Spel van compromissen

Robert Kalina van de Oostenrijkse nationale bank won de prestigieuze ontwerpwedstrijd voor de eurobiljetten. `Dat wordt met reserve bejegend.'

Vijftien miljard door hem ontworpen eurobiljetten komen binnenkort in omloop. Maar Robert Kalina lijkt er niet erg van onder de indruk. ,,Je kunt je er eigenlijk nauwelijks een voorstelling van maken'', zegt de huisontwerper van de Oostenrijkse nationale bank OENB over de aanstaande introductie van `zijn' creaties.

Nog vier maanden te gaan tot E-Day. Om bedrijven en klanten alvast vertrouwd te maken met de nieuwe munten en biljetten beginnen in alle eurolanden deze week grote campagnes. Oostenrijk lijkt met Kalina een aardige publiekstrekker in huis te hebben, maar in de roadshow is hem geen rol toebedacht. En dat vindt hij best. Op publiciteit zit hij niet te wachten.

Het is al weer bijna vijf jaar geleden dat de ontwerpen van Robert Kalina (Wenen, 1955) door de Europese monetaire autoriteiten werden uitverkoren. Een veertienkoppige vakjury en een 1.900 `gewone' Europeanen tellend panel van toekomstige gebruikers, van consumenten tot taxichauffeurs, wezen de inzending van de Weense graficus vrijwel unaniem als de beste aan.

Elke nationale bank uit de eurozone mocht maximaal drie ontwerpers uitnodigen mee te doen aan de wedstrijd, waarvoor twee categorieën `eeuwen en stijlen in Europa' en `toekomstgericht' waren vastgesteld. Uiteindelijk dongen vierenveertig inzenders, onder wie de Nederlanders Ootje Oxenaar, Jaap Drupsteen en Inge Madlé, naar de prestigieuze opdracht.

Hoe koos Kalina zijn motieven? Gestileerde koppen van beroemde vorsten, geleerden, helden of kunstenaars kwamen voor hem niet in aanmerking. ,,Lodewijk XIV, Erasmus, Mozart zij zijn toch altijd te herleiden tot een bepaald land. Dat gaat niet met zeven biljetten voor twaalf en straks misschien meer dan twintig eurolanden'', zegt Kalina in zijn OENB-studio, waar beeldschermen de tekentafels hebben verdrongen. Om dezelfde reden vielen bekende bouwwerken af. Eiffeltoren, Brandenburger Tor of Colosseum op een eurobiljet zou de acceptatie buiten Frankrijk, Duitsland of Italië weleens kunnen bemoeilijken.

Al puzzelend kwam Kalina uit bij Europese bouwstijlen. Voor de voorzijde ontwierp hij in zeven stijlen (klassiek, romaans, gotisch, renaissance, barok, Jugendstil en modern) voor elk biljet een monumentale toegangspoort of venstergevel. ,,Als symbool voor opening naar de toekomst, voor iets nieuws.'' En voor de achterzijde maakte hij, even voor de hand liggend als treffend, een reeks bruggen uit deze stijlperiodes. ,,Als symbool voor verbinding van volken.'' Rechts onder de bruggen heeft Kalina telkens een gestileerde kaart van Europa geprojecteerd. De oostgrens is bewust open gelaten met het oog op de aanstaande oostwaartse uitbreiding van de Europese Unie.

Drie jaar lang hebben Kalina en medewerkers van de Europese Centrale Bank in Frankfurt gewerkt aan de perfectionering en de beveiliging tegen de kopieerzucht van valsemunters. Als het om Kalina's ontwerpen ging, werd hij er bij betrokken. Zo was Lesbos in de ogen van Griekenland op het kaartje te dicht bij Turkije beland, en wenste Frankrijk zijn overzeese gebiedsdelen op de eurobiljetten terug te kunnen vinden. Tsja, dan hadden Griekenland en Spanje ook nog wel wat eilanden die niet mochten ontbreken.

Maar zeker zo vaak ging het over brandende kwesties waar Kalina, meer of minder geamuseerd, buiten moest blijven. Wiens handtekening hoorde er op de biljetten? Is er dan nog wel plaats voor de Europese vlag en, niet te vergeten, de naam van de uitgever? Zo ja, in welke taal? Uiteindelijk kwam er, met de nodige monetaire behendigheid, voor alle vragen een oplossing. Voor de uitgever nam men zijn toevlucht tot vijf afkortingen (BCE, ECB, EZB, EKT en EKP) waarin alle eurotalen zich met een beetje goede wil kunnen terugvinden.

Kritiek was er natuurlijk ook. Zo leden de ontwerpen van Kalina volgens de Zwitserse bankbiljettenmaker Zintzmeyer & Lux aan ,,te veel compromissen''. En directeur Joost Smiers van het Centrum voor Onderzoek voor de Kunsten te Utrecht maakte gewag van ,,een schrijnend gebrek aan diepte'' en ,,platgeslagen clichés''. Maar Kalina haalt er zijn schouders over op. ,,Ik wilde geen modern design, zoals bij de laatste Nederlandse biljetten. Zo'n compleet nieuwe munteenheid wordt toch altijd met enige reserve bejegend. Een wat traditioneler ontwerp is dan vertrouwenwekkender en geschikter.''

Het pijnlijkst trof hem wellicht nog het verwijt van het Britse vakblad Bridge Design and Engineering: Kalina zou enkele van zijn bruggen wat al te klakkeloos hebben overgetrokken van afbeeldingen van bestaande exemplaren. Het noopte hem ertoe ze opnieuw door zijn tekencomputer te halen. ,,Zeker, ik heb me laten inspireren door te kijken naar bestaande bruggen, maar mijn ontwerpen wijken er aanzienlijk van af, juist ook om te voorkomen dat chauvinisten er mee aan de haal gaan.''