Sterk, vrij en sociaal

Wim Kok houdt er dus mee op, en hij heeft zelf al aangegeven hoe we zijn zeven jaar als premier zouden kunnen beoordelen. Over de economie is Kok tevreden zo vertelde hij de Financial Times. En terecht. In 1994 was Nederland qua welvaart een middenmoter in de EU; nu staan wij na Luxemburg en Denemarken op een derde plaats van de vijftien lidstaten. Vooral is Nederland veel populairder geworden bij de harde, internationale managers. Die vinden drie zaken heel belangrijk bij de keuze van een locatie: kun je snel mensen ontslaan als dat onverhoopt nodig is, hebben vakbond en ondernemingsraad niet te veel te vertellen en zijn er geen verplichte sector-CAO's die de vrijheid van ondernemen aantasten? Op alle drie die punten is tijdens Kok winst geboekt. Minister Melkert heeft het ontslagrecht wat gemoderniseerd en de uitzendbureaus meer vrijheid gegeven dan in Duitsland. Bovendien is de schadelijke praktijk om één en dezelfde loonschaal verplicht te stellen voor een complete sector in Nederland bijna verdwenen. Wij worden nu beschouwd als het meest Angelsaksische land van continentaal Europa voor wat betreft de arbeidsmarkt, en daardoor staat Nederland helemaal bovenaan in de laatste ranglijst van de Economist Intelligence Unit.

Het is een grote verdienste van Kok dat hij zijn PvdA heeft meegekregen naar een vrijere arbeidsmarkt en een economie met lagere belastingen. Een volgend kabinet kan nu oogsten door van die extra nationale rijkdom wat meer te bestemmen voor onderwijs, medische zorg, openbaar vervoer en wegenbouw. Want daar moet het oordeel over Kok negatiever zijn maar dat geeft hij zelf ook voor 80 procent toe. In zijn interview met de Financial Times zwijgt hij alleen over de files op de wegen, maar dat komt omdat het verkiezingsprogramma van de PvdA daar ook niets over zegt (komt er nu eindelijk iets in het volgende PvdA-programma over aanleg van autowegen? ik vrees met grote vreze). Maar afgezien van de files, is Kok eerlijk over de vier andere terreinen waar nog veel valt te doen: onderwijs, participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt, criminaliteit en de zorgsector. In drie vorige columns deed ik al suggesties voor veiligheid, onderwijs en emancipatie; vandaag een kort commentaar op het falende beleid in de gezondheidszorg.

Volgens de laatste cijfers wachtten 155 duizend mensen op een behandeling in het ziekenhuis. In België en Duitsland zijn voorzover bekend geen wachtlijsten voor het ziekenhuis, hoewel de Belgen minder besteden aan zorg dan wij en de Duitsers weliswaar méér, maar niet zo veel meer dat wij ons dat niet direct zouden kunnen permitteren.

Een bezoek aan de huisarts duurt in Nederland gemiddeld 8 minuten; in Frankrijk een kwartier tot een half uur. Door al dat haastige gedoe, worden zieke mensen in Nederland niet erg grondig onderzocht; Nederland staat op plaats 15 van de 17 onderzochte landen als het gaat om de intensiteit van de tests na het bezoek aan de huisarts, en dan komt daar natuurlijk nog bij dat Nederlanders door de wachttijden weken of maanden in spanning moeten wachten op de uitslag van het onderzoek.

Wat hebben twee kabinetten-Kok tot nog toe hieraan gedaan? Een politiek debat is begonnen over de toekomst van de medische sector op lange termijn, maar praten over 2005 helpt niet voor de acute problemen van dit moment. Directeur Maarten Dijkshoorn van Nationale Nederlanden vindt dan ook dat het kabinet voor de echte problemen wegloopt: ,,Er is te weinig capaciteit. En omdat we die problemen niet kunnen oplossen gaan we de stelseldiscussie opzetten. Dat is een dure hobby.''

Twee beslissingen lijken mij het meest urgent, nu deze week bleek dat de wachtlijsten niet korter worden. Ten eerste de vrijheid voor het management om in de grote steden 15 tot 20 procent meer te betalen aan medisch personeel. Net als bij het onderwijs en de politie is daar geen ontkomen aan en gezien de hogere kosten van wonen en transport is zo'n maatregel even billijk als efficiënt voor het bestrijden van de onvervulbare vacatures. Ten tweede is een experiment nodig voor een beroepsgroep (ambtenaren, onderwijs?) of een regio met een regeling voor ziektekosten die veel meer vrijheid biedt dan de huidige ziekenfondsen. Laat ergens in Nederland een vrijgesteld ziekenfonds alles mogen betalen wat nodig is om patiënten te helpen, en gebruik die ervaring dan om een stelsel te ontwerpen voor het hele land. We willen toch niet na al het falen van de planners in Den Haag nu aan diezelfde bureaucraten vragen om voor de minister een nieuw stelsel te gaan uitwerken? Een vrij experiment voor een beroepsgroep of een regio is een minder arrogante, en dus veel betere, manier om te leren hoe een goede medische zorg er uit moet zien en wat die kost.

In 1978 wilde Kok als voorzitter van de FNV de economische crisis oplossen door de politiek meer macht te geven over de investeringen van de industrie. Als premier heeft hij in de economie precies het omgekeerde nagestreefd: meer vrijheid voor het bedrijfsleven. Dat heeft Nederland een hoge plaats bezorgd op de ranglijst. De officiële leus van Kok was `sterk en sociaal', maar in feite was het economisch beleid: `sterk, vrij en sociaal'. Heel goed, maar als vrijheid helpt voor de economie, is dat dan niet ook een nuttig recept voor de zorg en het onderwijs? Wees eerlijk Wim, moeten we super-planner en oud-minister Ritzen vragen om terug te komen en een grand design in te voeren voor de gezondheidszorg in 2005, of kunnen we vóór die tijd winst boeken met meer vrijheid voor de ziekenfondsen om financiële afspraken te maken met ziekenhuizen, artsen, specialisten en verpleegsters? Als vrijheid voor de managers zo goed werkte in de nationale economie, waarom dan niet ook in de zorg?