Elgin Marbles horen nog niet in Athene

De sculpturen van het Parthenon die als Elgin Marbles te zien zijn in het Brits Museum, moeten terug naar Athene, zeggen de Grieken. Wie dat tegenspreekt wordt ten onrechte weggehoond, meent Anton van Hooff.

Volgens de Grieken is het hoog tijd dat de sculpturen van het Parthenon terugkomen naar Athene. De Olympische Spelen van 2004 zouden de ideale gelegenheid zijn om de gerepatrieerde kunstwerken, die nu als Elgin Marbles de topstukken van het Brits Museum zijn, aan de wereld te tonen op de plaats waar ze zijn ontstaan. Om aan hun eisen kracht bij te zetten, werd dit voorjaar een conferentie in Athene gehouden. Maar een enkeling, zoals ik, had de euvele moed de rechtmatigheid en de opportuniteit van de Griekse verlangens ter discussie te stellen. Mijn tegenspraak leverde in de Griekse pers kwalificaties op als `de steen des aanstoots' (he petra tou skandalou), de ketter en de slechterik (ho kakos).

Het onvermogen van de Grieken om de zaak van de Elgin Marbles in een breed perspectief te zien, heeft mijn mening versterkt dat de Elgin Marbles voorlopig in Londen moeten blijven.

Over het applaus dat opklonk na mijn woorden op de conferentie The Restitution of the Parthenon Marbles ontstond een hevige controverse. Volgens de Times was het een warm applaus, omdat velen, zelfs Grieken, het met mij eens waren. Nadat spreker na spreker zich had uitgeput om de Britten voor te stellen als imperialistische kunstrovers moet het voor menig buitenlander die zijn mening maar voor zich hield, een verademing zijn geweest een afwijkend geluid te horen. De Grieken waren diep verontwaardigd. Ze hadden de conferentie natuurlijk opgezet om aan de verstokte Britten te laten voelen dat de hele wereld achter de Griekse eis stond: de sculpturen die Lord Elgin in 1801 van het Parthenon liet weghalen, dienen nog vóór de Olympische Spelen van 2004 in Athene terug te zijn.

Op de openingszitting werd een steunbetuiging van Hillary Clinton maximaal uitgebuit. De video van haar verklaring werd op een megascherm geprojecteerd. En daar kwam een Hollander hun spel bederven. In hun boosheid hadden ze geen oor meer voor mijn conclusie. Het ligt voor de hand, zo verklaarde ik, dat het beeldhouwwerk ooit wordt herenigd met het Parthenon, mits dan inderdaad de eenheid van architectuur en sculptuur wordt zichtbaar gemaakt. Alleen maar de sculpturen in een Atheens museum opbergen is niet de optimale oplossing (het is heel ontactisch van de Grieken dat ze al een museum hebben gepland om de gerepatrieerde kunstwerken uit te stallen). De terugkeer van de Elgin Marbles naar Athene is alleen mogelijk als aan zeer strikte voorwaarden wordt voldaan en als de goede redenen worden gebruikt.

Een slechte reden is het juridische argument dat wordt aangevoerd om de Parthenonsculpturen weer naar Athene te brengen. Op de conferentie probeerde de ene Griekse deskundige na de andere aan te tonen dat Elgin, toentertijd Engels ambassadeur bij de Hoge Porte, van de Ottomaanse sultan helemaal geen toestemming had gekregen om het Parthenon te ontdoen van zijn plastieken. Hij mocht meten, tekenen en stenen die niet de structuur van de citadel aantastten, meenemen. Zijn vertegenwoordigers in Athene hadden de `firman' van de sultan of was het niet meer dan een aanbevelingsbrief? uiterst ruim geïnterpreteerd. Toen in 1801 de kratten met sculpturen al op de kade klaarstonden, was de lokale vertegenwoordiger van het Turkse Rijk alleen na betaling van een fors handgeld bereid permissie voor verscheping te geven.

Natuurlijk kan Lord Elgins gedrag niet door de moderne beugel. Een feit is dat het Turkse Rijk door te zwijgen de gang van zaken heeft gefiatteerd. Aangezien de originele documenten ontbreken, is de precieze gang van zaken niet na te gaan. Zo zal een poging om na twee eeuwen het Britse ongelijk aan te tonen onherroepelijk verzanden in eindeloze procedures. Bovendien, zelfs als de onrechtmatigheid van Elgins gedrag kan worden aangetoond, zou het resultaat kunnen zijn dat de Parthenonsculpturen in het Topkapimuseum in Istanbul terechtkomen. Want in 1801 was het Ottomaanse rijk ontegenzeglijk de rechtmatige overheid over het gebied van Griekenland.

