Eeuwige hoop

De vraag die ons nu al jaren bezighoudt: wordt Richard Krajicek nog ooit de toptennisser die we in hem zagen? De herinnering aan de zomer van 1996, toen hij zomaar ineens de beste was op Wimbledon, geeft ons nog steeds hoop dat hij ook nog eens de US Open, de Australian Open of Roland Garros wint. Het is niet alleen onze hoop, maar ook de zijne. Want wie eens de sterren van de hemel heeft gespeeld, blijft erin geloven dat hij daar nog eens toe in staat is.

Het is waarschijnlijk valse hoop. Richard Krajicek is te oud geworden voor nog een machtsgreep. Zijn spieren en gewrichten zijn te veel aangetast door de krachtenverslindende inspanningen die hij zich sinds zijn jeugd moest getroosten om toptennisser te worden. Het is hem aan te zien, wanneer hij weer eens in beeld verschijnt. Dan legt hij geduldig uit dat `het' toch weer beter gaat en dat hij goede hoop heeft binnenkort weer `op niveau' te kunnen spelen. Maar zijn gezichtsuitdrukking verraadt meer berusting met het leed dan hoop.

Krajicek speelt door, omdat hij graag doorspeelt en omdat hij denkt dat wij willen dat hij doorspeelt. En het moet gezegd: wanneer hij speelt, is er altijd even die schittering van zijn fraaie techniek en zijn vernietigende opslag. Dan gaan we er wéér voor zitten in de hoop dat hij nog één keer op z'n minst de kwartfinales haalt. Maar zodra de beslissende fase van een toernooi nadert, heeft Krajicek de moed al weer opgegeven. Wéér die arm, wéér dat been, wéér die gedachte dat het toch niet zal lukken. Dan verliest hij van een speler van wie hij al honderd maal eerder gewonnen heeft.

Zou hij nog wel eens bij Ted Troost komen, de haptotherapeut die een decennium geleden zowat alle topsporters van Nederland leerde voelen wat een lichaam doet met spanning en leerde voelen dat de huid ook een zintuig is? Niet omdat Troost hem op de been kan helpen, zover reiken zijn mogelijkheden waarschijnlijk niet. Maar gewoon weer eens genieten van het gevoel dat haptotherapie oplevert. Eens aangeraakt te worden (oh, hoe aangenaam), eens voelen wat er allemaal met hem gebeurt, wat hem allemaal zo onrustig en onzeker maakt, kan geen kwaad. Misschien durft hij er dan publiekelijk voor uit te komen dat hij nooit meer de top zal bereiken en dat hij zich neerlegt bij de huidige situatie: gewoon een goede tennisspeler zijn.

Toegeven dat hij nooit de hoog gespannen verwachtingen zal inlossen, doet hij voorlopig niet. Daarvoor is Krajicek diep in zijn hart nog te veel een vechter. Hij wil erbij horen, bij de spelers die successen boeken, die in de schijnwerpers staan en aan wie continu wordt gevraagd of ze zich nog wel goed voelen en vooral goed genoeg om de US Open, de Australian Open, Roland Garros of de Davis Cup te winnen. Krajicek zal het niet gauw opgeven. Want dan zou hij van zichzelf verliezen. En dat zou zijn grootste nederlaag zijn.

Zullen we de hoop maar opgeven dat Richard Krajicek nog één keer op een groot toernooi of in de Davis Cup zal schitteren? Zullen we hem maar afschrijven, niet over hem schrijven en praten, hem niet meer laten zien voor de camera? Zullen we hem maar met rust laten, alsof Richard Krajicek een speler was die in een ver verleden Wimbledon won? Lijkt het beste voor hem. Kan hij eindelijk aan zichzelf toekomen én aan zijn vrouw en kinderen. De kans bestaat dat hij dan zomaar ineens opstaat, uit zijn as herrijst — en met zijn vernietigende opslag zomaar een grandslam wint. Toegegeven, de kans is klein. Maar die kans mag hem niet worden ontnomen. Dus: laat Richard Krajicek met rust, ter meerdere eer en glorie van hem en ons mooie tennisland.