New Orleans

Phileas Fogg deed het in 80 dagen, `The House Of The Rising Sun' in 80 cover-versies. De Achterpagina gaat in 80 hits de wereld rond. Vandaag de 61ste stop: New Orleans.

Er staat een huis in New Orleans, en iedereen die wel eens bij een kampvuur heeft gezeten, weet hoe het genoemd wordt. Iedereen die wel eens naar de radio luistert ook, want `The House Of The Rising Sun' behoort tot de vaakst opgenomen traditionals uit de popgeschiedenis. Sinds de jaren dertig is het droeve verhaal over een gevallen vrouw op de plaat gezet door onder meer Nina Simone, Dolly Parton en Tracy Chapman. En met een kleine (geslachts-)verandering in de tekst werd het zelfs een hit voor de mannen van Frijid Pink (1970), Santa Esmeralda (1978) en de Britse beatgroep The Animals, die er in augustus 1964 de derde plaats in de Nederlandse Top 40 mee bereikten.

`The House Of The Rising Sun' kent nogal wat tekstvarianten, en over de identiteit van het huis (`de ondergang van menig jong meisje') is in de loop der jaren flink gedebatteerd. In het standaardwerk The Originals De herkomst van de hits (2000) merkt Arnold Rypens op dat het van oorsprong Appalachische volksliedje best eens over een gevangenis zou kunnen gaan, om de rest van een kolom te besteden aan de mogelijke locaties van een bordeel met de bijnaam Rising Sun. De beste papieren heeft het reeds lang verdwenen bordello van Madame Marianne Du Soleil Levant in het French Quarter (door de oorspronkelijk uit Frans-Canada afkomstige Cajuns `le Vieux Carré' genoemd). Het was een hoerenkast waarin ook voodoo-ceremoniën werden gehouden, wat de suggestie zou kunnen voeden dat Madame Soleil Levant de inspiratiebron was voor een ander beroemd liedje, `The Witch Queen Of New Orleans'. Alleen zingt de indiaans-Amerikaanse groep Redbone, die met zijn wee-je-gebeenterock begin jaren zeventig erg

populair was, dat het hoofdkwartier van zijn heksenkoningin aan de rand van het moeras stond. Een moreel moeras misschien?

Natuurlijk zijn er onschuldige hits over New Orleans, zoals die van Fats Domino (`It's time I'm walking to New Orleans') en Elvis Presley (`There's a man in New Orleans/ Who plays rock `n' roll [...] He goes by the name of King Creole'). Maar de hoeren van het rosse kwartier spreken het meest tot de verbeelding. Lady Marmalade bijvoorbeeld, de titelheldin van de nummer-1-hit uit 1975 die beter bekend is als `Voulez-vous coucher avec moi, ce soir'. Zij werd door het vrouwelijk soultrio Labelle bezongen als een beeldschone tippelaarster (`met de kleur van café au lait') die een man met een grijs-flanellen leventje in het verderf stort. Dat het oude verhaaltje zich in `The Crescent City' afspeelt blijkt niet alleen uit het eerste couplet (`He met Marmalade down in old New Orleans'), maar ook uit het refrein, waarin de hoofdpersoon wordt aangeduid als `Creole Lady Marmalade'. New Orleans is de enige plaats in de VS waar de zwarte bevolking, trots op haar afstamming van de Franse pioniers in Louisiana, zich creools (`inlands') noemt.

Het zeer dansbare `Lady Marmalade' werd in de jaren zeventig als een gewaagd nummer beschouwd – ook al door de sexy uitstraling van Labelle (Toppop-kijkers herinneren zich opwindende ruimtevaartpakken). Dat het liedje zijn kracht niet heeft verloren, blijkt uit de recente cover van Christina Aguilera en de rapsters Lil' Kim, Mya & Pink die deze zomer de tweede plaats haalde. De verwijzing naar New Orleans is vervallen, aangezien de nieuwe versie als soundtrack dient voor de in Parijs spelende film Moulin Rouge van Baz Luhrmann. Maar de Marmalade van Lil' Kim is onafhankelijker dan ooit: `We independent women, some mistake us for whores/ I'm saying, why spend mine when I can spend yours.'

Hoeren, heksen en hypocrieten bepalen het beeld van New Orleans in de popmuziek. En monsters, want in 1985 gebruikte Sting in een beeldschone ballad het French Quarter als decor voor een mini-tragedie over een weerwolf in gewetensnood. In `Moon Over Bourbon Street' verwenst de ikfiguur zijn lot: hij is verliefd op een sterveling en vraagt zich af of hij aan de verleiding weerstand kan bieden om haar bij de eerstvolgende volle maan zijn leven in te trekken. `I must love what I destroy/ and destroy the thing I love' zingt hij met een variatie op Oscar Wilde; en terwijl een weemoedige baslijn en een klagende klarinet opklinken, weet de luisteraar eigenlijk de uitkomst al.