NAVO wacht in Macedonië `Schrale Oogst'

Volgende week begint de NAVO met de inzameling van wapens van rebellen in Macedonië. De kans op succes lijkt, op basis van eerdere ervaringen, gering.

Terwijl honderden NAVO-troepen voor operatie Essential Harvest, Noodzakelijke Oogst, Macedonië binnentrekken, wordt nog hard nagedacht over de details van hun belangrijkste opdracht: het inzamelen van wapentuig van Albanese rebellen. NAVO-woordvoerders verschuilen zich achter verhullend taalgebruik over de logistieke bijzonderheden. Een zegsman in Skopje verklaart dat het hier om ,,operationele aangelegenheden'' gaat waarover ,,wij helaas geen mededelingen doen.''

Over een paar zaken bestaat intussen wel duidelijkheid. Zo is overeenstemming bereikt over de vernietiging van meer dan 3000 stuks wapens. Op zo'n vijftien locaties, waaronder in Kumanovo, Tetovo en Debar, moeten NAVO-troepen ze inzamelen. Dit zal in alle anonimiteit verlopen. Een administratie van wie wat inlevert wordt niet bijgehouden. Waarschijnlijk zullen er ook geen internationale waarnemers bij aanwezig zijn.

,,We leggen liever geen lijsten aan van wie hier bewapend door de heuvels hebben rondgesjouwd. Dat is een belangrijk onderdeel van het benodigde vertrouwen tussen de partijen.'' Als genoeg wapentuig is verzameld, wordt dit onder NAVO-escorte naar – op dit moment geheime – plekken vervoerd waar ze met explosieven worden vernietigd. Volgens een Nederlandse NAVO-woordvoerder gaat operatie Noodzakelijke Oogst woensdag van start.

Wie vergelijkbare operaties elders in de wereld beziet, begrijpt dat de logistiek van het inzamelen, afvoeren en vernietigen geen sinecure is. Het rendement van dergelijke inzamelingsacties maakt een `Schrale Oogst' waarschijnlijk.

De methodes van inzamelen zijn even divers als het mondiale arsenaal aan `kleine wapens'. Dit is is een aparte categorie die zich volgens de Verenigde Naties losjes laat definiëren als alle wapentuig dat een individuele soldaat meeneemt: handgranaten, automatische geweren, raketwerpers en dergelijke. De wereld is ermee overspoeld, en aan de vloedgolf komt voorlopig geen eind. Een inzamelingsactie is veelal dweilen met de kraan open. Vooral de voorraden van het voormalige Oostblok vinden veelal illegaal hun weg naar smerige kleine oorlogjes. Zuidelijk en Centraal Afrika, Latijns-Amerika en Centraal-Azië stromen over van de kalasjnikovs, uzi's, M-16's, RPG-raketwerpers, landmijnen en handgranaten.

Het inleveren van de wapens door de Albanese rebellen gebeurt op vrijwillige basis, iets dat op mondiale schaal niet vaak voorkomt. De meeste inzamelingsacties hadden plaats volgens het buy-back-principe: wapens worden teruggekocht. Het bekendste voorbeeld daarvan is het terugkopen van stinger-luchtdoelraketten die de Verenigde Staten aan Afghaanse vrijheidsstrijders hadden geleverd tijdens de Sovjet-bezetting van dat land in de jaren tachtig. Aangezien dit type raket geknipt is voor terroristische aanslagen op verkeersvliegtuigen betaalde de eerdere leverancier 175.000 dollar per teruggebrachte raket. De operatie was maar een gedeeltelijk succes. De Afghaanse Taliban-strijders, erfgenamen van verzet tegen de Sovjet-troepen, beschikken over een aanzienlijk aantal, en ook in Tsjetsjenië zijn ze opgedoken. De multinationale troepenmacht die in Haïti de vrede moest bewaren, kocht automatische wapens voor 800 dollar terug.

`Terugkopen' geldt in de ruimste betekenis van het woord: wie zijn wapen inlevert krijgt er iets voor terug. Zo kregen guerrilla's in El Salvador voedsel- en kledingbonnen in ruil voor hun kalasjnikovs. Elders in Midden-Amerika werden agrarische werktuigen en zelfs lapjes grond aangeboden.

Verzetstrijders in Nicaragua kregen in de jaren negentig zelfs in ruil voor het inleveren van een kalasjnikov een indrukwekkend ogend document waarop het zegel van president Violeta Chamorro prijkte. Een Britse NAVO-woordvoerder barst in lachen uit bij de vraag of deze methode in Macedonië een optie is. ,,Ik denk niet dat iemand hier onder de indruk is van presidentiële stempels.''

In Midden-Afrika en ook in Afrikaanse landen zoals Angola, Mozambique en Somalië, bleek telkens weer dat inzamelingsacties – vrijwillig of via buy-back – een druppel op een gloeiende plaat waren. Weliswaar werden grote aantallen wapens verzameld, maar de verborgen arsenalen waren nog veel groter. De ingezamelde wapens werden vaak, al dan niet met hulp van corrupte autoriteiten, teruggestolen zodat ze wéér konden worden verkocht. Snelle vernietiging van het verzamelde wapentuig is dan ook, zo onderstrepen organisaties die zich met deze problematiek bezighouden, zoals het Duitse Bonn International Center for Conversion, BICC, een must.

Een lichtpunt voor de NAVO-troepen in Macedonië is dat vrijwillige inzamelingsacties elders op de Balkan wél een relatief succes waren. De eerste pogingen van de Verenigde Naties om begin jaren negentig in Bosnië zware wapens van strijdende partijen in depots op te slaan, liepen weliswaar vaak op niks uit – ze haalden de depots gewoon leeg wanneer ze dat nodig achtten. Maar SFOR, de Stabilisation Force, slaagde er met Project Harvest wél in om veel wapentuig te vernietigen. In totaal werden in Bosnië de afgelopen twee jaar meer dan 11.000 automatische wapens, 10.000 landmijnen, 35.000 handgranaten en bijna twee miljoen stuks munitie vernield. Of met deze indrukwekkende aantallen het totale arsenaal substantieel is verkleind weet echter niemand.