Noorderlicht toont de schoonheid van de neutronenbom

Op Sense of Space, de hoofdtentoonstelling van Noorderlicht, heerst de stilte. Een heel weldadige stilte, soms. Op de foto's van de Engelsman Jem Southam bijvoorbeeld, waait de wind rond de krijtrotsen, de zee kabbelt, het landschap is kaal, alsof de tijd er geen grip op krijgt. Minder aangenaam wordt het al in de verlaten parkeergarages van Derek Shapton: oneindige stukken asfalt, flats, lantaarnpalen en luchten, zonder levende ziel. Ronduit ongemakkelijk wordt het als je langs het werk van 34 fotografen loopt, honderden foto's ziet en merkt dat ze gezamenlijk een universum van leegte en kaalheid vormen, waarin nog een paar mensen als zombies ronddolen. Alsof de neutronenbom is ontploft.

En die bom viel onverwacht. Zoals veel fotomanifestaties laveert ook Noorderlicht jaarlijks tussen documentaire- en zogenaamde kunstfotografie, die goed is vertegenwoordigd in de hedendaagse kunstmusea. De eerste variant wil laten zien hoe het in de wereld ís, als journalisten. De tweede wil liever een wereld tonen die wel bestaat, maar gezocht moet worden, soms zelfs licht gemanipuleerd. Op Noorderlicht was de eerste variant meestal het populairst.

Door dat beleid heeft Noorderlicht een goede reputatie opgebouwd, maar niet die van verrassing. In Groningen monkelen ze dan ook graag en veel dat de Randstad geen aandacht voor ze heeft, maar toch leidt die onvrede de organisatie er niet toe populairder te gaan programmeren. Voor de editie van dit jaar had het bijvoorbeeld voor de hand gelegen om wat extra aandacht te besteden aan de golf van vrouwelijke fotografen, die al een tijdje over het land spoelt. De intieme portretten van Rineke Dijkstra, Céline van Balen, Inez van Lamsweerde en Hellen van Meene worden zowel in bladen afgedrukt als in musea geëxposeerd. De toeschouwersstroom zou Noorderlicht van zijn minderwaardigheidscomplex hebben verlost.

Maar daar heeft de organisatie terecht niet voor gekozen. In het Groninger Museum is, buiten Noorderlicht om, bijvoorbeeld een reeks nieuwe foto's van Inez van Lamsweerde te zien. Daar is de fut overduidelijk uit. Het is niet meer dan de zoveelste serie portretten van fotomodel Kate Moss en haar vriendinnen die als perfect uitgelichte en bijgekleurde Godinnen verveeld op ons neerkijken – alsof ze genoeg hebben van de hype rond hun persoon, net als het publiek.

Dan liever het werk van Carla van de Puttelaar, de enige opvallende nieuweling in het genre, die bij Galerie Jacoba Wijk een serie vrouwelijke naakten toont. Haar vrouwenlichamen zijn hoofdeloos en griezelig wit, balancerend tussen Victoriaans bleek en overleden. Die balans wordt benadrukt door kleine `levenstekens': een wondje op de borst, een kousafdruk in een been. Ze maken Van de Puttelaars foto's alleen maar indringender.

Maar Van de Puttelaar is dus een uitzondering. Met Sense of Space kiest Noorderlicht duidelijk voor de kunst-kant van de fotografie. Het grote voorbeeld van veel van de deelnemende fotografen is ongetwijfeld de Düsseldorfse Becher-Schule, bekend van typische `museumfotografen' als Andreas Gursky, Axel Hütte en Thomas Schütte. Hun foto's vallen op door een schilderachtige kijk op de wereld, het zoeken naar patronen in lijn en kleur maar ook technieken als atmosferisch perspectief duiken vaak op op deze foto's. Sommige Sense of Space-deelnemers zijn regelrechte Becher-epigonen, zoals Walter Niedermayr, wiens sneeuwpistes bevolkt met een horde skiërs sterk aan Gursky doen denken. Maar vaker gaat de overeenkomst niet verder dan een geestverwantschap met de Becherschule. Deze fotografen zien de wereld als een schilderij, waarbij de emoties niet worden opgeroepen door mensen of gebeurtenissen, maar door de kleuren, composities en visuele ritmes die de wereld zelf te bieden heeft.

Gevolg daarvan is wel dat de mens op deze foto's volledig wordt gedepersonifieerd. De mens is hier een mier, gedoemd tot over de aarde schuiven in vaste patronen. De Nederlander Theo Bos bijvoorbeeld toont mensen die in groepen door troosteloze nieuwbouwwijken wandelen, of in staccato-ritme de trappen van station Den Haag Centraal bestijgen. Iedereen is ontdaan van zijn wil, veroordeeld tot voorthobbelen in de kudde.

Nog mooier, en subtieler, is dat zichtbaar in het werk van de Fransman Denis Darzacq. Darzacq fotografeert mensen van een kleine hoogte, bij voorkeur op kale pleinen. Daarbij is hij niet geïnteresseerd in de persoonlijkheden, maar in de patronen waarin mensen om elkaar heen draaien. Een prachtig, maar ook vreemd gezicht is het, mensen die als klodders op een Pollock-schilderij over een stoep staan gedrapeerd, zonder dat ze het zelf door hebben.

Zulke ritmes, vlakverdeling en kleurcontrasten, normaal voorbehouden aan schilderkunst, zie je veel op Sense of Space. De Engelsman Simon Standing bijvoorbeeld, maakt foto's van moderne urban villa-wijken. Iedereen heeft dezelfde tuinen, de huizen zijn van dezelfde steen, de hekken van hetzelfde hout. Standing concentreerde zich op het ritme in die gelijkvormigheid. Het mooiste is een foto waarin verschillende soorten hekhout achter en naast elkaar op een foto zijn gevangen, een echo van hekken die zich tot in de oneindigheid uitbreidt.

Nog mooier, maar ook koketter, zijn de atmosferische zeegezichten van David Williams. Er is geen golf of schuimkop te bekennen; Williams zeeën zijn zwoele studies in grijs, blauw en groen, af en toe onderbroken door een blauw jurkje of een rode zwembroek. Als geheel doen ze sterk aan het late werk van Turner denken – onweerstaanbaar.

Met al die aandacht voor kleur, ritme en compositie zou Sense of Space dan ook een ongegeneerd mooie tentoonstelling zijn, als er niet zo'n onheilspellende laag onder zou zitten. Want het is schoonheid die bestaat bij afwezigheid van de mens, het is de schoonheid van de neutronenbom. Het vreemdste voorbeeld hiervan zijn de foto's van Guido Mocafico. Mocafico werkte voorheen als reclamefotograaf, nu toont hij een serie van gebouwen die werden getroffen door aardbevingen of terrorisme. Hij fotografeerde ze bij nachtlicht: met zwoel blauw licht, wulpse schaduwen en weelderige glinsteringen. Ze zijn zo spannend dat je vergeet dat deze gebouwen nog steeds slachtoffers zijn. Ze zijn eigenlijk nog steeds reclame, maar nu voor vernietiging en verval. Dat Mocafico zijn toeschouwers daarmee weet te verleiden, is eigenlijk het beangstigendste.

Tentoonstelling: Noorderlicht. Hoofdtentoonstelling: Sense of Space, Der Aa-kerk, A-kerkhof 2. Verder o.a. in het CBK, Galerie De Pijp, de Synagoge, Niggendijker en het Kunstpaviljoen in Nieuw Roden. T/m 30 sept. Inl. www.noorderlicht.com.