Chinezen verbouwen bordeel tot museum

,,Een vat vol vuiligheid en een smeltkroes van drank, seks en geld'', zo omschrijft de Beijing Youth Daily het voormalig hoofdkwartier van een van China's beruchtste smokkelaars, Lai Changxing. Onlangs is het gebouw, de zogeheten `Kleine Rode Kamer', opengesteld voor het grote publiek als museum.

De zakenman Lai was het brein achter wat tot nu toe het grootste smokkelschandaal in de moderne Chinese geschiedenis is. Hij stond aan het hoofd van de Yuanhua-groep, een smokkelimperium dat ervan wordt verdacht in de periode 1994 tot 1999 voor meer dan zes miljard dollar aan smokkelwaar binnengebracht te hebben in China. In 1999 vroeg hij politiek asiel aan in Canada. Hij motiveerde zijn asielverzoek door te stellen dat hij als succesvol zakenman `leningen' verstrekte aan Chinese ambtenaren en dat hij het slachtoffer is geworden van onderlinge politieke strijd binnen de Chinese overheid.

De grootschalige smokkel was alleen mogelijk met medewerking van centrale figuren in het ambtelijk apparaat. Hij kocht ze om en fêteerde ze in zijn hoofdkwartier in de Zuid-Chinese havenstad Xiamen. Hij onthaalde z'n gasten op eten, drank en vrouwen, om ze vervolgens in het geheim te filmen als ze in vergulde baden met de hostessen in de weer gingen. Zo werden ze allemaal chantabel.

Premier Zhu Rongji, China's boegbeeld in de strijd tegen corruptie, heeft eerder dit jaar persoonlijk opdracht gegeven om het gebouw terug te brengen in zijn oorspronkelijke staat ,,om te [kunnen] dienen als opvoedkundig materiaal voor diepgaand zelfonderzoek onder partijkaders'', zo meldde de Beijing Youth Daily in mei. De krant vreest dat het museum zijn doel voorbijschiet en een gewone toeristische attractie wordt. En dat zou jammer zijn, meent de krant, want dan ,,verwordt de gapende maatschappelijke wond tot een weelderige perzikbloesem''.