Buitengewoon ergerlijk waren de wilde verwijten aan het adres van Elgin en de Britten. Het bontst maakte het de New-Yorkse jurist David Rudenstine. Als een advocaat in een televisiesoap veegde hij Elgin zo de mantel uit dat het niet zou hebben verbaasd als hij postuum de doodstraf zou hebben geëist. De verwijdering van de sculpturen mag naar moderne normen onaanvaardbaar zijn, ze heeft wel de klassieke kunstwerken voor verder verval behoed. Want ze hadden, zoals oude tekeningen bewijzen, in de vijftig jaar voorafgaande aan Elgins ingrijpen deerlijk geleden als gevolg van de trofeeënjacht door buitenlandse bezoekers, die allemaal een brokje Parthenon meenamen op vergelijkbare wijze slopen tegenwoordig toeristen de Angkor-Vat-tempel in Cambodja.

Objectief heeft Elgin de Parthenonsculpturen voor de mensheid gered, al was zijn primaire motief waarschijnlijk aan fraaie decoratiestukken voor zijn buitenhuis te komen. Sinds 1817, toen Elgin, door financiële nood gedreven, de stukken tegen een passende compensatie aan de Britse staat afstond, zijn de Marbles de grote trekpleister van het Brits Museum. Daar hebben ze voor de populariteit van de Griekse cultuur oneindig veel meer gedaan dan als de stukken in Athene verder waren vervallen. Men kan zelfs beweren dat zonder de Elgin Marbles Groot-Brittannië niet zou zijn bevangen door het filhellenisme, dat leidde tot actieve steun voor de Griekse onafhankelijkheid. De Grieken zouden wel eens een beetje meer erkentelijkheid mogen tonen in plaats van te smalen op de Britse kunstdieven.

Wat doet het er trouwens toe waar kunst zich bevindt? Is de Nederlandse schilderkunst minder nationaal doordat de Hollandse meesters zich voor het grootste deel buiten het land van ontstaan bevinden? Integendeel. ,,Ja maar'', wierpen Grieken tegen, ,,het geval van de Parthenonsculpturen is anders, omdat hier een bouwwerk is ontdaan van zijn beeldhouwwerk.'' Dit argument heeft slechts een betrekkelijk gewicht: moeten wij Rembrandts `De eed van Civilis' uit Stockholm terughebben voor het gebouw waarvoor het bedoeld is, te weten het Amsterdamse stadhuis, thans paleis op de Dam?

Bovendien is er geen sprake van dat de sculpturen weer op hun oorspronkelijke plaats kunnen worden aangebracht. Alleen al de erosie door de luchtvervuiling maakt de herplaatsing onmogelijk. Als de stukken in een Atheens museum worden opgeborgen, is de terugkeer een louter mystieke handeling, die alleen de Griekse gevoelens van verongelijktheid sust.

En tegemoetkomen aan die Griekse sentimenten is wel de allerslechtste reden om de Elgin Marbles naar Athene te sturen. Het stuitende negentiende-eeuwse nationalisme waaraan ook Griekse intellectuelen zich te buiten gaan, laat zien dat het land in veel opzichten nog een Balkanstaat is. Voor de beschaving in dat deel van de Europese wereld zou het een zegen zijn als men wat minder historisch besef had. Er is in het verleden altijd wel een argument te vinden om genoegdoening te eisen. Geschiedenis zeker de oudere levert geen argumenten, alleen maar verklaringen. Voor de Grieken is de geschiedenis echter nog steeds een retorisch arsenaal. Alles is koren op hun molen. Dat de Britten in 1937/38 de sculpturen wat al te radicaal hebben gereinigd, wordt niet in de opvattingen van de tijd begrepen. Nee, ze hebben zich vergrepen aan de Helleense kunst. Eén spreker wist wel waarom de Britten de Marbles niet wilden afstaan. Ze waren een te belangrijke bron van inkomsten voor het Brits Museum, terwijl dat nota bene gratis toegankelijk is.

De conferentie heeft duidelijk gemaakt dat een terugkeer van de Elgin Marbles naar Athene verder weg is dan de Grieken menen. Het precedent dat geschapen wordt, kan een enorme invloed hebben. Natuurlijk komt het in de kraam van de Grieken te pas te benadrukken dat het hier om een volstrekt uniek geval gaat. Maar in München bevinden zich de sculpturen van de tempel Athena-Aphaia op Aigina. En de Turken wijzen de toeristen op het grove onrecht dat het Pergamonaltaar in Berlijnse ballingschap is. Het einde is zoek: in musea snakken vele altaarstukken naar hun oorspronkelijke stek.

Een oplossing zal waarschijnlijk tijdens deze generatie Grieken, die vooral chauvinistisch denkt, niet mogelijk zijn. Pas als alle rechthebbenden, dat wil zeggen Britten, Grieken, maar ook Fransen, Denen en Oostenrijkers, die eveneens brokjes Parthenon bezitten, om de tafel gaan zitten om werkelijk gezamenlijk de beste presentatie te bedenken, kan recht worden gedaan aan de betekenis van het Parthenon voor de hele wereld. Helaas bleek tijdens de conferentie dat de tegenwoordige Grieken nog niet rijp zijn voor een internationale oplossing voor de Elgin Marbles.

Anton van Hooff is classicus.