Kamer dreigt Foster Parents Plan

Foster Parents Plan moet voor zijn status als hulporganisatie vrezen na een hard rapport.

De inkt van het kritische rapport van oud-minister De Boer over Foster Parents Plan (FPP) in Haïti was gisteren amper droog, of CDA en PvdA wierpen de vraag op of minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) de hulporganisatie niet van haar subsidielijst moest schrappen. ,,We kunnen dit rapport niet zomaar negeren'', aldus Kamerlid Dijksma (PvdA).

Beide politieke partijen, die nauwe banden onderhouden met meer gevestigde hulporganisaties als ICCO, Cordaid en Novib, gingen vorig jaar tandenknarsend akkoord met Herfkens' besluit FPP toe te laten tot het exclusieve gezelschap van de zogeheten medefinancieringsorganisaties. Deze organisaties, afgekort tot MFO, krijgen elk jaarlijks tientallen miljoenen guldens steun voor hun projecten. Foster Parents kan voor dit jaar en volgend jaar samen rekenen op 85 miljoen gulden.

Een woordvoerster van minister Herfkens liet weten dat ze er voorlopig niet aan denkt FPP te schrappen. Pas volgend jaar, wanneer deze organisatie evenals Novib en anderen een nieuw verzoek voor de fel begeerde MFO-status moet indienen, wil ze bekijken of Foster Parents nog voor de omvangrijke subsidies in aanmerking komt. De woordvoerster wees er bovendien op dat het rapport van gisteren geen betrekking had op activiteiten in het kader van de medefinanciering.

Dat neemt niet weg dat Foster Parents Plan snel veranderingen zal moeten doorvoeren, wil ze het tij keren. De commissie onder leiding van oud-minister De Boer, tegenwoordig Kamerlid voor de PvdA, kraakte gisteren harde noten over de wijze waarop de internationale tak van FPP projecten had gerund in de sloppenwijk Cité Soleil in de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince. De projecten zijn inmiddels gestaakt.

De Boer constateerde dat er weinig terecht is gekomen van de projecten en dat het geld maar in zeer beperkte mate de kinderen bereikte voor wie het bedoeld was. Zo'n de helft van alle geld ging op aan de organisatie en administratie van de projecten. De situatie in de sloppenwijk was zeer moeilijk, maar het ontbrak FPP ook aan deskundigheid om veel van de grond te brengen.

De donateurs in Nederland kregen intussen steeds te horen hoe goed het met de projecten ging. De Boer wilde het woord misleiding gisteren niet in de mond nemen, maar verklaarde gisteren bij de presentatie wel: ,,Er werd door Foster Parents Plan een andere werkelijkheid gesuggereerd.'' Ze hekelde ook de manier waarop geld dat direct voor de kinderen was bestemd, zonder verdere plichtplegingen aan andere projecten werd uitgegeven.

De leiding van Foster Parents Plan, die de kritiek van De Boer in eerste instantie grotendeels negeerde, erkende gisteren uiteindelijk schoorvoetend in een schriftelijke verklaring dat er veel had geschort aan de communicatie met de donateurs in Nederland en met de ontvangende gezinnen in Haïti. Voorzitter P. Voûte hield echter vol dat zijn organisatie van elke gegeven gulden 83 cent besteedde aan de hulp zelf en niet 50 cent, zoals De Boer vaststelde.

De commissie hamerde er vooral op dat FPP eindelijk moet besluiten wat het wil. In Nederland spint de organisatie garen bij een concept, waarbij de indruk wordt gewekt van een persoonlijke band tussen de donateur en een kind in een ontwikkelingsland. Zo heeft FPP in Nederland 350.000 Foster-ouders achter zich gekregen en weet het jaarlijks ruim 200 miljoen gulden te vergaren op de `chari-markt'. In de praktijk stuit deze hulp voor individuele kinderen echter in de ontwikkelingslanden op tal van problemen. Daarom schakelt FPP dan vaak ter plekke liever over op gemeenschapsprojecten, waarvan de hele omgeving kan profiteren. Op dat terrein moet FPP overigens zijn deskundigheid nog aanzienlijk bijspijkeren, heet het bij Ontwikkelingssamenwerking, anders dreigt het alsnog buiten de MFO-boot te vallen, zeker als het aan partijen als het CDA en de PvdA ligt.

Deze andere aanpak moet bovendien ook eerlijk worden gemeld aan de donateurs, aldus de commissie, op het gevaar af dat de organisatie zo minder geld kan innen. Voor anonieme hulpverlening zonder persoonlijke band trekken Nederlanders immers de portemonnee minder snel open. Dat is een hard gelag voor de FPP-bestuurders, die de laatste jaren de miljoenen zagen binnenstromen.