Bier en lethargie

Met geen ander doel dan de totale overgave aan de zon en aan de lethargie vloog ik voor twee weken naar het Griekse eiland Kos. Ik trof het wel. De uitzonderlijke hitte die er heerste, greep zelfs de vaste eilandbewoners bij de keel. En zoals te verwachten viel, nam mijn bierconsumptie met het verstrijken der dagen toe.

Bier en lethargie – dat klinkt volmaakt. Dat was het ook. Op het knagen in het lichaam na.

Toen ik tien jaar geleden stopte met de professionele hardfietserij was mijn hart zo groot als het hart van een koe. Ik moest gaan aftrainen volgens een streng programma. Drie jaar later had het hart weer een menselijke proportie. Min of meer was ik weer een normaal en gezond mens. Nooit meer sporten nam ik me toen voor. Ik hield het een jaar lang vol.

De tragiek van de ex- topsporter schuilt hem hierin dat hij voor de rest van zijn leven zal moeten blijven bewegen. Hij bezit een lichaam wat tot in den dood wenst te worden afgemat. Het blijft knagen, het blijft de geest dicteren. Gelukkig is er een scheikundige verklaring die de vrees voor een post- sportieve neurose afzwakt.

De ex- sporter, en vooral de ex-duursporter, is een ordinaire endorfineverslaafde.

Endorfine werkt ongeveer hetzelfde als morfine. Het bestrijdt de pijn en het geeft een zalige roes. Wie er ooit van geproefd heeft, kan niet meer zonder. De leverancier van het goedje is niet een louche dealer, maar het eigen lichaam. Hoe meer pijn men lijdt, hoe meer endorfine het lichaam naar zichzelf en zijn bewoner toeschuift. Het lichaam presenteert zichzelf een sigaar uit eigen doos.

Dat noem ik nog eens een wonder der natuur.

Ik noem mezelf geen topsporter meer. Ik zou niet durven. Ooit heb ik bepaald niveau gehaald. Toen ik nog jong en sterk en onbezonnen was. Ik noem mezelf nu liever een bezadigd-recreatief sporter. Drie maal in de week onttrek ik mijn shotje endorfine aan een minimale inspanning. Daar kan ik mee vooruit.

Kort nadat ik terugkeerde van Kos trok ik een paar skeelers aan. Ik zwierde door een roerloze en tamelijk lauwe Hollandse zomeravond. Veel te ver en veel te snel ging ik.

Het was al donker toen ik thuiskwam. Ik skeelerde de huiskamer binnen en liet me vallen op de bank. Alsof ik thuiskwam na een bezoek aan de methadon-bus.