ESF-kwestie `langdurig onderschat'

Er is sprake geweest van een langdurige onderschatting van de problematiek, aldus Henk Koning, die de bestedingen van ESF-gelden onderzocht.

Oud-Rekenkamer-president Henk Koning maakt in zijn rapport over de tussen 1994 en 1999 verstrekte subsidies uit het Europees Sociaal Fonds een belangrijk voorbehoud. Door administratieve gebreken en het gegeven dat Arbeidsvoorziening en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) nog bezig is met de afwikkeling van ESF-declaraties heeft Koning slechts een beperkt beeld kunnen krijgen op de financiële omvang van de problemen met het ESF.

,,Voor onze werkzaamheden zijn wij afhankelijk geweest van de informatieverstrekking door betrokkenen waarvan de volledigheid en de correctheid door ons niet steeds controleerbaar was.''

Daarnaast was Koning van mening dat hij de oud-bewindslieden Bert de Vries (CDA, 1990-1994), Ad Melkert (PvdA, 1994-1998) en Klaas de Vries (PvdA, 1998-2000) niet kon horen. Dat is de verantwoordelijkheid, zo stelt Koning, van de huidige minister Vermeend (PvdA).

De algemene conclusie die Koning, samen met de accountants die voor hem werkten, trekt is dat bij het ministerie van Sociale Zaken en bij Arbeidsvoorziening sprake is geweest van ,,een langdurige onderschatting van de problematiek''. Koning noemt het ,,onbegrijpelijk'' dat van de ervaringen uit de vorige periode van het ESF – dus van voor 1994 – zo weinig is geleerd. ,,Blijkens correspondentie en rapporten, waren veel van de nu door ons genoemde tekortkomingen al in 1994 bij de meeste partijen bekend.'' Hoewel Koning stelt dat het oordeel over het gevoerde beleid aan het parlement wordt overgelaten, schrijft Koning over de problemen: ,,Dit is onzes inziens alle partijen te verwijten die invulling hebben gegeven aan de Nederlandse uitvoering van ESF-regelgeving.''

Controle en toezicht

Het ESF-programma 1994-1999, waar een bedrag van 2,7 miljard gulden aan Europese subsidies mee gemoeid was, is ,,in Nederland op alle niveaus, van SZW tot en met uitvoerders, slordig uitgevoerd''. SZW heeft zich volgens Koning afhankelijk gemaakt van de uitkomsten van de uitvoering van het ESF, waarvoor sinds 1991 Arbeidsvoorziening verantwoordelijk was. In september 1994 constateerde een intern bureau van SZW, SoZa-Consult, dat er tekortkomingen waren bij de uitvoering en toezicht op het ESF-programma, maar de aanbevelingen van SoZa-Consult hebben in de jaren daarna slechts beperkt opvolging gekregen. Het ministerie had zelf geen greep op de uitvoering en geen inzicht in de kwaliteit van de uitkomsten. SZW ontplooide nauwelijks initiatieven om in te grijpen. Het zogenoemde tweedelijnstoezicht van SZW kreeg alleen gestalte als controles van de EU om een reactie vroegen. Minister Melkert drong in 1996 middels een ,,dringende ministeriële brief'' bij Arbeidsvoorziening aan op wijzigingen in de organisatie, maar daaraan werd onvoldoende gevolg gegeven. Arbeidsvoorziening is als uitvoerder ,,ernstig tekortgeschoten''. Samen hebben SZW en Arbeidsvoorziening zich ,,weinig constructief betoond bij het gezamenlijk zoeken naar oplossingen''.

De financiële schade

De terugbetaling van circa 447 miljoen gulden die Brussel terugvordert wegens de tekortkoming tussen 1994-1996 noemt Koning ,,zeer hoog''. Bij dat bedrag gaat het om een terugbetaling van 32,5 miljoen gulden aan schuld waarvan de verrekening al was voorzien. De overige 415,5 miljoen gulden is volgens Koning te hoog vastgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van een beperkt onderzoek van de accountantsdienst van het ministerie onder 45 projecten; in totaal ging het om duizenden. Daarvan was bij 41 procent sprake van onregelmatigheden. Dat percentage heeft Brussel geëxtrapoleerd naar het hele bedrag dat tussen 1994 en 1996 is verstrekt. Koning gaat uit van een minimumbedrag van 71 miljoen (plus de 32,5 miljoen) dat terugbetaald moet worden, omdat in slechts 7 procent sprake was van echte onregelmatigheden en fraude. In de overige gevallen ontbrak een goede administratie. Koning zei vanmorgen op dat vlak al ,,enige coulance'' in Brussel te constateren.

De partijenovereenkomst

De overeenkomst die minister Melkert eind 1994 de vakbonden en werkgevers sloot over de besteding van geld uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) heeft er volgens Koning niet toe geleid dat bezuinigingen op Arbeidsvoorziening zijn gedekt met ESF-geld. Vier vertegenwoordigers van vakbonden en werkgevers zeiden deze zomer in deze krant dat de zogeheten partijenovereenkomst de problemen met het ESF inleidde. Daarin zou Melkert ESF-geld beschikbaar hebben gesteld om bezuinigingen te verzachten, wat in strijd is met de Europese regelgeving. Een interne reconstructie van Arbeidsvoorziening (Arbvo) onderschreef deze lezing.

Koning bevestigt dat ook tegenover hem veel betrokkenen dit hebben gezegd, maar Koning is het niet met hen eens. De bezuinigingen vanaf 1994 (van ongeveer 400 miljoen per jaar) hebben geen invloed gehad op de bijdragen die Arbeidsvoorziening kon aanwenden voor als `ESF Eigen Organisatie'. ,,Als er een verband zou bestaan tussen kortingen op de op de rijksbijdrage en de aanwending van ESF-gelden voor de Arbeidsvoorziening, dan is daarmee nog niet gezegd dat daarmee ESF-gelden voor niet-subsidiabele doeleinden zijn aangewend. De Arbeidsvoorziening is een grote uitvoerder van ESF-projecten.'' Het risico dat ESF-gelden zijn ingezet voor ,,het instituut Arbeidsvoorziening'' noemt Koning verwaarloosbaar.

Koning stelt ook dat het bij Arbeidsvoorziening ontbrak aan de systematische administratieve registratie van de eigen prestaties. Volgens de regels mocht Arbeidsvoorziening kosten in rekening brengen voor `technische bijstand'. Maar bij een recente controle bleek dat van de gedeclareerde kosten geen toereikende administratie konden worden overlegd.