Bezwaren tegen dieren als donors

Nederlanders vinden transplantatie van dierlijke organen en weefsels alleen wenselijk als er geen andere oplossingen zijn voor het tekort aan menselijke donororganen.

Dat blijkt uit het eindrapport van het publieke debat `Xenotransplantatie, kán dat?' dat minister Borst (Volksgezondheid) gisteren in onvangst nam.

Vijfenzestig procent van de ondervraagden wil dat de overheid het onderzoek naar xenotransplantatie niet stimuleert of zelfs stopzet; een kwart vindt dat de overheid dit onderzoek wel moet steunen.

In het rapport zijn de uitkomsten verwerkt van enquêtes en discussies op internet die via een speciaal daarvoor in het leven geroepen website (www.xenotransplantatie.nl) zijn gevoerd. Veel mensen blijken de voorkeur te geven aan andere oplossingen voor het tekort aan organen, zoals een systeem waarbij elke Nederlander donor is, behalve diegenen die bezwaar aantekenen. Alternatieven als kunstorganen en donatie bij leven zijn te verkiezen boven xenotransplantatie.

Xenotransplantatie verkeert nog in het stadium van de dierproeven. Wetenschappers concentreren zich op onderzoek naar de afweer van het menselijk lichaam tegen geïmplanteerde dierlijke organen.

Ook werkt een dierlijk orgaan niet altijd precies hetzelfde als de menselijke variant en bestaat het gevaar dat dierlijke virussen bij mensen een nieuwe infectieziekte veroorzaken.

Bijna de helft van het Nederlandse publiek denkt niettemin dat xenotransplantatie uiteindelijk effectief kan zijn bij het oplossen van het tekort aan organen.