Het gezicht van Estland

Het is, voor Lennart Meri èn voor de Esten, jammer dat Estlands grondwet niet voorziet in een derde presidentiële termijn, want de 72-jarige president zou elke verkiezing op zijn sloffen hebben gewonnen. Meer dan 80 procent van de Esten heeft een positieve of zeer positieve mening over de man die tien jaar geleden, toen Estland onder de klamme Sovjet-deken uitkroop en een tweede leven als onafhankelijk land begon, staatshoofd werd en die het land sindsdien op vrijwel vlekkeloze wijze heeft geleid: binnenlands als president boven de partijen, in het buitenland als welbespraakt ambassadeur, als `het gezicht van Estland'.

Maar die grondwet sluit een derde termijn uit en zo komt binnenkort een eind aan het tijdperk-Meri. De lange intellectueel, met zijn lange nek en zijn doordringende ogen en zijn bril dankbaar onderwerp van karikaturisten die hem vaak als een schildpad afbeelden, had in die tien jaar vrijwel steeds op het juiste moment het juiste woord op de juiste toon. ,,Ik haat Rusland'', zei hij eens, aan het begin van zijn presidentschap. Hij liet daar een heel lange pauze op volgen, en ging verder: ,,Ik haat het Rusland van Lenin, Stalin en Molotov. Maar ik hou ook van Rusland, het Rusland van Dostojevski, Tolstoi en Tsjaikovski.''

Een onconventionele man. Toen hij eens na een reis in Tallinn terugkeerde en een persconferentie zou geven, leidde hij de verzamelde pers niet, zoals verwacht, naar de VIP-ruimte, maar naar de vliegveldtoiletten, om daar, tussen de stinkende urinoirs en smerige buizen, een lesje weg te geven over de noodzaak de Sovjet-erfenis van slonzigheid en verwaarlozing af te zweren. Estland, zo zei Meri onlangs, is ,,een vervelend land'' geworden – vervelend in de zin van normaal. Dat was precies de bedoeling toen hij tien jaar geleden aantrad. Missie geslaagd, althans, wat hem betreft, want de missie is nooit ten einde. En de Estse politiek mag de afgelopen tien jaar behoorlijk roerig zijn geweest, met snel opstaande en snel vallende regeringen en partijen die intern maar niet tot rust kunnen komen, Meri was in die tien jaar de man die boven de partijen en de politici uittorende en op wie de Esten altijd konden vertrouwen. Het gaf hem – staatshoofd met niet veel formele macht – het morele recht af en toe stevig op de Esten en hun politici af te geven. Het grootste gevaar voor Estland, zei hij in 1998 bij de 80ste verjaardag van de stichting van de republiek, komt niet uit Rusland of enig ander buitenland, maar van binnenuit: er is ,,een identiteitscrisis, omdat de Esten niet trots zijn op hun politici maar hun partijen, het juridische systeem en de politie wantrouwen''. De politici moeten het landsbelang voor het eigen belang stellen en gelijkgezinde partijen moeten fuseren, want ,,de instabiliteit van partijen bedreigt de stabiliteit van politiek en economie''.

Lennart Meri groeide als zoon van een van Estlands bekendste diplomaten uit de eerste (vooroorlogse) periode van de Estse onafhankelijkheid op in steden als Berlijn, Parijs en Londen (hij spreekt zes talen vloeiend). Na de Sovjet-bezetting werd de familie voor vijf jaar naar Siberië gedeporteerd. Later werd Meri – die als jongen zijn eigen radio bouwde en naar de BBC luisterde en die beschikt over een fabelachtig geheugen en een onstilbare nieuwsgierigheid – een van de bekendste intellectuelen van zijn land, als antropoloog, als schrijver en als maker van filmdocumentaires. Géén dissident, maar een prominent lid van de culturele nomenklatoera in Sovjet-Estland, met alle privileges van dien.

Het leverde aanvankelijk nog wel wat vragen op: had de nieuwe president het de Sovjet-overheid niet wat lastiger kunnen maken? Het waren vragen die – mede dankzij een grote persoonlijke charme en een flinke dosis zelfspot – al snel verdampten in zijn allengs groeiende populariteit. Het Sovjet-bewind had hij altijd als een tijdelijk kwaad gezien. Op de dag waarop hij tien jaar geleden de presidentiële residentie op de Toompea betrad, eiste hij toegang tot de KGB-communicatiekamer in het paleis. Toen die hem door een functionaris-oude-stijl werd geweigerd, liet Meri een bijl halen om de deur in te slaan. Daarop werd de kamer alsnog ontsloten. De kamer was leeg. ,,Typisch'', zei Meri. ,,Alles in de Sovjet-Unie leek onverwoestbaar. Maar achter de Sovjet-façade was meestal niks. Leegte.''