Winstmarges fondsen onder druk

Vermogensbeheerders hebben het de afgelopen tien jaar makkelijk gehad. Tijdens de lange bloeiperiode van de aandelenmarkt konden ze lekker onderuit zakken en steeds hogere vergoedingen innen – om nog maar te zwijgen over de opties die daar nog bovenop kwamen. De Britse beleggingsfondsen hebben het sinds 1991 bijvoorbeeld drie keer zo goed gedaan als de FTSE. Nu worden de beheerders met een harde klap uit hun stoel geslingerd.

Het is niet moeilijk te begrijpen waarom dat gebeurt. Dankzij de terugval van de markt komt er bij de fondsen nog maar een fractie van de bedragen van vorig jaar binnen. Intussen neemt de concurrentie toe. Maar de kostenkant baart de meeste zorgen. Toen de markten nog een stijgende lijn vertoonden, kostte het weinig meer om één iemand 5 miljard dollar te laten beheren dan wanneer hij één miljard dollar onder zijn hoede had.

Nu de markten zijn ingestort, is het omgekeerde helaas ook waar: de kosten zijn amper gedaald. Vermogensbeheerders die door de opkomst van de kleine belegger in de jaren negentig gestimuleerd werden om een graantje van die markt mee te pikken, zien zich nu geconfronteerd met de kosten daarvan – ook al is de markt zelf alweer bijna verdwenen. PricewaterhouseCoopers verwacht dat de winstmarges in het Verenigd Koninkrijk dit jaar gehalveerd worden.

De waarderingen van de beleggingsfondsen hebben uiteraard schade opgelopen, maar staan nog steeds boven het historisch gemiddelde. Een reden daarvoor kan zijn dat beleggers ervan uitgaan dat de inzinking op het gebied van de aandelen gecompenseerd wordt door een groei op het terrein van de obligaties. Maar er is niets dat daarop duidt. In de VS is de instroom op alle gebieden in juli tot 14 miljard dollar gedaald, wat overeenkomt met een derde van de gemiddelde maandelijkse instroom van vorig jaar. Gezien het feit dat de beleggingsfondsen de afgelopen tien jaar slechts een meeropbrengst konden verwezenlijken dankzij de hoge aandelenkoersen, lijken hun waarderingen aan de hoge kant.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: ze www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld