Gedoogcultuur moet op de helling

Het centrale thema van een volgend kabinet moet de afschaffing zijn van de bestuurlijke gedoogcultuur. Dat zei premier Wim Kok vanochtend bij de presentatie van `Verkenningen' ten behoeve van een nieuw regeerprogramma.

Volgens Kok is dat het logisch vervolg op de leidraad van Paars I (`Werk, werk werk') en Paars II, waar volgens hem de verbetering van de sociale voorzieningen prioriteit kreeg. ,,Weg met het gedogen'', aldus Kok. De rijksoverheid moet volgens de zogeheten Verkenningen een nieuwe bestuursfilosofie omarmen waarbij de overheid minder gedoogt en meer ingrijpt.

Het is de eerste keer dat een kabinet aan het eind van een regeerperiode beleidsopties voor een volgende kabinetsperiode en daarna presenteert. Zelf zei Kok: ,,Het zou schraal zijn als een kabinet een dergelijke ambitieuze toekomstverkenning niet presenteert.'' Na afloop van de ministerraad afgelopen vrijdag had Kok al gezegd dat de in paarse kaften gestoken beleidsnotitities niet zijn testament zijn, ,,maar eerder een sollicitatiebrief'' voor Paars III. Vanochtend gaf Kok verder aan dat ook andere dan de `paarse' partijen de voorgestelde beleidsopties zouden kunnen uitvoeren.

In een vraaggesprek met deze krant vandaag geeft secretaris-generaal Wim Kuijken van het ministerie van Algemene Zaken aan dat er voor een kabinet nauwelijks ruimte is om af te wijken van de voorstellen die in de Verkenningen worden gedaan. ,,Een volgende regering kan deze denkrichtingen en beleidsopties gewoon naast zich neerleggen. Maar ik denk dat geen enkele politieke partij tegen de dominante trends in de maatschappij in wil gaan. En daarop zijn deze voorstellen geënt.''

Opmerkelijk is dat het kabinet voor de nabije toekomst uitgaat van een verslechterde Nederlandse concurrentiepositie door een relatief hoge inflatie en een sterke stijging van de lonen. Het financieel beleid zal onverminderd streng moeten blijven.

In de notities worden wel degelijk concrete keuzemogelijkheden uitgesloten. Zo is volgens staatssecretaris Bos van Financiën de invoering van één belastingtarief voor iedereen (zoals bijvoorbeeld het CDA wenst) in een volgende regeerperiode niet realistisch omdat dit grote negatieve gevolgen zou hebben voor de inkomens van middengroepen. Belastingverlaging voor lage inkomens wordt ook uitgesloten. Volgens Bos helpt dat niet omdat 600.000 huishoudens al zo arm zijn dat zij niet of nauwelijks belasting betalen.

Verder zou het departement van Onderwijs in een variant kunnen worden omgevormd tot departement voor de Jeugd. Minister Van Boxtel van Grotestedenbeleid, verantwoordelijk voor de verkenning over de `sociale infrastructuur', pleit onder meer voor `bemoeizorg'.

interview pagina 2