`Indicatieve' cijfers, harde conclusies

Nederland heeft `slordig' toegezien op de besteding van Europese subsidies. Zo oordeelde oud-president Koning van de Rekenkamer gisteren. Hoe kwam hij tot zijn conclusie?

to

Koning stelt het in de twee delen van zijn rapport over het Europees Sociaal Fonds (ESF) verschillende keren vast: de administratie van Arbeidsvoorziening over ESF-projecten deugde niet. Op pagina 69 van deel 2: ,,Wij constateren dat van een subsidieregeling die al sinds 1994 wordt uitgevoerd, tot op de dag van vandaag geen betrouwbaar inzicht is te geven in een actuele stand van zaken per project, per regio of op landelijk niveau.'' Of op pagina 14 van deel 1: ,,Het geautomatiseerde systeem (..) bleek niet toereikend om Arbeidsvoorziening en SZW van adequate management- en andere kwalitatieve informatie te voorzien.''

Alle bedragen die Koning noemt hebben daarom een ,,indicatief karakter''. Ondanks die gebrekkige informatie trekt hij vergaande conclusies over de onregelmatigheden met ESF-gelden vanaf 1994. Koning deed samen met accountants vooral een documentenonderzoek. Daarbij sprak de commissie ambtenaren van Sociale Zaken en medewerkers van Arbeidsvoorziening (Arbvo). Opvallend is dat hij veel bestuurders en directieleden die midden jaren '90 verantwoordelijk waren voor Arbvo niet heeft gehoord.

Een van de belangrijke conclusies van het rapport is dat er geen sprake is geweest van grootschalige fraude of van veel opzettelijke onregelmatigheden. Daarbij zou het bijvoorbeeld gaan om verkeerde urendeclaratie of te hoog opgegeven aantallen deelnemers. Koning spreekt wel over ,,vermoedens'' van meer fraude dan in de tien zaken waarin tot nu toe aangifte is gedaan. Hij baseert zich in dit verband op gesprekken met ,,vrijwel alle goed geïnformeerde betrokkenen'' als hij concludeert dat dit toch niet op grote schaal is gebeurd.

Op een ander vlak legt Koning beweringen van betrokkenen juist naast zich neer. Hij schrijft dat ,,veel van de door ons geïnterviewde betrokkenen'' veronderstellen dat na een akkoord dat toenmalig minister Melkert eind 1994 met de vakbonden en werkgevers had gesloten, ESF-geld in strijd met Europese regels is gebruikt om bezuinigingen op Arbvo te verzachten. Deze zomer verklaarden in deze krant vier vertegenwoordigers van de sociale partners die destijds bij de onderhandelingen met Melkert betrokken waren, dat dit met de minister was afgesproken. Een interne analyse van Arbvo onderschreef dit. Diverse geldstromen gingen volgens deze analyse als gevolg van de `partijenovereenkomst' door elkaar lopen. De vier vertegenwoordigers van de sociale partners zijn door Koning niet gehoord.

Toch komt Koning tot de conclusie dat het risico dat ESF-geld naar `het instituut Arbeidsvooorziening' is gegaan, verwaarloosbaar is. Het geld voor de `ESF Eigen Organisatie' is volgens hem verantwoord, zo stelt Koning in deel 1 van zijn rapport. In het meer gedetailleerde deel 2 schrijft de oud-Rekenkamerpresident dat vermoedens van `instituutfinanciering' voortkwamen uit controles van de EU en van de afdeling Interne Controle/Operational Audit van Arbvo. Bij die controles bleken Centra voor Vakopleiding (onderdeel Arbvo) uitsluitend ESF-projecten uit te voeren. In sommige gevallen was zelfs sprake dat alle jaaractiviteiten van een Centrum voor Vakopleiding als één project werden ingediend. Hieruit ontstond het vermoeden dat ESF-geld werd gebruikt ter aanvulling van het budget van een organisatie.

Koning onderschrijft dit vermoeden niet. De regelgeving staat volgens hem toe dat de ESF-gelden voor een uitvoerder van gesubsidieerde projecten, zoals Arbvo, een financieringsbron wordt, zonder welke die uitvoerder niet zou kunnen bestaan. Maar Koning vindt wel dat onduidelijkheid over de aanwending van ESF-geld door Arbvo kan zijn veroorzaakt, doordat slechts één bankrekening werd gebruikt waarop alle inkomsten en uitgaven werden geboekt en verantwoord. Koning stelt vast dat het geld voor de eigen ESF-projecten door de slechte administratie ,,in onvoldoende mate'' waren te volgen. Toch blijft hij er zeker van dat er geen ESF-geld in de organisatie van Arbvo is verdwenen.

Hij voert hier nog bij aan dat ook vóór 1994 jaarlijks een bedrag van circa 100 miljoen ESF-geld aan de eigen organisatie van Arbeidsvoorziening werd toegekend. Melkert wees hier gisteren na zijn persconferentie ook op. Maar betrokkenen uit die tijd vinden dat geen afdoende verweer van Koning en Melkert. Er is destijds namelijk het volgende veranderd: vóór 1994 bedacht Arbeidsvoorziening een project en werd er subsidie verstrekt, daarna was er `geoormerkt geld' en werden er projecten bij bedacht.

De Europese Commissie heeft een claim ingediend van 448 miljoen gulden voor de onregelmatigheden en onvolkomendheden bij de uitvoering van het ESF-programma over de periode 1994-1996. Koning trekt de conclusie dat dit te hoog is: hij denkt dat minimaal 71 miljoen zal moeten worden terugbetaald. Over de periode vanaf 1997 verwacht Koning geen grote schade, omdat de administratie toen beter werd en eventuele claims uit Brussel kunnen worden teruggeëist van uitvoerders van ESF-projecten.

Een onderzoek van de accountantsdienst van SZW, waarop Brussel zijn claim baseert, heeft de Europese Commissie voor Nederland op zijn onvoordeligst uitgelegd. Koning kiest de voordeligste variant. De accountantsdienst deed onderzoek naar 45 geselecteerde projecten op totaal 4.500 projecten. Bij zeven procent was sprake van onregelmatigheden, bij 34 procent was geen goede administratie (meer) voorhanden, terwijl dit volgens Brussel wel had gemoeten. Koning wijst er op dat hierbij een computerstoring een rol heeft gespeeld.

Brussel neemt nu 41 (7+34) procent als uitgangspunt, Koning gaat uit van de 7 procent. De vraag is of Konings rapport veel informatie bevat waarmee Brussel ertoe overgehaald zou kunnen worden de vordering over 1994-1996 te verlagen. Zijn rapport biedt geen nieuwe informatie over de omvang van de onregelmatigheden. Het geeft slechts een andere redenering dan die Brussel aanhoudt: alleen geld terugbetalen over projecten waar aantoonbaar fouten zijn geweest. Brussel wil evenwel geld terug van álle projecten waar geen bonnetjes van zijn.

Koning verklaarde gisteren de hoop te hebben dat minister Vermeend nu ,,voldoende materiaal'' heeft om de gesprekken met Brussel aan te gaan. Met die formulering wekt Koning de indruk op verzoek van Vermeend, immers zijn opdrachtgever, aan een verdedigingslinie tegen Brusselse aanvallen mee te werken.