Militair beleid VS is omgekeerde wereld

De regering-Bush heeft verregaande veranderingen in het Amerikaanse militaire beleid tot een hoofdbestanddeel van haar programma gemaakt. Het voornaamste argument voor een nieuwe opzet is dat uitgangspunten zoals in de Koude Oorlog verouderd zijn.

Daar zit best iets in, maar wat is de regering van plan voor te stellen? Een vermindering van zware wapens, gebaseerd op het huidige strategische vereiste dat tegelijkertijd twee grote oorlogen moeten kunnen worden gevoerd. In plaats daarvan zal de nadruk komen te liggen op geavanceerdere hightech-wapens. Deze worden niet afgestemd op het soort kleinschalige oorlogvoerings- en vredeshandhavingsmissies dat tegenwoordig de grootste dreiging van geweld met zich meebrengt. Die roemloze klusjes worden aan regionale organisaties overgelaten, en de Verenigde Staten zullen zich richten op afstandswapens en strijdplannen voor de lange termijn.

De plannenmakers betogen dat de huidige bases, die verspreid over de wereld liggen, door de onwil van bondgenoten wel eens onbruikbaar kunnen worden. Daarom moeten de Verenigde Staten er rekening mee houden dat ze op zichzelf zijn aangewezen.

Dit betekent onvermijdelijk dat veel meer op de ruimte wordt vertrouwd. Het lijkt ook de verklaring voor de steeds openlijker vijandigheid van de regering-Bush tegenover verdragen die de militaire gevestigde orde aan regels binden die evenzeer gelden voor de Verenigde Staten als voor de rest van de wereld.

De Verenigde Staten lijken op het standpunt te staan dat hun militaire macht op dit moment zo overheersend is dat akkoorden niet meer kunnen bijdragen tot vergroting van hun veiligheid, maar Amerika alleen kunnen belemmeren.

President George W. Bush heeft gezegd het eens te zijn met president Vladimir Poetin dat het raketschild dat Washington per se wil bouwen zou moeten leiden tot een belangrijke vermindering van de Amerikaanse en Russische kernwapenarsenalen. Maar hij beweert dat het niet nodig is dit met verdragen te doen, want het is zo'n gedoe om die te sluiten.

Minister van Defensie Donald Rumsfeld heeft in een van zijn vernuftig misplaatste vergelijkingen gezegd dat het nu de Koude Oorlog voorbij is net zoveel zin heeft om zulke verdragen met Rusland te sluiten als met Mexico of Canada (die geen atoomwapens hebben.)

Bestuurlijk Washington, met inbegrip van Rumsfeld, laat zich steeds openlijker uit over de kans op oorlogvoering in de ruimte. Generaal Michael Ryan, de stafchef van de luchtmacht, zei laatst: ,,Volgens mij komt er in de toekomst een moment dat we de ruimte gaan gebruiken voor offensieve en defensieve slagkracht.''

Een commissie onder leiding van Rumsfeld rapporteerde vlak voor hij minister van Defensie werd dat de invoering van wapens in de ruimte onvermijdelijk was en dat de Verenigde Staten een doctrine voor oorlogvoering in de ruimte moesten ontwikkelen. Dit berust op de cirkelredenering dat het soort strijdmacht dat de Verenigde Staten willen steeds afhankelijker zal worden van materieel in de ruimte, daardoor steeds kwetsbaarder zal worden en dús althans ten dele verdedigd zal moeten worden door de vernietiging van ieder anders aanvalspotentieel.

Op de laatste bijeenkomst van de VN-ontwapeningscommissie in Genève heeft China aangedrongen op een nieuw verdrag tegen wapens en oorlogvoering in de ruimte. De Verenigde Staten hebben dat botweg als onnodig van de hand gewezen.

Het wordt maar door weinigen openlijk verwoord, maar er is een school onder de strategische denkers die de volstrekte beheersing van de ruimte onmisbaar acht voor de toekomstige veiligheid van de Verenigde Staten, omdat er volgens die mensen onherroepelijk wedijver ontstaat.

De Verenigde Staten moeten dan ook een grote voorsprong behouden, ook al moeten uitdagingen met geweld worden gepareerd. Dus zijn wapenbeheersingsverdragen een beletsel dat waar mogelijk moet worden weggenomen.

Deze denkwijze is volstrekt de omgekeerde wereld. Omdat de Verenigde Staten zoveel afhankelijker dan wie ook zijn van het gebruik van de ruimte, voor militaire én voor burgerdoeleinden, zou moeten worden ingezien dat ze er speciaal belang bij hebben om er vanuit te gaan dat de ruimte geen slagveld wordt. Een poging om militair te overheersen kan alleen maar leiden tot nieuwe coalities van verzet, die elke dreiging eerder vergroten dan opheffen. Als de Verenigde Staten weigeren om akkoorden te sluiten die ook voorzien in de veiligheid van anderen, moeten ze niet verbaasd zijn als er geen vertrouwen is in de heilzaamheid van de Verenigde Staten.

Natuurlijk rijst dan de vraag waarom de Verenigde Staten per se onbeperkte macht willen verzamelen. Wat willen ze daarmee doen? En wat het antwoord op dit moment ook mag zijn, hoe kan iemand weten wat het antwoord zal zijn over tien jaar, over een generatie? De overheid van elk land probeert per definitie het nationaal belang te verdedigen. Waar gaat dat wringen met het grotere algemeen belang en waar zullen die twee naar verwachting wel samenvallen?

Het ziet er naar uit dat Washington een klassieke analytische studie van de toekomstige Amerikaanse defensiebehoeften wil maken en daarbij mikt op een technische, mechanische voorspelling die voorbijgaat aan de doorslaggevende politieke en psychologische factoren die kunnen bepalen of een beleid zal slagen.

We leven in zo'n ongewone periode van de geschiedenis dat er keuzen kunnen worden gemaakt waarvan de gevolgen veel groter zijn dan ze op het eerste gezicht lijken, net als in de tijd vlak na de Tweede Wereldoorlog. Zonder dat er echt over wordt gesproken, wordt op dit moment de vorm bepaald van Amerika's betrekkingen met de rest van de wereld.

Flora Lewis is columnist van de New York Times. ©NYTS