FPP-methode populair én duur

Hoe succesvol het Foster Parents Plan ook als fondsenwerver is, op de besteding van het geld is heel wat aan te merken.

Steeds verder raakt het Foster Parents Plan (FPP), al jaren de onbetwiste kampioen in het werven van particuliere fondsen, verstrikt in zijn eigen tegenstrijdigheden. Het rapport van een commissie onder leiding van oud-minister Margreeth de Boer, die vandaag verslag uitbrengt over recente FPP-programma's in Haïti, legt in dat opzicht de vinger op de wonde plek.

De commissie was ingesteld na felle kritiek van een groep Haïtianen en sommige Foster-ouders in Nederland, die stelden dat veel FPP-geld voor de sloppenwijk Cité Soleil werd verspild. De projecten ter plaatse zijn overigens inmiddels grotendeels stopgezet.

Hoe succesvol FPP ook als fondsenwerver mag zijn, op de besteding van de fondsen is heel wat aan te merken. Ook de commissie-De Boer is wat dat betreft duidelijk. Weliswaar concludeert ze dat er in Haïti geen sprake is geweest van fraude, maar ten onrechte is de Foster-ouders in Nederland voorgespiegeld dat er steeds 87 procent van de fondsen ten goede is gekomen aan de kinderen. In werkelijkheid gold dat maar voor 50 procent van het geld, een laag percentage gemeten naar de normen van de ontwikkelingswereld.

Ook is de gulle gevers onvoldoende duidelijk gemaakt dat veel geld niet rechtstreeks aan de kinderen is besteed maar aan andere projecten, die soms overigens wel degelijk in het belang van de kinderen waren.

FPP dankt zijn financiële succes vooral aan de formule, waarbij Nederlanders via donaties van 50 gulden per maand een kind in een ontwikkelingsland `adopteren'. De circa 350.000 gevers krijgen een persoonlijke band met `hun' kind en af en toe ontvangen ze ook brieven van hen. Deze persoonlijke band spreekt zeer aan bij de gevers. Het is echter ook een zeer kostbare methode. Volgens de commissie De Boer gaat zeker 10 procent van de fondsen op aan het organiseren van de correspondentie tussen kinderen en Foster-ouders.

Er kleven bovendien ook nadelen aan. Door je zo specifiek op één kind te richten, dreigt het evenwicht met andere, eveneens arme kinderen in een gezin of in de lokale gemeenschap verstoord te worden. Het gevaar dreigt van willekeur. Ook Foster Parents Plan is zich allang van dit probleem bewust. Daarom heeft de organisatie tal van projecten opgezet, zoals scholen en ziekenhuizen, waarvan alle kinderen en soms ook volwassenen kunnen profiteren.

Overigens wist FPP zich vorig jaar dankzij deze andere hulpprojecten een plaats te verwerven in het exclusieve gezelschap van de zogenoemde financieringsorganisaties (Novib, ICCO, Cordaid, HIVOS). Ondanks woedende reacties van de andere vier MFO's, oordeelde minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) dat FPP's activiteiten breed genoeg waren om ervoor in aanmerking te komen. Dat bracht nog eens zo'n 85 miljoen gulden voor twee jaar in het toch al goed gevulde FPP-laatje.

FPP erkende zelf al een paar jaar geleden tegenover deze krant dat de organisatie meer openheid moest betrachten. Maar de organisatie heeft wat dat betreft nog een lange weg te gaan, zo blijkt. Nog voor de commissie-De Boer haar rapport presenteerde liet FPP al brutaalweg weten dat dit alle beschuldigingen en aantijgingen tegen de organisatie weerlegt.

Aldus hoopte FPP kennelijk nieuwe negatieve publiciteit af te wenden. Aan den lijve had de organisatie twee jaar geleden, toen de Haïtiaanse kwestie begon te spelen, al ervaren hoe schadelijk die kan zijn. In korte tijd kostte die de organisatie toen 10.000 donateurs, ofwel een bedrag van 5,4 miljoen gulden. FPP ontkomt er echter op den duur niet aan om helderheid tegenover zichzelf en zijn donateurs te verschaffen. Anders lopen de donateurs in nog veel groteren getale weg.