Grieken en hun buren: hoe mooi kan de Balkan zijn

Aan vredesbetuigingen ontbrak het niet op een informele ontmoeting van ministers uit Griekenland, Albanië, Macedonië en Bulgarije. Maar de Grieken blijven ten aanzien van Albanië en vooral Macedonië op hun hoede.

De Griekse minister van Buitenlandse Zaken Jorgos Papandreou was eind vorige week in zijn element. Hij ontving zijn collega's van Albanië, Bulgarije en Macedonië in de (Grieks-)Macedonische stad Florina, maar ook aan het nabijgelegen feeërieke Meer van Prespa waar een jaarlijks festival werd gehouden. In deze streek komen de grenzen van de republieken Griekenland, Albanië en Macedonië tezamen.

Leidmotief werd aldus de verzuchting ,,hoe mooi kan de Balkan zijn''. Ook overdrachtelijk: de ministers van Albanië en Macedonië zagen elkaar voor het eerst sinds het uitbreken van vijandelijkheden in laatstgenoemd land en van vier zijden ontbrak het niet aan vredesbetuigingen, versterkt door 30 Olympische winnaars die alvast een `bestand' van 17 dagen afkondigden voor de Spelen van 2004, hetgeen weer werd bekrachtigd door kinderkoren en losgelaten duiven.

Zo kennen de Grieken hun populaire minister, die meer en meer als opvolger van premier Simitis wordt gezien. Ook zijn toenadering tot het vierde buurland op de Balkan, Turkije, legt hem tot nu toe geen windeieren. Oppositie komt slechts van scherpslijpers binnen en buiten de regeringspartij. De officiële oppositiepartij Nieuwe Democratie (ND) heeft geen duidelijk weerwoord, ook niet inzake de Griekse deelname, met 420 mannen en vrouwen, aan de NAVO-missie Noodzakelijke Oogst waartegen oppositieleider Karamanlis in het weekeinde weer waarschuwende geluiden liet horen. Maar datzelfde deed al eerder de minister van Defensie Tsochatzópoulos, vooruitlopend op een eventuele mislukking.

Een paar weken had Papandreou, vakantie houdend, zich niet openlijk met Macedonië beziggehouden, hetgeen leidde tot het verwijt dat hij zich niet wilde branden aan een aangestoken lont. In de pers ontbrak het niet aan noodlotscenario's. Ondanks het bestaan van gematigde regeringen in Tirana en Sofia zag men aankomen dat Albanië en Bulgarije zich vroeg of laat op een ontredderd Macedonië – Skopje zegt men hier – zouden storten, en er stonden zelfs experts op die waarschuwden dat Athene zich in dit geval niet onbetuigd moest laten. Bij een eventuele `kantonisatie' van Macedonië moest het de vorming van minstens één ,,Vlachisch-Grieks'', dus orthodox, kanton eisen. Twaalf jaar geleden heeft een Griekse onderminister van Buitenlandse Zaken, Virginia Tsouderou, het bestaan van een Griekse minderheid van 200.000 zielen in `Skopje' ontdekt, in en rond Bitola (Monastir). Veel Vlachen daar zouden in werkelijkheid Grieken zijn.

Maar de alarmkreten van de Griekse Cassandra's gingen verder. Op grond van uitlatingen vanuit één van de Albanese rebellengroepjes zag men aankomen dat de `Groot-Albanese gedachte' zich ook zou uitstrekken tot Griekenland – niet alleen vanwege de honderdduizenden Albanese immigranten, maar ook vanwege de `Tsamides', Albanees sprekende moslims van wie er enkele tienduizenden in Noordwest-Griekenland woonden tot na de Tweede Wereldoorlog, toen ze vanwege collaboratie met de bezetter naar Albanië werden verdreven. Ze eisen nu rechtsherstel, met op zijn minst financiële schadeloosstelling. Anders dan de Albanese oppositieleider Berisha hoort men de huidige Albanese minister van Buitenlandse Zaken Paskal Milo hier echter niet over.

Een onwezenlijke kwestie uit een alweer ver verleden blijft intussen die van de formele naam van de andere buurrepubliek, Macedonië, die van de Grieken niet Macedonië mag heten. Daarover werd onder auspiciën van de Verenigde Naties in New York nog steeds onderhandeld, en men schijnt dicht bij een oplossing te zijn gekomen: Gornamakedonia, Slavisch voor Opper-Macedonië. Maar het uitbreken van de Albanese rebellie heeft dit weer op de lange baan geschoven. De erevoorzitter van de ND, Mitsotakis, die zich als premier in 1992 fel verzette tegen namen als deze, pleitte afgelopen weekeinde nogal onverwachts voor een `samengestelde naam'. Voorlopig moet Athene het nog steeds doen met FYROM, afkorting van Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Met enige voldoening constateerden de Grieken vorige week dat NAVO-chef Robertson deze formule weer eens hanteerde. Maar veel vaker wordt in het Griekse spraakgebruik de naam Skopje gebruikt voor het geheel. Dit leidt bijna dagelijks tot wartaal als `de hoofdstad van Skopje' of `Tetovo, de tweede stad van Skopje'.