India wanhopig na dreigement Enron

Topman Kenneth Lay van de Amerikaanse energiemaatschappij Enron wil dat zijn regering sancties neemt tegen India, omdat een deelstaat contractverplichtingen niet nakomt.

Wat ooit een toonbeeld moest zijn van India's economische liberalisering, is verworden tot een symbool van grof kapitalisme en harteloze uitbuiting. Althans, vanuit het perspectief van India. Volgens het Amerikaanse energiebedrijf Enron is er niet veel meer aan de hand dan dat India zich niet aan afspraken houdt.

De Indiase deelstaat Maharashtra, waar Bombay de hoofdstad van is, sloot acht jaar geleden een contract met Enron voor de bouw van een van de grootste en modernste elektriciteitscentrales van de wereld. Kosten: 3 miljard dollar. Nu wil of kan de deelstaatregering het eerste miljard niet op tafel leggen. Waarop Enron dit weekeinde op hoge toon dreigde met economische santies van de Verenigde Staten. Volgens bestuursvoorzitter Kenneth Lay van Enron komt het niet nakomen van de financiële verplichtingen neer op `onteigening van Amerikaans bezit'. Juridisch bestaat dan de mogelijkheid om de Amerikaanse regering te verzoeken de ontwikkelingshulp te bevriezen en handelsverdragen op te zeggen.

In India is met ergernis en wanhoop gereageerd op de uitspraken van Kenneth Lay in The Financial Times. Het tijdstip had niet ongelukkiger kunnen zijn gekozen: juist nu is de regering-Bush bezig de laatste sancties tegen India, die waren ingesteld na de kernproeven in 1998, op te heffen.

Het verhaal van Enron begint in 1993, onder duistere omstandigheden. Zo liet de toenmalige chief-minister Sharad Pawar van Maharashtra niet eens een onderzoek doen door economen en elektriciteitsdeskundigen naar de noodzaak en de gevolgen van deze grootste buitenlandse investering in de Indiase geschiedenis. En waarom kregen andere investeerders binnen- en buitenlandse geen kans mee te dingen? En waren er afspraken over de toekomstige prijs van de elektriciteit?

Er hing een zware geur van smeergeld rond de deal, en de partijen in de oppositie wisten dat zo te benutten, dat zij de daarop volgende verkiezingen wonnen. De nieuwe deelstaatregering wilde de onderhandelingen met Enron heropenen, maar Enron weigerde: contract is contract.

Toen anderhalf jaar geleden de eerste stroom uit de elektriciteitscentrale van Enron kwam, en de prijs ervan maar liefst drie keer zo hoog bleek te zijn als die van andere leveranciers, was de maat vol. Enron gaf als uitleg dat deze centrale niet zomaar een fabriek was, maar een `state of the art' installatie. Bovendien werd de capaciteit nog niet volledig benut.

Hierop liet de deelstaatregering in november vorig jaar een rekening van 17 miljoen dollar liggen. Enron reageerde ongemeen fel: het bedrijf sprak meteen een overheidsgarantie aan, waardoor de verhouding met de deelstaatregering alleen vijandiger werd. De deelstaatregering weigerde nog langer stroom van Enron af te nemen de patstelling was compleet.

Intussen was aan de reputatie van India als gunstig investeringsland flinke schade toegebracht. Vier andere buitenlandse energie-investeerders trokken zich terug en Enron bevroor zijn investeringen. In mei dit jaar zegde Enron het contract zelfs geheel op en eiste een schadevergoeding van 1 miljard dollar, niet van de deelstaat, maar van de Indiase republiek.

De nationale regering in Delhi bemoeide zich begin zomer met de kwestie en benoemde een team van experts om na te gaan wat er allemaal misging en waarom de elektriciteit van Enron zoveel duurder was. Nog tijdens het onderzoek van het team zegde Enron toe de prijs te zullen verlagen, wat de verdenking dat het bedrijf misbruik maakt van de lacunes in het contract enkel heeft vergroot.

`Kapitalisme met een onmenselijk gezicht', schrijven de linkse kranten nu: met een vuist vol dollars een paar politici in een arm land omkopen, het hele land bedotten en dan dreigen met internationale sancties. Door de Enron-affaire is er heuse heimwee ontstaan naar de tijd waarin India socialistisch was en buitenlandse investeerders bij voorbaat de deur wees.