Afrikaners nemen sport jukskei nog heel serieus

Jukskei, een sport uit de hoogtijdagen van de Afrikaners, is op zijn retour. Alleen aansluiting bij de inheemse spelen van de zwarte bevolking kan redding brengen.

,,Gooi 'n vierhou Dirkie!'' ,,Ja dominee.'' Dirkie heft de skei tot vlak voor zijn neus, zwaait onderhands naar achteren, weer naar voren en laat met een draaiende beweging los. Met een sierlijke boog vliegt de skei door de lucht en belandt precies naast de pen in de zandbak, de beoogde tactische positie, goed voor vier punten. Applaus van zijn kapitein, dominee Jaco Groenewald.

Dirkie van der Merwe, 16 jaar, is een talent in het jukskei. Met zijn drie spanmaten wint hij de wedstrijd in Reitz. Vader Peet glimt van trots. Toegegeven, veel tegenstand was er niet. Dat wordt eind deze maand anders als in Bloemfontein spelers van alle leeftijdsgroepen samenkomen voor een groot toernooi. Noem het geen spel, de Afrikaners nemen jukskei zeer serieus. Het is een sport, zeggen ze, met kampioenschappen, een geschiedenis en een website: www.jukskei.co.za.

Reitz, een onooglijk dorpje in de oostelijke Vrijstaat. Een kruispunt met een paar winkels, een benzinepomp en een kroeg, meer niet. En het zwarte township Petsana, veel groter dan Reitz zelf, op een heuvel aan de rand. De Vrijstaat is Zuid-Afrika's belangrijkste landbouwprovincie, de korenschuur. Eindeloze akkers liggen er nu, in de laatste wintermaand, keurig omgeploegd bij. Het wachten is op de eerste lenteregens die het zaai- en pootgoed zullen laten kiemen.

Riaan Coetzer (37) uit het nabijgelegen Bethlehem is bestuurslid van de jukskei-bond Oost-Vrijstaat. Hij groeide op met de sport in de `goeie oude tijd'. ,,Jukskei is een echte familiesport. Ik vormde samen met mijn twee broers en onze vader een span, een goed span. Helaas is het allemaal minder geworden. Het aantal deelnemers slinkt gestaag.'' Coetzer wijst op tientallen overgroeide banen op het clubterrein, midden in het dorp. ,,We hoeven ze niet allemaal bij te houden, daar zijn geen spelers meer voor.''

De boeren en de Boeren/Afrikaners de beroepsgroep en het volk komen historisch gezien grotendeels overeen trokken in de negentiende eeuw vanuit de Kaap diep het land in, met hun huifkarren en ossenwagens, waar ze de grond begonnen te bewerken. Uit die tijd stamt jukskei. De ossen die wagens trokken, werden gescheiden (geskei in het Afrikaans) door een platte houten paal, de skei. Als de ossen rustten, haalden de landbouwers de skeie tussen de jukken vandaan en begonnen daarmee te gooien. Zo ontwikkelde zich het spel. Een slimme boer kwam op het idee ronde skeie te maken om mee te gooien. Het object waarmee tegenwoordig wordt gegooid, ziet er uit als een Duitse pantservuist.

Pas in 1950 kreeg jukskei in Zuid-Afrika een officiële status. Dit hing samen met de totstandkoming van de apartheid, twee jaar eerder. De Afrikaner gemeenschap, de drijvende kracht achter de segregatie, verheerlijkte alles wat `volkseigen' was. In jukskei lag de romantiek van de Boeren besloten, een verheerlijking van de tijd van de Voortrekkers. Het propageren van het spel symboliseerde de politieke zege van de Boeren in hun `Suid-Afrika'. De zwarten waren verslagen, de Britten eveneens, met de stichting van de apartheidsstaat wierpen de Afrikaners een triomfantelijk vierhout.

Die tijd is voorbij. Riaan Coetzer, ex-politieman, tegenwoordig meubelmaker, wil liever niet praten over toen. ,,Ik heb geen verstand van politiek'', zegt hij. ,,Vroeger had ik plezier in mijn politiewerk, dat weet ik wel. Na de politieke omwenteling van 1994 niet meer. Ik ben er mee opgehouden en werk nu voor mezelf.''

Coetzer, Van der Merwe, dominee Groenewald, de hele zaterdag zijn ze in de weer voor hun sport. Voor de gasten worden `worsies' op de `braai' (barbecue) gelegd, is er bier en heel veel geduld om de puntentelling uit te leggen. Maar de Vrijstaters leven in het verleden. Zo is Groenewald predikant in de Afrikaanse Protestantse Kerk, de enige in het land die koppig zwarte lidmaten blijft weigeren. Deze opstelling druist in tegen de grondwet, dat weten Groenewald en zijn mannenbroeders heel goed. Die wedstrijd zullen ze op den duur verliezen.

Jukskei mag dan officieel geen blanke sport heten, het aantal zwarte beoefenaars is op de vingers van een hand te tellen. Waarom gaat Coetzer eigenlijk geen leden werven in het township voor zijn kwijnende bond? ,,Ach'', verzucht hij ,,hulle het nie geld nie om materiaal te koop en om te reis''. Maar: ,,Iedereen is welkom.'' En zowaar, in een brochure over jeugdspelers, ziet men hier en daar op foto's een zwart kopje staan. De jukskeibond moet ook wel, speelterreinen zoals in Reitz zijn eigendom van de gemeente en die wordt hier en op de meeste andere plaatsen gedomineerd door de zwarte meerderheid.

Aansluiting bij andere inheemse (zwarte) spelen lijkt zelfs de enige redding voor jukskei te zijn. Eerder dit jaar namen jukskeiers, onder wie Peet van der Merwe, in de Drakensbergen al deel aan de `Afrikaanse Spelen'. Het was even wennen, het veld te delen met beoefenaren van morabaraba, kgati en kho-kho.

De regels van Jukskei: twee teams van vier spelers staan tegenover elkaar. Om beurten werpt elk team twee skeie over een afstand van 16 meter naar de `pen', een paaltje midden in een zandbak. Skei, pen en zandbak hebben standaardafmetingen. Het omgooien van de pen is een doel, maar voor de geoefende speler is dit een koud kunstje, daarom is ook de positie van de skeie van belang. Wie het dichtst bij de pen ligt krijgt een punt. Het spel gaat door tot een van beide teams een `skoft' heeft gescoord: 23 punten.