De bravoure en grootspraak van een eeuwige tweede

Wereldkampioen worden, daar kon Rob Bron in zijn tijd als motorcoureur alleen maar van dromen. Hij had de pech dat hij over de circuits scheurde in het gezelschap van een onaantastbare Italiaan: Giacomo Agostini. ,,Die Agostini was niet te pakken, die had twintig pk meer dan ik'', zegt Bron.

Er zitten nog een paar van die mooie, oude beelden uit de jaren zeventig in de documentaire Eerste van de rest: Bron, die op z'n Suzuki tijdens de TT van Assen zijn rondjes rijdt, en Agostini, die met zijn massieve, rode MV Augusta een bocht aansnijdt. Zijn beste prestatie: een gedeelde tweede plaats in 1971 in de 500 cc, achter de Italiaanse gentleman-racer. Nog nooit had een Nederlander in die klasse zo'n prestatie geleverd.

Tijdens zijn carrière als coureur overleed zijn vader, de man die de drijvende kracht was achter het succes van de nu 58-jarige Bron. ,,Ik was de eerste van de rest'', zegt Bron terugkijkend op zijn racejaren. ,,Mijn vader zou ervoor gezorgd hebben dat ik een MV had gekregen. Als die ouwe nog had geleefd, was ik wereldkampioen geworden. Achter mekaar. Weet ik zeker.'' Het portret van Bron zit vol met bravoure, een beetje grootspraak en een variant op een wandtegeltjeswijsheid: `waar een wiel is, is een weg'.

Eerste van de rest geeft een aardige impressie van de motorracerij en toont de lotgevallen van Bron als baas in een team van twee jonge motorcoureurs: Mike Velthuijzen en Nympha van der Veen. Beiden komen uit in de 125 cc en Bron probeert ze, met motoren die ze bij hem hebben gekocht, verder te helpen in hun carrière. De 20-jarige Nympha zat op ballet toen ze besloot op motoren te gaan racen. Ze profiteert van de kennis die Bron decennia geleden opdeed. Op beeldende wijze geeft hij haar aanwijzingen, hoe ze een bocht het beste kan nemen en in welke versnellingen ze dat het beste kan doen: ,,Linkse knikkie, en je heb 'm nog net effe open, en dan ga je. In één, pang, twee, pang, ga je terug, en je gaat 'm goed richten, daarheen kijken. Ja? Pang. En je trekt 'm er zo uit. Pang, vijf. Heb je 'm. En voor de bult ga je twee keer terug. That's all.''

Tijdens het seizoen 1999, waarin de documentaire zich afspeelt, wordt de band met Nymha alleen maar hechter. Dat kan niet worden gezegd van de relatie met Mike Velthuijzen. ,,Een man met ervaring'', zegt de jonge coureur in het begin van het jaar nog over Bron, ,,daar kun je veel van leren''. Maar gaandeweg het seizoen, wanneer de resultaten uitblijven, raakt hij steeds minder gecharmeerd van Bron. ,,Het kan een goeie worden'', vertrouwt Bron de camera toe, ,,maar de pappie van Mike is een beetje eigenwijs''.

Bron snijdt een probleem aan dat zich in alle sporten voordoet: vergaande bemoeienis van de ouders. Velthuijzen gaat zijn eigen weg, slaat de adviezen van Bron in de wind en krijgt prompt een vastloper. Nog tijdens het seizoen scheiden de wegen van de teambaas en de jonge coureur zich en zo kan Bron aan het slot van het seizoen al zijn aandacht aan Nympha geven.

Tijdens een van de laatste races haalt Nympha van der Veen haar vroeger teamgenoot Mike in. ,,Die loopt voor geen meter'', stelt Bron vergenoegd vast over de motor van de in ongenade gevallen Velthuijzen. Maar ook voor Nympha blijft succes uit. En dan is het voor Bron tijd om de handdoek in de ring te gooien. ,,Ik had het veel beter willen doen'', zegt hij bitter, ,,maar het zat er niet in''.

Dokwerk: Jongensdromen: De eerste van de rest, VPRO, Ned.3, 21.02-21.47u.