Asielzoekers komen trouw naar tbc-bus

Asielzoekers komen vaak uit landen waar tbc veel voorkomt. Daarom worden zij hier zo snel mogelijk onderzocht.

Met een gele kaart in de hand wacht Safir Kawa (17) tot de deuren van de longonderzoekwagen van de GGD opengaan. De bus staat voor het opvang- en onderzoekscentrum (OC) in Leiden. Zafir is een asielzoeker uit Afghanistan. Hij is zaterdag gearriveerd in het OC Nieuweroord en wordt onderzocht op tbc. Net als alle andere asielzoekers in de OC's.

Zafir slaat op zijn borst en zegt dat hij daar pijn heeft. In de bus wordt een röntgenfoto gemaakt. Om klokslag half twee gaan de deuren open. Op de openslaande deuren staat in zeven talen, geillustreerd met foto's wat hun te wachten staat. Voor de deur staan zo'n 25 asielzoekers te wachten. ,,Do you speak English?'', vraagt chauffeur en technisch medewerker John van Gool aan een donkere jongen. De jongen kijkt hem niet-begrijpend aan. Hij komt uit Sierra Leone en spreekt Susu. Van Gool gebaart hoe hij moet gaan staan in het hokje waar de foto's worden gemaakt.

Sommigen komen voor de eerste keer, zoals Zafir. Anderen hebben al vaker een longfoto laten maken. Twee keer per jaar worden alle asielzoekers in Nederland `gescreend'. En dat is nodig. Ter vergelijking: 4 op de 100.000 Nederlanders krijgen jaarlijks tbc. Onder asielzoekers worden jaarlijks 200 tot 300 gevallen ontdekt bij het eerste onderzoek. Vorige week nog stierf een asielzoeker in Lisserbroek aan open tbc. Dat leidde in het dorp tot grote onrust. De inwoners waren bang voor een uitbraak van de besmettelijke tuberculose.

Baukje Vegter, verpleegkundig consulent bij de Nederlandse Tuberculosebestrijding meent dat deze angst ongegrond is: ,,Als er één groep goed onderzocht wordt, zijn het de asielzoekers wel. Het risico om besmet te worden door asielzoekers is minimaal.''

Al voordat de grote stroom asielzoekers op gang kwam in de jaren negentig, werden mensen uit niet-Europese landen al onderzocht op tbc. De ziekte komt veel voor in Angola, Somalië, maar ook in Turkije en Marokko. Vanaf 1992 rijden longonderzoekwagens van de GGD door Nederland, die risicogroepen onderzoeken op tbc. Deze `mobiele röntgen-units' doen naast opvangcentra ook gevangenissen aan. En het heeft effect. Uit het jaarverslag van de Centrum GGD's Tilburg en Lelystad, die röntgenbussen coördineren, blijkt dat het opkomstpercentage onder asielzoekers bijna 100 procent is.

Mohammed Gure werkt bij de Medische Opvang Asielzoekers (MOA) in Leiden. Hij verstuurt de oproepen en houdt bij wie zich meldt voor een röntgenfoto. ,,Als de asielzoekers na twee keer nog niet zijn geweest, krijgen zij minder zakgeld'', vertelt hij. Hij komt zelf uit Somalië en doet dit werk al zeven jaar. ,,Het is makkelijk dat ik Arabisch spreek'', zegt hij. De meeste mensen zijn hier pas een paar dagen en velen spreken geen Engels. Zafir krijgt een stempel op zijn kaart en moet, als er niks aan de hand is, over een half jaar terugkomen. Het ontwikkelen van de foto's duurt een dag.

Blijkt iemand tbc te hebben, dan wordt hij onmiddellijk behandeld door een sociaal-verpleegkundige van de plaatselijke GGD. ,,Tbc is in Nederland altijd beheersbaar'', zegt Vegter. In geval van de besmettelijke open tbc wordt een `contactonderzoek' gedaan. De GGD gaat na met wie de besmette persoon in aanraking is geweest. Zij worden ook onderzocht. Dit wordt het `ringprincipe' genoemd. De eerste `ring' zijn de dagelijkse contacten en de tweede `ring' de wekelijkse contacten. Overigens gebeurt dit bij alle tbc-gevallen die worden ontdekt. Of de omgeving wordt besmet, hangt af van de sterkte van de bacterie, en van de manier van hoesten van de besmette persoon.,,Rochelt en spuugt hij, of hoest hij keurig in een zakdoek?''

In overleg met de patiënt wordt een behandelmethode opgesteld. In veel gevallen kan de patiënt gewoon in het asielzoekerscentrum blijven, mits hij zijn contacten met andere mensen beperkt. Soms krijgt hij een `snoetje' voor, een wit kapje dat besmettingsgevaar tegengaat, en een half jaar moeten tbc-patiënten verschillende medicijnen slikken.