Brussels geld

Het begint eentonig te worden. Opnieuw een onderzoeksrapport naar ambtelijk bestuurlijk handelen en wederom is de conclusie dat op diverse niveaus sprake was van ernstige tekortkomingen, elkaar tegenwerkende instanties en slordige uitvoering. Het rapport `onderzoek subsidies Europees Sociaal fonds' op verzoek van minister Vermeend (Sociale Zaken) opgesteld door de oud-voorzitter van de Algemene Rekenkamer, mr. H.E. Koning, schetst een treurig beeld van het met `Brussels geld' meegefinancierde Nederlandse werkgelegenheidsbeleid in de jaren 1994-1999. Met de projecten als zodanig was weliswaar weinig mis, maar met de administratieve afhandeling des te meer. Als gevolg daarvan eist de Europese Commissie nu een bedrag van 448 miljoen gulden terug van Nederland.

Het enige lichtpuntje is dat Koning mogelijkheden ziet voor de Nederlandse regering in de onderhandelingen met de Europese Commissie dit bedrag benedenwaarts bij te stellen. Dat neemt niet weg dat Nederland volgens de meest optimistische schatting van Koning nog altijd voor 71 miljoen gulden zal worden aangeslagen.

In wezen gaat het natuurlijk niet om de hoogte van de aanslag, maar om de oorzaken die er aan ten grondslag liggen. Nederland is jarenlang uitermate onzorgvuldig omgesprongen met de aan het Europees Sociaal Fonds (ESF) verbonden regelgeving. Daarbij komt nog dat niet is geleerd van eerdere fouten. Volgens Koning waren de nu door hem gesignaleerde tekortkomingen ook al in 1994 bekend. Er zijn dus sindsdien in het volle bewustzijn regels overtreden.

Volgens het rapport is van enigermate omvangrijk misbruik van Europese gelden niet gebleken. Dat is meegenomen, maar doet eveneens verder niet terzake. Waar het wel om gaat is dat Nederlandse betrokkenen bij werkgelegenheidsprojecten de Europese regelgeving, in de woorden van Koning, ,,naar eigen inzicht'' interpreteerden en dat afstemming met Brussel in ,,onvoldoende mate'' werd gezocht. Dat blijkens het rapport sommige van de direct betrokkenen dit gerommel wijten aan de `Hollandse' cultuur om gezag en regelgeving niet zonder meer te accepteren, is allereerst een lachwekkende, maar voor het overige vooral stuitende verklaring.

Van belang bij de beoordeling van de ESF-perikelen is vanzelfsprekend het antwoord op de vraag hoe `erg' de overtredingen zijn. Koning doet opvallend laconiek over het begrip onregelmatigheden. Terecht stelt hij dat dit woord niet direct hoeft te worden geassocieerd met fraude en misbruik. Maar daar zijn de moeilijkheden met de Europese Commissie ook niet toe te herleiden. De controverse met Brussel betreft vooral de meningsverschillen over de interpretatie van de regelgeving. Bij twijfel over de rechtmatigheid van projecten lieten aanvragers de beoordeling achteraf over aan de controleur. Anders gezegd: men begon een project en liet het er vervolgens op aankomen of Brussel al dan niet akkoord zou gaan. Dit is aanzienlijk minder onschuldig gedrag.

Door de jaren heen is de moeizame relatie die Nederland had met het Europees Sociaal Fonds stelselmatig onderschat. Dit kan niet alleen het ministerie van Sociale Zaken worden verweten, maar ook de organisaties van werkgevers en werknemers die via de Arbeidsvoorziening eveneens belast waren met de uitvoering. Koning toont in zijn rapport aan dat de gedecentraliseerde en `vermaatschappelijkte' uitvoering alleen maar vertroebelend heeft gewerkt. Poldermodel betekende in dit geval behalve gedeelde verantwoordelijkheid ook gedeelde schuld.

PvdA-fractieleider Melkert die de afgelopen weken was uitgegroeid tot het middelpunt van de ESF-affaire, kan dit uitleggen als een plezierige boodschap aan zijn adres. In zijn toenmalige functie van minister van Sociale Zaken was hij een van de vele spelers in het ondoorzichtige spel. Maar dat neemt niet weg dat hij van 1994 tot halverwege 1998 de enig politiek verantwoordelijke voor de tekortkomingen was.

De aandacht voor de ESF-affaire heeft zonder meer een extra dimensie gekregen als gevolg van de politieke toekomst van Melkert. In de ontstane politieke hectiek die samenhangt met de ophanden zijnde leiderschapswisseling bij de PvdA zijn zaak en persoon onvermijdelijk door elkaar heen gaan lopen. Maar dat is wat anders dan dat zijn integriteit in twijfel is getrokken, zoals Melkert gisteren op een persconferentie beweerde. Melkert legt het rapport Koning nu zeer eenzijdig uit als een volledige rehabilitatie. Maar wat blijft staan is dat het rapport-Koning concludeert dat de Europese subsidieregeling op alle niveaus slordig is uitgevoerd. Op die kwalificatie blijft Melkert volop aanspreekbaar.