De voorbeeldige kommaneuker

Het rapport van de commisie-Koning valt op twee manieren te lezen: als een nauwgezette speurtocht naar het wegsijpelen van grote bedragen en degenen die de schuld hebben; en als de volgende aflevering van de reeks studies in de veranderingen van het Nederlandse volkskarakter.

De speurtocht heeft niets opgeleverd dat hier door de openbare mening als een nationale schande zal worden beschouwd. Eurocommissaris Hans van den Broek mag dan gezegd hebben dat het terugvorderen door Brussel van omstreeks 450 miljoen gulden wegens misbruik van geld uit het Europees Sociaal Fonds als een `schop onder de broek' moet worden beschouwd, de commissie-Koning reduceert het tot plusminus eenzesde, wat verhoudingsgewijs niet meer dan een schrobbering kan worden genoemd. Er is `op alle niveaus' sinds 1994 slordig met de subsidies omgesprongen, maar hoe het precies zit zullen we nooit weten, wegens de gebrekkige boekhoudingen. Tien verdachte zaken zijn in onderzoek en in één geval is het openbaar ministerie tot vervolging overgegaan. Maar van `omvangrijke fraude' is geen sprake. Bijna iedereen was bezield van goede bedoelingen. Het ESF-geld is, ook volgens de normen van de EU, goed besteed; de resultaten hier zijn zelfs beter dan in de rest van Europa. Met de moraal en het rendement is het dus in orde. Onder zulke relatief ideale omstandigheden valt er geen echte boosdoener aan te wijzen, hoe gretig menigeen in het bijzonder de heer Melkert had zien hangen, al was het maar bij wijze van infotainment. Het hoofdstuk van de schuldvraag is daarmee praktisch gesloten.

Zo komen we aan de afdeling studie in volkskarakter. De commissie noemt het ,,onbegrijpelijk dat er sinds 1994 zo weinig is geleerd''. Ze is de eerste niet die op zo'n onbegrijpelijkheid stuit. Vóór Koning hadden de heren Oosting en Alders ook al van die onbegrijpelijkheden ontdekt, manifeste slordigheden in het zich houden aan voorschriften en gebrek aan controle. Onmetelijk veel ernstiger; dat hoeven we niet uit te leggen, maar ook ontsproten aan de beste bedoelingen. En ook daar de overtuiging dat alle mensen gezegend met op zijn minst de minimum dosis gezond verstand, en dat het dus allemaal wel mee zou vallen. Dit alles hoewel het tegendeel al duidelijk gebleken was. Niettemin: op hoop van zegen.

Het toneel verplaatst zich even naar begin jaren negentig. De heer Wynand Riemslag, dan directeur Regionaal Bureau Arbeidsvoorziening in Flevoland krijgt voor zijn, als achterstandsregio aangemerkt, gebied van het ESF in één keer 90 miljoen gulden. ,,Toch'', aldus een artikel in deze krant van 26 juli, ,,wordt Riemslag [...] er niet vrolijk van.'' ,,Ik heb er een paar nachten niet van geslapen'', zegt hij. ,,Ik maakte mij zorgen hoe ik al dat geld kon opmaken met goede projecten en hoe ik het controleerbaar hield.'' In overleg met zijn bestuur besluit Riemslag het toezicht streng te reglementeren. Als blijkt dat ESF-projecten incorrect zijn uitgevoerd, keert hij toegezegde subsidie niet uit of vordert hij het terug. Instanties die met hem werken, ook gemeenten, vinden hem een `kommaneuker'. Hij wordt verscheidene malen voor de rechter gedaagd nadat hij ESF-subsidie weigert uit te betalen. ,,Ze vonden me te streng'', zegt Riemsdijk. In de recente serie artikelen, van Tom-Jan Meeus en Herman Staal, wordt een reeks voorbeelden van ontspoord subsidiegeld aangevoerd. Riemslag, de `kommaneuker', is de misprezen uitzondering.

De commissie-Koning heeft mensen gehoord die repten van een `Hollandse cultuur', waarin gezag en regelgeving niet zonder meer worden aanvaard. Een eufemisme. Om het eens in andere woorden te zeggen: deze `Hollandse cultuur' wordt samengevat in de uitdrukking `dat maak ik zelf wel uit', waarna de mondige spreker er met zijn pet naar gooit – of het nu om de brandveiligheid, de vergunning voor een vuurwerkfabriek, de dienstregeling van de spoorwegen of de besteding van en controle op Europese subsidies gaat. In werkelijkheid is dit niet de kritisch-mondige, maar de luie, de zelfzuchtige, collectief-vadsige kant van deze cultuur.

Ter verklaring, en als het een beetje wil tot verontschuldiging of rechtvaardiging, is langzamerhand een systeem van uitvluchten verzonnen. Ook dat hoort tot deze `Hollandse cultuur'. De maatschappij, zeggen we, is ingewikkeld, kan nu eenmaal niet met regels worden dichtgetimmerd. Uit de noodzakelijke decentralisatie ontstaat de `keten van verantwoordelijkheden' waardoor niemand meer op de laatste verantwoordelijkheid kan worden aangesproken. De onder-verantwoordelijken verwijzen naar elkaar. Loopt er iets mis, dan treedt daarop een systeem van simultaan onderling afschuiven in werking, waartegen geen commissie van onderzoek is opgewassen.

Natuurlijk moeten er commissies zijn die de onderste steen boven halen. Dat is fase één. Het grote vraagstuk is, wat er daarna, bij de aanblik van al die stenen moet gebeuren. In Volendam treden de letselschadeadvocaten aan; bij het ESF-gedoe de Europese Commissie. Het maakt geen indruk op de natie. Men `neemt zijn verantwoordelijkheid' en dan verdwijnen de consequenties op hun beurt in vaagheid.

Toevallig heeft de Commissie Toekomst Overheidscommunicatie onder voorzitterschap van Jacques Wallage deze week haar rapport In dienst van de democratie gepubliceerd. Het blijkt dat zestien procent van het volk alleen nog naar `soaps' kijkt, en dus niet met de overheid meedenkt over de hoofdlijnen en de samenhang van het regeringsbeleid. Om de belangstelling aan te wakkeren, moet de info als amusement worden aangekleed, voor de televisie in `soaps' verpakt. Lezer, krijgt u niet het gevoel dat politiek Den Haag probeert u met zijn flauwekul te wurgen? Een `soap' voor de Tweede Kamer over het ESF lijkt me een goed begin. Een beetje housen met pillen en paddo's. Lachen en toch op de hoogte blijven en je `verantwoordelijkheid nemen'. Dat kan niet. Dat duidelijk te maken is het begin van de oplossing van het probleem.