De fatale uitdaging van een dirigent

Het Concertgebouw in Amsterdam was lange tijd voor Russische musici, nadat een drietal van hen daar gezondheidsproblemen kreeg, geen plek om te komen. Met dirigent Kirill Kondrashin liep het in 1981 heel slecht af.

De nood was hoog, die zevende maart 1981. 's Middags om twaalf uur kreeg Kees Hillen, hoofd muziekafdeling van de Vara, een ,,heel vervelend telefoontje'' van het orkest van de Norddeutsche Rundfunk. De musici waren de vorige avond in Parijs begonnen aan een tournee onder leiding van Klaus Tennstedt en waren als gevolg van onenigheid zojuist zónder die dirigent op Schiphol geland. Anderhalf uur later moest het orkest in het Amsterdamse Concertgebouw aan de microfoonrepetitie van de Matinee op de Vrije Zaterdag beginnen.

Wat nu? Hillen zat met de handen in het haar. Het dreigde deze zaterdag mis te gaan met Vara's Matinee, die een grote reputatie heeft. ,,De uitvoering wordt opgenomen in de mooiste zaal van het land en iedereen thuis kan er naar luisteren'', vertelt Hillen, die ,,in ijltempo'' naar een oplossing zocht. Maar waar vond hij op zo'n korte termijn een geschikte dirigent?

Het orkest van de Norddeutsche Rundfunk kwam met een idee: zijn concertmeester Rudolf Werthen was bereid het eerste deel van de Matinee als dirigent op te treden. Maar de tweede helft, de Eerste symfonie van Mahler, durfde Werthen niet aan. Hillen: ,,De zaal was uitverkocht, veel bezoekers kwamen voor de gerenommeerde dirigent Tennstedt én voor de Eerste symfonie van Mahler. In mijn overmoedigheid dacht ik: het moet en zal nog in orde komen.''

Hij zocht tevergeefs contact met Bernard Haitink (te druk) en met Hans Vonk, maar die verbleef in Dresden. Ineens kreeg Hillen een ingeving. Woonde dirigent Kirill Kondrashin (66), twee jaar eerder uit de Sovjet-Unie gevlucht, niet in Amsterdam? Leefde hij niet samen met een ex-medewerkster van de muziekafdeling van de Vara? En had Kondrashin de Eerste symfonie van Mahler niet vaker `gedaan'? Hillen pakte de telefoon en kreeg zijn ex-medewerkster aan de lijn. Ze begreep zijn probleem, maar ze dacht dat Kondrashin niet zou willen meewerken. Hillen: ,,De dirigent had de avond tevoren zijn verjaardag gevierd, zei ze. Dat gaat er bij Russen stevig, lang en gezellig aan toe.''

Geheel tegen de verwachting in meldde Kondrashin zich even later tóch. Hij vond het een uitdaging. Om tien over twee begon hij met het orkest van de Norddeutsche Rundfunk aan de microfoonrepetitie, die tot half drie duurde. ,,Twintig minuten oefenen voor een symfonie van één uur, dat is veel te weinig'', legt Hillen uit. ,,Zeker voor een dirigent, die alles altijd heel goed wilde voorbereiden. Daar kwam nog bij dat Duitse orkesten niet als de meest flexibele bekend staan.''

Hillen had de bezoekers voorbereid. Hij grijnst: Tennstedt kan niet dirigeren liet hij op een schoolbord in de gang van het Concertgebouw schrijven. Het publiek vroeg zich af wat er aan hand was, voegt hij daaraan toe. ,,Voor mij was het spanning en sensatie. Het eerste deel van de Matinee verliep bevredigend. De Belgische concertmeester Werthen deed het onverwacht goed als invaller-dirigent. `Die is binnen', ging het door me heen. Iedereen in de zaal zinderde toen Kondrashin opkwam om de Eerste symfonie van Mahler te dirigeren. Die symfonie begint met ijle, zachte tonen, alsof je de natuur hoort klinken. Kondrashin had het begin gerepeteerd, maar het was een zootje. Missers, ongelijk. Ik dacht: laten we de mensen hun geld teruggeven.''

Maar tien minuten later verliep de voorstelling al veel soepeler. Hillen herinnert zich dat ,,de altijd wat narrige Kondrashin'' ineens ,,opmerkelijk opgewekt'' stond te dirigeren. ,,De finale, die helemaal niet was gerepeteerd, was een grote triomf. Het publiek was enorm enthousiast. Kondrashin kreeg een van de grootste ovaties uit zijn hele leven.'' Hillen was ,,dolgelukkig''. Hij rende de Van Baerlestaat in om een fles cognac voor de dirigent te kopen. ,,Ik heb hem omhelsd, wel tien keer bedankt.''

Hillen zegt dat hij na het concert zó opgelucht was dat hij het, samen met de orkestdirecteur, in Bodega Keyzer ,,op een zuipen is gaan zetten''. Kondrashin was uitgenodigd mee te gaan, maar hij had later die middag nog een repetitie met zangers. Hillen weet nog dat de dirigent die repetitie ,,wegens vermoeidheid'' heeft afgezegd. Het (onbevestigde) verhaal gaat dat de Rus daarna aan de cognac is gegaan. Hillen weet het niet. Wat Hillen altijd bijblijft is dat toen hij zelf tegen tien uur ,,tamelijk beneveld'' van Keyzer thuis kwam, de telefoon ging. ,,Het was Hans Kerkhoff, mijn voorganger als hoofd muziekafdeling bij de Vara. `Kees', zei hij, `Kondrashin is een paar uur geleden gestorven'. Ik wist natuurlijk niet wat ik hoorde'', aldus Hillen, die thans als hoofd klassieke muziek radio, televisie en internet bij de Avro in dienst is.

Van een enkeling kreeg Hillen het verwijt, dat het ,,onverantwoord'' was geweest Kondrashin als invaller op te roepen. Hij vindt dat onjuist, ,,de dirigent verrichtte met het dirigeren van een half programma geen buitengewone inspanning''. Hillen vergeet de tragische zaterdag 7 maart 1981 nóóit, de zondag daarna evenmin. ,,Bernard Haitink dirigeerde toen in het Concertgebouw de Vierde symfonie van Mahler twee jaar tevoren was dat zo gepland. De eerste helft, met daarin Schönbergs Verklärte Nacht, leende zich perfect voor een In Memoriam voor Kondrashin. En na de pauze zong in de Mahlersymfonie de sopraan Wir genießen die himmlische Freuden. Toeval allemaal, maar wel heel mooi.''

Het is opmerkelijk dat Kirill Kondrashin de derde Russische musicus is die gezondheidsproblemen kreeg ten tijde van een optreden in het Concertgebouw, weet Hillen. ,,David Oistrach, een vriend van Kondrashin, zakte daar eind jaren zeventig in elkaar toen hij het Amsterdams Philharmonisch orkest dirigeerde. En de Russische pianist Emiel Gilels kreeg er in de jaren tachtig een hartaanval.''

Het Concertgebouw is not a place to be, vonden de Russen. Hillen: ,,Russen zijn nu eenmaal heel bijgelovig.'' Meer dan tien jaar later, in 1992, speelde het Rotterdams Philharmonisch Orkest in de Matinee op de Vrije Zaterdag. Maar de Russische dirigent Gennadi Rozdjentstvenski wilde onder geen beding in het Concertgebouw aan de slag. De Matinee werd om die reden toen met publiek en al verplaatst naar het muziekcentrum Vredenburg in Utrecht.