SER: Zuiniger zijn op het platteland

Gebieden die stad noch natuur zijn moeten worden beoordeeld op hun eigen merites en niet worden beschouwd als ,,zoekruimte'' voor stedelijke uitbreiding. Over wat er met deze gebieden moet gebeuren, is de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening niet duidelijk genoeg.

Dat staat in het ontwerp-advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) over deze nota die het kabinet enkele maanden geleden heeft gepresenteerd. De SER is verdeeld over het kabinetsvoorstel om steden te verplichten een zogenoemde rode contour te laten trekken, waarbuiten niet mag worden gebouwd. Een deel van de commissie noemt het instrument ,,te bot'' en ,,contraproductief'', omdat het een gebiedsgerichte benadering belemmert en bovendien leidt tot strijd om de open ruimte in de balansgebieden tussen steden onderling. Een ander deel van de SER-commissie vindt het voorstel voor het trekken van rode contouren juist te vrijblijvend, ze zouden nog strakker om de stad moeten worden getrokken. De SER-commissie kan zich wel vinden in het plan om groene contouren te trekken rond beschermde natuurgebieden.

De SER stelt echter vast dat het stelsel van rode en groene contouren een groot deel van de oppervlakte van het land, de zogenoemde `balansgebieden' buitensluit. Dat gebeurt ten onrechte. ,,Naar de mening van de SER-commissie zou de noodzaak om te investeren in de verschillende kwaliteiten van de balansgebieden centraal moeten staan. Dat is zowel van belang voor de vitaliteit van het platteland als voor de functies die het gebied vervult voor de stedelijke bevolking en bedrijvigheid.'' Volgens de SER-commissie is het stellen van groene en rode contouren rond steden en natuurgebieden niet voldoende om `versnippering' en `verrommeling' van het platteland tegen te gaan. Rijk en provincies kunnen waardevolle cultuurlandschappen aanwijzen als nationale of provinciale landschappen. Dat betekent het ,,zodanig geleiden van de sociaal-economische dynamiek dat de landschappelijke kwaliteiten ten minste behouden blijven of (per saldo) versterkt worden''.

De Vijfde Nota geeft ,,een te eenvoudige voorstelling van het vrijkomen van landbouwgrond'', aldus de commissie. ,,Landbouwgrond moet niet als een soort restcategorie beschouwd worden.''