Bijzitter

Nu de zomer bijna achter de rug is, zijn we ook weer voor een poosje verlost van de terrasbijzitter.

De terrasbijzitter is de persoon (soms meervoud) die spiedend het volle terras betreedt, terwijl u net verwikkeld bent in een intiem gesprek met uw geliefde. Alle plaatsen zijn bezet, behalve die twee rieten stoeltjes aan uw tafel. De terrasbijzitter komt, ziet en gaat zitten, nadat hij u in het vriendelijkste geval nog heeft toegemompeld ,,of deze stoel misschien vrij is''.

Hij stoot zijn knie aan de uwe, of aan die van uw geliefde, en pakt de menukaart die u nog nauwelijks heeft kunnen raadplegen. Gebiedend kijkt hij om zich heen. Komt er nog wat van, heer ober?

Hoe verder?

U was net bezig met het voltooien van de cruciale zin ,,Lieverd, je hoeft niet bang te zijn dat...'', maar u besluit het karwei niet af te maken en slikt het restant in, samen met een stukje melige bitterbal.

Lastig.

De terrasbijzitter heeft niets om handen. Hij had een krantje willen kopen, maar dat is hij vergeten. Geeft niet, zijn dagelijkse kruiswoordpuzzel kan nog wel even wachten, want hij mag graag onder de mensen verkeren, zeker als hij een alleenstaande is. Er is op zo'n terras altijd wel iets te zien of te horen. Neem nu dat paar tegenover hem, waarvan de man een beetje sullig voor zich uit zit te staren. Hoe lang zouden die twee bij elkaar zijn? Het leeftijdsverschil is niet gering. Zij is, op de keper beschouwd, nog best een lekkere meid. Had ze niets beters kunnen krijgen dan deze oude, amechtige lul?

Uiteraard zou de terrasbijzitter zijn stoel kunnen omdraaien om de schijn van nieuwsgierigheid te vermijden, maar waarom eigenlijk? Dat terras is ook van hém, hij betaalt er toch net zo goed voor? Bovendien is het nu net of hij één geheel vormt met dat vreemde stel, en valt hij dus niet zo op in zijn allenigheid.

De minuten verstrijken traag. Uw gesprek is volledig vastgelopen op de zandbank van uw discretie. Koortsachtig zoekt u naar neutrale onderwerpen, maar verder dan de Tour de France en de uitgestelde verbouwing van de garage komt u niet. Verdomme. Luttele minuten tevoren had u eindelijk, na veel omwegen, uw relatie op de snijtafel gelegd, maar nu zit u machteloos te kijken naar een lichaam in ontbinding waarop een aasgier is neergestreken.

De terrasbijzitter vindt dat de stilte aan tafel nu lang genoeg heeft geduurd. Hij stoot een gezellig lachje uit en zegt: ,,Zomertje hè? Leuk zaakje! Genieten!''

U knikt, verslagen. U heeft gefaald, en u weet dat. U wenkt de bediening en betaalt met een potsierlijk hoge fooi hij zou eens kunnen denken dat u krenterig bent. Met een gegromde groet loopt u, toch nog samen met uw geliefde, weg.

Bij het verlaten van het terras struikelt u nog bijna over twee vale Moldavische accordeonisten die, ook al ongevraagd, hun onsterfelijke repertoire (`Besame mucho', `Muss I denn') afwerken.

Wat is er eigenlijk tegen de winter?