Megawati bij buurlanden niet alleen handjeschudden

Megawati, terug van een tournee langs verschillende buurlanden, vlast op samenwerking, maar kampt vooral met terroristen en wapensmokkelaars.

President Megawati Soekarnoputri kwam vanmiddag thuis na een bliksemtournee van een week langs de negen andere lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Landen (ASEAN). De voorzitter van het Volkscongres, Amien Rais, mopperde dat ,,de president zo kort na haar aantreden belangrijker werk te doen heeft dan op reis gaan'', maar Rais praat graag voor zijn beurt en de trip viel bij de meeste commentatoren in goede aarde. Door zo snel op bezoek te gaan bij de buren toonde ze vertrouwen dat 's lands problemen kunnen worden opgelost. ASEAN is vanouds de hoeksteen van de Indonesische buitenlandse politiek en goed nabuurschap wordt algemeen gezien als een nationaal belang.

Dat buitenlandse politiek een afspiegeling is van binnenlandse prioriteiten en problemen, bleek uit de gespreksstof in de negen hoofdsteden. Megawati's reis was vooral bedoeld als kennismaking met de collega's van ASEAN, maar na de handdrukken en glimlachjes voor de fotografen besprak ze zulke ernstige zaken als terrorisme, wapensmokkel en economische samenwerking. Stuk voor stuk kwesties die raken aan Indonesië's grootste zorgen: binnenlandse instabiliteit en uitblijvend economisch herstel.

Megawati begon haar trip vorige week dinsdag in de Filippijnen, waar ze als een `zuster' werd onthaald door president Gloria Arroyo. De dames hebben veel gemeen. Ze zijn even oud – 54 – en brachten het dit jaar allebei van vice-president tot staatshoofd, nadat hun voorgangers in een turbulente machtsstrijd waren afgezet. Hun vaders, Soekarno en Diosdado Macapagal, waren begin jaren zestig president en konden het goed met elkaar vinden. Gloria en Mega regeren samen over meer dan 20.000 eilanden, die kampen met een stagnerende groei en religieuze conflictstof. Sitangkai, een eiland in de overwegend islamitische zuidelijke Filippijnen, geldt als overslagplaats voor de illegale wapenhandel. Die wapens gaan onder meer naar Indonesische probleemgebieden als Atjeh, waar een afscheidingsbeweging actief is, en de Molukken, waar de zogenoemde Laskar Jihad vorig jaar de strijd aanbonden met de christelijke gemeenschap. De presidenten spraken af om in de grenswateren gezamenlijke marinepatrouilles te houden om deze wapensmokkel in te dammen.

Na bliksembezoeken aan Vietnam en Laos – beide op donderdag – liet Megawati zich rondleiden door het hindoe-boeddhistische tempelcomplex Ankor Wat, de grootste toeristische trekpleister van Cambodja, waarna ze in Phnom Penh op de thee ging bij koning Norodom Sihanouk en zijn vrouw Monique.

Vrijdag deed de schijnbaar onvermoeibare president even Birma aan, dat door de militaire junta is omgedoopt in Myanmar. Over Mega's lunchgesprek met de juntaleider, generaal Than Shwe, werden geen mededelingen gedaan. Wel viel het op dat ze geen beleefdheidsbezoek bracht aan Aung San Suu Kyi, de kampioene van het democratische verzet tegen het militaire bewind, die in de hoofdstad Rangoon huisarrest heeft. Megawati wenste bij de kennismaking kennelijk niet tegen zere schenen te schoppen.

In de Thaise hoofdstad Bangkok bracht de president het grensoverschrijdende terrorisme ter sprake. In mei is in het zuiden van Thailand een geheime opslagplaats met vuurwapens en handgranaten ontdekt, die bestemd zouden zijn voor het gewapende verzet in Atjeh. Daarbij werden twee sergeants van het Thaise leger ingerekend. Premier Thaksin Shinawatra beloofde zijn gast niet te zullen dulden dat Thais grondgebied wordt gebruikt als uitvalsbasis voor vijandige acties tegen buurlanden.

Hetzelfde hete hangijzer, hand-en -spandiensten voor de Beweging Vrij Atjeh (GAM), stond ook hoog op de agenda in Maleisië. Dat landt biedt onderdak aan menige GAM-strijder en via de Straat van Malakka worden regelmatig wapens verscheept naar Atjeh. Premier Mahathir Mohamad verzekerde Megawati dat zijn land de Indonesische soevereiniteit over Atjeh erkent, maar gaf toe dat hij ook in eigen huis te kampen heeft met militante moslims. De islam is in Maleisië staatsgodsdienst, maar fundamentalisme wordt er niet geduld en die harde lijn zet kwaad bloed bij radicale elementen als de Mujahedeen Groep, die in verband wordt gebracht met recente bomaanslagen. De Indonesische politie arresteerde onlangs vier Maleisische moslims die worden verdacht van een aanslag met explosieven op een winkelcentrum in Jakarta. Megawati en Mahathir spraken af nauwer samen te werken bij het inlichtingenwerk.

Tijdens haar bezoek aan de stadstaat Singapore, afgelopen zondag, werd Megawati begeleid door drie superministers, die van Economie, Veiligheid en Welzijn. Haar voorganger, Abdurrahman Wahid, veroorzaakte vorig jaar een diplomatieke rel toen hij tijdens een visite aan Singapore het bewind aldaar beschuldigde van discriminatie tegen de minderheid van etnische Maleiers en ondermijning van de Indonesische economie. Een en ander moest nodig worden rechtgezet, want het overwegend Chinese eilandje heeft een overschot aan kapitaal en Singaporese entrepreneurs zijn meer dan welkom in Indonesië. De missie lijkt geslaagd: premier Goh Chok Tong repte weer van `warme banden'.