Pragmatische leider

De Palestijnse leider Abu Ali Mustafa, die gisteren door Israël werd vermoord terwijl hij in zijn kantoor in Ramallah zat te telefoneren, was een pragmaticus die zich sinds kort aan de schaduw van `Dokter' George Habash had ontworsteld. De 63-jarige Abu Ali Mustafa (echte naam Mustafa al-Zibri) werd vorig jaar benoemd tot leider van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), na jarenlang als rechterhand en vertrouweling van PFLP-oprichter Habash te hebben gediend. Abu Ali Mustafa noemde de onderhandelingen met Israël ,,tijdverspilling'' en vond dat verzet tegen Israël ,,de hoogste prioriteit van de Palestijnse agenda zou moeten zijn''. Hij weigerde met Israël te onderhandelen. Toch werd hij beschouwd als een gematigd leider en zocht hij duidelijk toenadering tot Arafat. In 1999 zette hij voor het eerst na 32 jaar in ballingschap weer voet op Palestijnse bodem. Zijn terugkeer was volgens Israël bedoeld als een steuntje in de rug voor het vredesproces.

Abu Ali Mustafa werd geboren in een arm gezin in Araba, een dorp bij Jenin op de Westelijke Jordaanoever. Na de Arabische nederlaag in de Zesdaagse Oorlog van 1967 die de bezetting van de Westelijke Jordaanoever tot gevolg had, begon Mustafa een kleine guerrillabeweging naar het model van de Vietnamese verzetsbeweging Vietcong. Vijf maanden later zag hij zich gedwongen naar Damascus te vluchten. In de Syrische hoofdstad, destijds een toevluchtsoord voor radicale Palestijnen, richtte hij met de arts George Habash het pan-Arabische, op marxistische leest geschoeide PFLP op. Deze radicale PLO-factie was in de eerste helft van de jaren zeventig verantwoordelijk voor een reeks vliegtuigkapingen en voor een aanslag op de luchthaven van Lod (bij Tel Aviv) in 1972, waarbij leden van het Japanse Rode Leger 27 burgers doodden.

Abu Ali Mustafa werd tweede man van het PFLP in 1975 en volgde het traject van de PLO-top: hij verbleef achtereenvolgens in Jordanië, Libanon, Tunesië en, sinds 1994, in Damascus. Vorig jaar, kort nadat hij de met zijn gezondheid kwakkelende Habash had opgevolgd, voorspelde hij dat het geweld in het Midden-Oosten weer zou oplaaien. Tijdens de onderhandelingen in Camp David tussen Israël en de Palestijnen in juli 2000 zei Abu Ali Mustafa: ,,Ik denk dat een oplaaien van het Palestijnse geweld het waarschijnlijkst is omdat de gesprekken zijn mislukt en omdat het Palestijnse volk niets heeft overgehouden aan de vredesonderhandelingen sinds ze in 1991 in Madrid begonnen.''