Hockeyvrouwen berusten in nederlaag

Rouwig was de bondscoach allerminst over het verlies van de titel die vorig jaar de voorbode bleek van een dramatisch olympisch toernooi. ,,Nu hebben we tenminste een reden om kritisch te blijven'', sprak Marc Lammers met een flauwe glimlach na de 3-2 nederlaag van zijn hockeysters in de finale van het toernooi om de Champions Trophy.

Het frivole Argentinië bleek gisteren, in het met zevenduizend toeschouwers uitverkochte Wagener-stadion, vele malen sterker dan Nederland, dat zeven dagen eerder het onderlinge groepsduel nog met 2-1 had gewonnen. Gisteren toonde de kampioen van Zuid-Amerika, in eigen land getooid met de bijnaam Las Leonas (De Leeuwinnen), evenwel de ware kracht. Het resulteerde in de eerste titel voor de ploeg die zeven jaar geleden voor het eerst van zich deed spreken (tweede bij het WK in Dublin) en vorig najaar, bij de Olympische Spelen in Sydney, pas in de finale een halt werd toegeroepen door gastland Australië.

Maar wat graag gunde Lammers zijn collega, de innemende Sergio Vigil, gisteren de eer. Niet dat hij zijn speelsters vooraf had opgedragen om de handrem te hanteren, want: ,,Natuurlijk wilde ik vandaag graag winnen.'' Toch liet Lammers reeds in de voorbereiding doorschemeren uiteindelijk vrede te hebben met een tweede of derde plaats. ,,Voor een team in ontwikkeling zou het beter als we niet meteen op de hoogste trede kwamen te staan.''

Want gemakzucht en zelfoverschatting, in het verleden al zo vaak spelbreker bij de Nederlandse hockeysters, wenst de vijfvoudig international buiten de deur te houden, op weg naar dat ene grote doel: het wereldkampioenschap, volgend najaar in Australië. ,,We zijn op de goede weg, maar hebben nog een hoop werk te verzetten'', verkondigde Lammers gisteren, nadat hij de afgelopen maanden al had opgeroepen tot ,,iets meer bescheidenheid''.

Ver hoeft de oud-bondscoach van Spanje niet terug te gaan in de geschiedenis om aan te tonen dat succes een verlammende uitwerking kan hebben. Op dezelfde plek immers als waar zijn elftal gisteren genoegen moest nemen met de zilveren medaille, won zijn voorganger Tom van 't Hek zes jaar geleden de Europese titel, ten koste van het ditmaal gedegradeerde Spanje. Amper vijf maanden later kwam de kersverse kampioen met de schrik vrij bij het olympisch kwalificatietoernooi in Kaapstad. Eén doelpunt verschil slechts bedroeg de marge ten opzichte van het onfortuinlijke China.

Aanspraak op titelprolongatie maakte de op zeven plaatsen gewijzigde selectie van Lammers gisteren geen moment. Bevangen door de spanning en de hitte ging het elftal van start. Met als gevolg een veel te traag tempo en een slordige opbouw, waarmee de tegenstander in de kaart werd gespeeld en de verdediging voor het eerst serieus onder druk kwam te staan. ,,Dat zullen sommige meiden ook nog moeten leren: omgaan met de spanning van een finale'', doceerde Lammers.

Na rust volgde een korte opleving, met doelpunten van routinier Julie Deiters (cornervariant) en topscorer Ageeth Boomgaardt, zonder dat de overwinning van Argentinië ook maar een moment in gevaar kwam. Het was aan keepster Clarinda Sinnige, het hele toernooi al verrassend sterk op dreef, te danken dat de schade uiteindelijk beperkt bleef tot drie tegentreffers. ,,Het toernooi duurde één wedstrijd te lang'', constateerde Lammers in zijn nabeschouwing en daarmee was niets teveel gezegd.

Niettemin kon de eerstejaars bondscoach tevreden terugkijken op het toernooi, waarin zijn ploeg fris en gretig voor de dag trad en met vijf zeges op rij indruk maakte. Vooral de winst op wereld- en olympisch kampioen Australië, hoewel niet meer de geoliede machine van weleer, riep herinneringen op aan het hoge niveau van de editie van twee jaar geleden in Brisbane, waar de ploeg van Van 't Hek bij nader inzien te vroeg `piekte'.

Zover zal het ditmaal niet komen, benadrukte routinier Sinnige na afloop. Wat dat betreft lijken de harde lessen uit het verleden geleerd. ,,Dit team heeft de potentie om volgend jaar wereldkampioen te worden'', beweerde de 28-jarige keepster van Amsterdam. ,,Maar om zover te komen, zullen we de komende maanden nog wel een paar flinke stappen moeten maken.'' En, grijnzend: ,,Maar dat is aan Marc wel toevertrouwd.''

Ten onrechte ontstond vorige week de indruk alsof Lammers plotseling het Ei van Columbus had ontdekt door zoveel waarde toe te kennen aan het naar eigen zeggen uitgekiende video-analysesysteem van zijn assistent Lars Gillhaus. Het gebruik daarvan is echter al jaren eerder regel dan uitzondering bij de topteams, zoals het toernooi in Amstelveen maar weer eens bewees.

Grensverleggend is Lammers in dat opzicht niet, al was de videobril die hij ruim een week geleden introduceerde wel een noviteit op de hockeyvelden. Zelf was hij overigens de eerste om het belang van de electronica te relativeren. In navolging van de bij de vrouwen opgestapte video-pionier Roberto Tolentino (,,The video doesn't move the ball.'') verklaarde Lammers dat ,,die videobril niet scoort, al schijnen sommigen dat nu te denken''.

Meer belang – en terecht – hechtte Lammers aan de toegenomen `mentale hardheid' binnen zijn selectie. Ter illustratie wees hij gisteren op strafcornerspecialiste Dillianne van den Boogaard. Die viel voor rust uit met een gebroken neus, maar keerde na ruim tien minuten terug met een hechting, om het duel vervolgens tot de laatste minuut uit te spelen. Lammers: ,,Bijna geen adem kunnen halen en toch doorspelen, ik geef het je te doen.''