Mond- en klauwzeercrisis laait in Verenigd Koninkrijk weer op

Een onverwachte en grote uitbraak van mond- en klauwzeer dompelt Noordoost-Engeland opnieuw in een crisis. In Northumberland, een half jaar geleden de bron van de epidemie, maar al drie maanden ziektevrij, werden gisteren opnieuw drie gevallen van de besmettelijke veeziekte bevestigd, wat het landelijk totaal op 1.979 brengt.

Vorige week werden in dezelfde regio, rondom Hexham, ook al drie nieuwe uitbraken vastgesteld. Ondanks scherpe veiligheidsmaatregelen, zoals desinfecties, quarantaines en het sluiten van openbare voetpaden, bestaat vrees voor meer gevallen.

Twee boerenbedrijven uit de laatste infectiegroep hebben vee verhandeld via een lokale markt. Mogelijk heeft de ziekte zich intussen naar andere boerderijen verspreid. Proeven in een straal van tien kilometer rond Hexham moeten dat binnen tien dagen uitwijzen. ,,We hadden goede hoop dat we onze ziektevrije status zouden terugkrijgen'', zei Malcolm Corbitt van de National Farmers' Union (NFU), de grootste boerenvakbond. ,,Nu zijn we weer terug waar we op 20 februari waren. Dit is een ramp.''

Begin mei zei premier Blair dat de epidemie ,,zo goed als bedwongen'' was, maar dat rekening moest worden gehouden met opflakkeren van de ziekte en dat scherpe veiligheidsmaatregelen nodig bleven. Veedeskundigen hebben boeren er later van beschuldigd te laks te worden.

Eerder traden ook in Wales en North Yorkshire, waar schapen vrij in de heuvels grazen, grote clusters op. In North Yorkshire werd het laatste geval tien dagen geleden vastgesteld. In Cumbria, in het noordwesten, met 868 gevallen de zwaarst getroffen regio, wordt nog steeds vrijwel dagelijks een nieuw geval gerapporteerd. Voor de komende herfst en winter, wanneer kou en vocht het virus helpen, wordt rekening gehouden met nog meer gevallen. Sinds de ontdekking van het eerste geval van mond- en klauwzeer in februari zijn in het Verenigd Koninkrijk meer dan 3,7 miljoen dieren gedood en vernietigd om het besmettelijke virus te bedwingen.