RAMJET

In `Supersonische buis' (W&O, 11 augustus) wordt de scramjet beschreven in relatie tot de ramjet. Van deze ramjet wordt gezegd dat het een traditionele straalmotor is, die de lucht met turbines aanzuigt. Dit is onjuist: een ramjet bevat geen bewegende onderdelen.

Een ramjet is louter een verbrandingskamer met een opening voor en achter, waarin de lucht door de stuwing van aanstromende lucht wordt samengeperst. Er wordt brandstof ingespoten en ontstoken en daardoor ontstaat een krachtige uitlaatstraal. Interessant is dat een van de weinige mij bekende daadwerkelijke toepassingen van ramjets (of in goed Nederlands: stuwingsstraalmotor) stamt uit Nederland in de jaren vijftig. Er is toen een helikopter ontwikkeld (later genaamd Kolibrie), die volgens een idee van ir. J. Meijer Drees ramjets kreeg als aandrijving aan de tippen van de beide rotorbladen. Ontwerp van de jets (met behulp van het NLR, toen nog NLL) en bouw (Motorenfabriek Kromhout, Smitsvonk-ontsteking en Duiker-sproeiers) waren geheel Nederlands. Uiteraard is zo'n motor niet zelfstartend en de rotor moest daarom met een bromfietsmotor op toeren gebracht worden.

Bij een tipsnelheid van de rotor van 700 km/h (7 omwentelingen per seconde) konden de ramjets worden ontstoken. Bij normale vlucht (100 km/h) lag de tipsnelheid op zo'n 850 km/h. Er is een tiental van deze helikoptertjes verkocht. Ze hebben goed voldaan, het uiterst hinderlijke geluid (vergelijkbaar met een kleine nabrander van een straaljager) en het exorbitant hoge petroleumgebruik daargelaten.