Kabinet schetst toekomst in Verkenningen

Het kabinet presenteerde vanochtend `Verkenningen', een toekomstvisie waar een volgend kabinet zijn voordeel mee kan doen. ,,Welke coalitie er ook komt, ik denk dat men met deze visie keuzes kan maken.''

Het gaat volgens de één om ,,een unieke operatie''. De ander spreekt van een ,,inspirerend proces''. Wim Kuijken, secretaris-generaal van het ministerie van Algemene Zaken, en Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), drukken niets dan innige tevredenheid uit over de `Verkenningen' die vanochtend gepresenteerd werden door premier Kok en vijf van zijn ministers.

Vrijdag benadrukte de minister-president na afloop van de ministerraad dat deze toekomstvisie van zijn paarse kabinet niet zijn politieke testament is. De `Verkenning' is eerder ,,een sollicitatiebrief'' voor de voortzetting van Paars, heeft ook Kuijken, de ambtelijke rechterhand van Kok, de premier horen zeggen.

Een jaar lang filosofeerden interdepartementale, ambtelijke werkgroepen over vier door het kabinet geselecteerde probleemgebieden: onderwijs, economie, financiën en zorg. Later kwam daar de sociale infrastructuur bij.

Schnabel werd aangezocht om voor een overkoepelend betoog te zorgen. De directeur van het SCP schreef een doorwrocht essay, met als leidende gedachte dat er een heroriëntatie nodig is van de rol die de rijksoverheid heeft in de samenleving.

Is de politieke betekenis van deze verkenningen niet het signaal dat Paars nog niet klaar is en nog een keer wil?

Kuijken: ,,Ja, je kan het politiek duiden, maar voor de ambtelijke groepen was dat niet relevant. Welke coalitie er ook komt, ik denk dat men met deze visie keuzes kan maken. De onderwijsverkenning bijvoorbeeld geeft steeds verschillende opties aan. De premie- en belastingverkenning voorziet in varianten met verschillende scenario's en modules die andere uitkomsten geven al naar gelang de gemaakte keuze. Wat dat betreft was dit voor de ambtenaren iets geheel nieuws: nu eens niet een nota die draait om één uitkomst, maar gericht op het aangeven van alternatieven. De wijze van denken liet ook de gebaande paden los op het terrein van sociale infrastructuur. Daar waren niet de instituties uitgangspunt maar de leefomgeving van het individu, zoals de buurt en de school.''

Schnabel: ,,We zijn het nu weer vergeten, maar een van de achtergronden was vorig jaar het besef dat er eindelijk tijd en ruimte zou zijn voor nieuw beleid. Het heersende gevoel was: de rijksfinanciën zijn weer gezond, het perspectief daarvan, ook op langere termijn, is gunstig. Dat was een verademing na zoveel jaren van zuiniger, minder en kijken wat eráf kan.''

Maar als de gepresenteerde opties zo breed zijn dat alle partijen er hun voordeel mee kunnen doen, wat is dan de visie?

Schnabel: ,,Niet álle partijen, dat denk ik niet. Maar de verkenningen zijn niet opgezet denkend aan een bepaalde combinatie van politieke partijen. Er zitten opties in alle stukken om de accenten te leggen: vind je het belangrijker wat mensen individueel kunnen doen, of samen, of wat de overheid kan doen, of het maatschappelijk middenveld?

U geeft wel verschillende beleidsopties, maar u sluit tegelijkertijd andere mogelijke wegen om problemen aan te pakken uit. Zo wordt de CDA-gedachte van één belastingschijf voor iedereen, de vlaktax, onhaalbaar genoemd.

Kuijken: ,,Deze verkenningen zijn natuurlijk geëntameerd door dit paarse kabinet, maar zij laten toch veel ruimte. Het is gebaseerd op trends, en één van de trends is individualisering. Een andere trend is behoefte aan maatwerk.'' Tegen Schnabel: ,,Ik vond wel dat in de discussies bleek dat het kabinet zich heel goed kan vinden in jouw beschrijving en dat is wel visie, vind ik van de herpositionering van de overheid die richting geeft, die ruimte laat, die wel afrekent en ook resultaat wil zien.''

Schnabel: ,,Dat lijkt evident, maar de overheid heeft eerst te veel ruimte gelaten en dat werd dan achteraf `gedogen' genoemd. Nu zie je steeds vaker resultaatsparagrafen in wetgeving, dat moet ook met `rekenschap' gebeuren. De Spoorwegen zijn een prachtig voorbeeld. Het kan bij de privatisering van de NS nooit de bedoeling zijn geweest dat er een onderneming ontstond die bij wijze van spreken treinen ging laten rijden in Polen en zegt: het lijntje tussen Enschede en Mariënberg, wat kan dat schelen? Het gaat hier om publieke taken.''

Paul Schnabel tekent voor deze opvattingen. Paars heeft op de valreep z'n ideoloog gevonden.

Kuijken, schertsend: ,,U bent snel bij de kern.''

Schnabel, voorzichtig:,,Als directeur van een planbureau zit je natuurlijk wel dicht bij het kabinet. Je voelt de pijnpunten en kansen in de discussies met de ambtelijke top. Ik heb slechts verwoord wat ik hoorde in de ministerraad over de verschillende thema's. Als je dan bijvoorbeeld het verschil tussen kwalitatieve en kwantitatieve individualisering opschrijft, geeft dat bij veel ministers een Aha-erlebnis.

Typisch Nederlands dat aan het eind van een regeerperiode ambtenaren de opdracht krijgen een visie te formuleren, die dan wordt overgenomen door de politiek?

Kuijken: ,,Dat is een karikatuur: Ik denk dat de verkenningen de bandbreedte aangeven waarbinnen bij de formatie volgend jaar de beslissingen zullen vallen.'' Schnabel: ,,Om een voorbeeld te geven: vaak wordt gedacht dat de immigratie de gevolgen van de vergrijzing zal opvangen. Maar dat is een veelvoorkomend misverstand. Daar staat tegenover dat wanneer de pensioengerechtigde leeftijd zou worden verhoogd van 61 jaar, wat nu in feite het geval is, naar 63 of 64 jaar, we in één keer veel problemen hebben opgelost.'' Kuijken: ,,Een volgende regering kan deze denkrichtingen en beleidsopties gewoon naast zich neerleggen. Maar ik denk dat geen enkele politieke partij tegen de dominante trends in de maatschappij in wil gaan. En daarop zijn deze voorstellen geënt.''