`Ik ben minder scheutig met solo's'

De 75-jarige jazzveteraan Ray Brown, `peetvader van de moderne jazzbas', heeft onlangs weer twee albums aan zijn discografie toegevoegd. ,,Natuurlijk heeft je leeftijd invloed op wat je speelt.''

`Cello-imitaties', is Ray Browns gegromde commentaar op het spel van de meeste hedendaagse contrabassisten. ,,En dat terwijl de bas zo'n mooi instrument is met een eigen plaats in het geluidsspectrum. Die modieuze hoge noten zijn niet nodig.'' Browns eigen spel is allesbehalve iel en hoog. Ook op de twee albums die de inmiddels 75-jarige bassist recentelijk aan zijn discografie toevoegde, Live at Starbucks en Superbass 2, domineren zijn rondborstige toon en ongeëvenaarde stuwkracht die inmiddels een begrip zijn in de jazzwereld.

En dat terwijl de man die door critici en collega's `de peetvader van de moderne jazzbas' wordt genoemd als tiener begon achter het klavier. ,,Ik ben geen bassist van geboorte, maar ook geen pianist. Ik ben gewoon een muzikant die wil spelen'', stelt Brown, die in juli in Nederland was voor het North Sea Jazz Festival. ,,In onze muziekklas op de middelbare school zaten 26 pianospelers en ik zat dus het merendeel van de tijd te wachten tot ik een keer achter de toetsen kon. Ondertussen waren er drie contrabassen, waarvan er maar twee werden bespeeld. Op een middag ben ik op een bas afgelopen en heb eens wat geprobeerd; het was makkelijker dan ik dacht. De muziekleraar gaf me de garantie dat als ik naar bas omschakelde, ik ieder dag mocht spelen. Ik heb er niet lang over na hoeven denken.''

In 1945 vertrok Brown naar New York, waar hij midden in de bebop-revolutie terechtkwam. Hij speelde met Charlie Parker, Dizzy Gillespie, Bud Powell en Milt Jackson. Hij trouwde met zangeres Ella Fitzgerald en begeleidde haar tot hun scheiding in 1952. Zijn hoogtijdagen beleefde Brown in de jaren vijftig en zestig, toen hij de swingende steunpilaar was in het trio van pianist Oscar Peterson. Sinds die tijd heeft hij zich ontpopt als studiomuzikant en manager van onder anderen Quincy Jones. Maar platen bleef Brown altijd maken, liefst met veelbelovende talenten uit de jongere generaties, die hij op het podium steevast aanduidt met `the kids'.

Op Live at Starbucks zijn de jonkies-van-dienst pianist Geoff Keezer en drummer Karriem Riggins. Met hen zet de bassist een set neer die exemplarisch is voor de door Brown geleide groepen: een bluesje hier, een bossa daar, met respectvolle hoofdknikjes naar de swing en de bop. Van hoog technisch niveau maar niet vernieuwend. Dat hoeft ook niet, volgens Brown. ,,Als je eenmaal zo oud bent als ik, dan ben je blij als je 's ochtends wakker wordt. Het enige dat ik wens is M.O.S.: More Of Same. Ik heb er jaren over gedaan om mijn eigen geluid te ontwikkelen, dus ik zou wel gek zijn om daar nog wat aan te veranderen. Natuurlijk heeft je leeftijd wel invloed op wat je speelt. Ik ben nu bijvoorbeeld minder scheutig met solo's. In plaats van een solo in ieder nummer, doe ik er nu misschien twee per set; maar dan wel twee goeie, die de luisteraar raken. Dat mijn vingers wat minder snel zijn geworden is niet meer dan normaal. Ik ren de honderd meter ook niet meer in dezelfde tijd als veertig jaar geleden. Laat de jonkies nu het sprintwerk maar doen.''

Ray Brown heeft niets meer te bewijzen; de veteraan speelt alleen nog om er plezier aan te beleven. En dat is het duidelijkst te horen als hij optreedt met Superbass, het contrabastrio dat hij in 1996 oprichtte met voormalig Count Basie-bassist John Clayton en zijn officieuze kroonprins Christian McBride. ,,De eerste keer dat we met zijn drieën speelden was ongelooflijk intens, zoals je allereerste vrijpartij'', herinnert Brown zich met een grijns. ,,Ondanks die rush hadden we wel door dat we, als we als groep wilden spelen, de ruimte voor onze afzonderlijke stemmen moesten verdelen.''

En dus kreeg Brown de lage regionen toegewezen, McBride de hoge en nam Clayton het middenstuk en de meeste strijkpartijen voor zijn rekening. Superbass is door deze rolverdeling een trio van gelijkwaardige solisten. In 1996 kwam het debuut Superbass uit. Drukke agenda's weerhielden het plukkende drietal van een vervolg, maar eind 2000 kwamen ze eindelijk bij elkaar voor Superbass 2. ,,De enige afspraak die we hadden gemaakt was dat iedereen vier arrangementen zou meebrengen en daar zouden we het mee doen. Ik heb me bezig gehouden met de Porgy & Bess-muziek van Gershwin want de mogelijkheden van die stukken zijn volgens mij nog lang niet uitgeput. John is de serieuze van ons drieën en zijn stukken zitten vol highbrow-wendingen. Van Christian kan je altijd wat uitzinnigs verwachten; hij kwam aanzetten met `Papa was a Rolling Stone' van de Temptations!''

Het liefst zou Brown in Europa gaan touren met het bastrio, maar hij heeft zo zijn bedenkingen. ,,Met één bas heb ik vaak al problemen genoeg bij de vliegmaatschappijen, laat staan met drie. Hoe vaak is mijn instrument niet beschadigd uit het laadruim gekomen of, erger, helemaal niet.'' Het overkwam Brown weer eens op weg naar het North Sea Jazz Festival afgelopen juli, waar hij zijn 75ste verjaardag vierde met een speciaal concert. ,,Toen moest ik spelen op een geleende bas, waar de grepen net even anders zaten dan op mijn eigen bas. Vreselijk vind ik dat. Op het podium staan zonder je eigen vertrouwde instrument, dat is erger dan moeten optreden in je nakie.''

Ray Brown Trio: Live at Starbucks (Telarc, CD-83502), Ray Brown, John Clayton, Christian McBride: Superbass 2 (Telarc, CD-83483) Distr Challenge.