Iraakse leger schiet onbemand verkenningsvliegtuig VS neer

Irak is er gisteren in geslaagd een onbemand Amerikaans verkenningsvliegtuig neer te schieten. Het Amerikaanse ministerie van Defensie erkende dat een robottoestel van het type Predator boven Irak verloren is gegaan.

Een woordvoerder van het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie, liet in het midden of het onbemande vliegtuigje, ter grootte van een Cessna-sportvliegtuig, was neergeschoten of door technische mankementen was neergestort. Volgens Irak werd de Predator bij Basra in het uiterste zuidoosten van het land door luchtdoelartillerie neergehaald.

Hoewel de traag vliegende, pilootloze Predator nauwelijks een militaire trofee van betekenis kan worden genoemd, kan het verlies ervan tóch als een grote propaganda-overwinning voor Irak worden beschouwd. Het is namelijk voor het eerst sinds de Golfoorlog van tien jaar geleden dat de Iraakse luchtafweer erin slaagt een Amerikaans toestel neer te halen. Irak heeft de pogingen om Britse en Amerikaanse vliegtuigen die boven het land patrouilleren neer te schieten de laatste tijd opgevoerd. In juli werden een U-2 verkenningsvliegtuig en een Hawkeye radarvliegtuig bijna door luchtafweerraketten geraakt.

De vliegende robots spelen een steeds grotere rol bij Amerikaanse militaire operaties. De belangrijkste reden hiervoor is dat ze als `wegwerpvliegtuig' zijn te beschouwen. Wordt er eentje neergeschoten, dan stijgt er gewoon een nieuwe op. Aangezien er relatief simpele apparatuur in is verwerkt, valt met het neerschieten geen `gevoelige' technologie in vijandelijke handen. Een Predator beschikt over een televisiecamera en telecommunicatieapparatuur waarmee het toestelletje vanuit een grondstation honderden kilometers verderop is te besturen.

De prijs speelt ook nauwelijks een rol. Ter vergelijking: een Predator kost 8 miljoen gulden, een bemand verkenningsvliegtuig kost al gauw het twintigvoudige. Bovendien: wanneer een vliegtuig mét piloot wordt neergehaald, moet een grootschalige, kostbare én op zichzelf al risicovolle reddingsoperatie op touw worden gezet.

Bij NAVO-operaties in Kosovo vlogen Predators onder de wolken, zodat ze de `ogen en oren' vormden van de jachtbommenwerpers die uit voorzichtigheid hoog boven het bereik van de Joegoslavische luchtdoelartillerie vlogen. De Amerikanen hadden enkele Predators met laserrichtapparatuur uitgerust. In een vervolg op de positieve ervaring hiermee, deden de Amerikaanse strijdkrachten onlangs proeven met Predators die waren uitgerust met Hellfire antitankraketten. Ook die proeven waren veelbelovend.

Het is niet voor het eerst dat een Predator ten prooi valt aan luchtafweer. Zo stelt het museum van de Joegoslavische luchtmacht in Belgrado trots een gebutst exemplaar ten toon, dat tijdens de NAVO-operatie Allied Force in 1999 werd neergehaald. Het Iraakse luchtmachtmuseum zal er binnenkort ook wel zo'n pronkstuk bij krijgen.