TAAL ALS PARASIET

Bij het interessante artikel `Taal als Parasiet' (W&O, 11 augustus) zou ik gaarne twee kanttekeningen willen plaatsen.

De studie van de taal is een integraal onderdeel van de `artes liberales', waarvan de oorsprong in het opvoedingsideaal van Plato moet worden gezocht. Daaruit hebben zich, na verloop van vele eeuwen, de natuur- en cultuurwetenschappen ontwikkeld die, lange tijd van elkaar vervreemd, nu langzaam naar elkaar toe lijken te groeien. Met het oog hierop zouden Leidse linguïsten voor wie ``taalwetenschap in beginsel een biologische wetenschap is'' op interdisciplinaire wijze aansluiting moeten zoeken bij literatuurwetenschappers (Mikhail Bakhtin, I.A. Richards), semiotici (C.S. Peirce, Thomas Sebeok), hermeneutici (Hans-Georg Gadamer, Paul Ricoeur), psychologen (Jean Piaget, Lev Vygotsky), sociologen (Erving Goffman, G.H. Mead), antropologen (Franz Boas, Edmund Leach), cultuurtheoretici (John Fiske, Stuart Hall), kunsthistorici (Ernst Gombrich, Erwin Panofsky) en communicatiewetenschappers (Colin Cherry, Marshall McLuhan), omdat betekenis voor al deze personen een onderwerp van serieus onderzoek is (geweest).

De aanhangers van de nog piepjonge Leidse school zouden zich, om dergelijke reden, bovendien moeten verdiepen in het werk van sommige filosofen, niet alleen in de `continentale' traditie (Cassirer, Husserl, Heidegger, Foucault, Hamermas) maar ook van de `analytische' richting (Frege, Wittgenstein, Davidson, Putnam, Kripke).

Zonder geest is er niets dat betekenis heeft. Als dit een zinvolle uitspraak is, zouden taalwetenschappers voor wie alles draait om ``het dynamische aspect van betekenis'' zeker belangstelling moeten hebben voor ontwikkelingen in de Philosophy of Mind, welke in dialoog met de `cognitieve wetenschappen' de afgelopen vijfentwintig jaar de Philosophy of Language volledig heeft geabsorbeerd. Mind - Meaning - Matter is het grote raadsel dat velen thans bezighoudt!