Meisjes in de vijftig

Een groep alleenstaande vrouwen van rond de 55 jaar heeft enkele financiële eigenschappen gemeen. Ze hebben weinig of geen inkomen uit werk, of een bescheiden uitkering, en geen of weinig ouderdomspensioen naast hun AOW. Ze wonen in een eigen huis met een flinke overwaarde en een lage hypotheek. Wel bezitten ze een vrij besteedbaar (liquide) vermogen uit een erfenis, schenking, echtscheiding of uit andere bronnen.

Dat vermogen willen ze inzetten voor een aanvullend inkomen tot en na hun 65ste jaar. Daarom lopen er contacten met adviseurs. Wier voorstellen de dames hoofdpijn bezorgen, omdat zij (volgens eigen zeggen) financieel analfabeet zijn. Een krijgt het voorstel een recreatiebungalow te kopen en die te (laten) verhuren. Een ander mag haar geld in een lijfrentepolis stoppen op basis van aandelen. De derde in een onduidelijke belegging. De offertes hebben gemeen dat je (een deel) van je geld vastzet in een belegging, wat de bungalow ook is. Weg liquiditeit.

Sparen dan? Nee, zegt de vierde: zelfs ik begrijp dat dat niet echt handig is. Is dat nou zo? In de jaren zestig dacht men daar anders over. In een folder van het Instituut voor Systematisch Sparen (van de NV De Nederlandsche Spaarkas) staat dit. `Het verheugt ons telken jare opnieuw na de verdeling ener Jaarkas enthousiaste brieven van spaarders te ontvangen, die ons bevestigen dat zij tevreden zijn over hun destijds genomen besluit tot systematisch sparen'. De Spaarkas houdt graag een oogje in het zeil. `Onze instelling spoort U aan tot systematisch sparen en laat niet na U te waarschuwen, wanneer Uw spaarzin dreigt te verslappen. U mag onze instelling dan ook beschouwen als Uw Leidsvrouwe op Spaargebied'. Duidelijke commerciële taal: spaar of we schieten. Ook tegenwoordig kan de genoemde groep dames voordelig sparen, gezien hun financiële situatie.

Stel hun belastbare inkomen in box 1 bedraagt minder dan 32.769 gulden per jaar, waardoor ze in het 32,35 procent tarief van de inkomstenbelasting (IB) vallen. Van de hypotheekrente betalen ze 67,65 procent zelf – 100 minus 32,35. Bedraagt hun hypotheekrente 7 procent, dan betaal je 4,73 procent zelf. Los je extra af op je hypotheek, dan bespaar je die uitgave van 4,73 procent rente. Gegarandeerd (tot de volgende rente-aanpassing) en vrij van IB of de 1,2 procent box 3-heffing. Op een eenmalige, extra aflossing van 100.000 gulden (in de praktijk moet dat meestal in gedeelten) stijgt je besteedbare jaarinkomen daardoor met 4.730 gulden. Wie niet af wil lossen, houd zijn ton in box 3 en betaalt daar de 1,2 procent heffing. Bij een spaarrente van 4,2 procent blijft er dan netto 3 procent over, of 3.000 gulden per jaar. Een bedrag dat op en neer gaat met de rente, tenzij het voor langere tijd vaststaat. Sparen levert in dit geval minder op dan aflossen, omdat het fiscale voordeel van de rente-aftrek in het laagste tarief minimaal is. En voor 65-plussers nog minder: 14,45 procent.

Zijn er alternatieven voor deze analfabeten? Ja. Wie zijn huis verkoopt, de hypotheek aflost en daarna huurt, zit financieel op rozen. Psychologisch en emotioneel gezien ligt zo'n verkoop vaak moeilijk, maar die persoonlijke beslissing moeten betrokkenen helemaal zelf nemen. Je kan dat toch niet over laten aan een adviseur?

Een andere manier om extra inkomen te verwekken is interen op je spaargeld. Dat lijkt eng, maar als je rekent met een hoge eindleeftijd, is het risico te verwaarlozen. Stel je bent een meisje van 55 jaar en verwacht de 90 te halen, nog 35 jaar voor de boeg dus, een half mensenleven. Per 100.000 gulden spaargeld, tegen 3 procent netto over de hele looptijd (theorie!), die in 2036 schoon op is, betekent dat geen opname van 3.000 gulden per jaar maar circa 4.650 gulden. Bij 5 procent rente 6.100 en bij 8 procent zo'n 8.600 gulden. Neem voor 200.000 gulden spaargeld het dubbele van deze bedragen, enzovoort. En let op: dit zijn netto opnamen, er gaat geen IB af.

En die onvermijdelijke inflatie dan? Daar kan je hier weinig aan doen, omdat je privé spaart vanuit een vast

bedrag en niet profiteert van toeslagen.

Het is dus zaak om naar een zo hoog mogelijk (spaar)rendement te streven. Of (voor een deel) obligaties te kopen. Er zijn er met rendementen van 8 procent en meer, maar dat impliceert meer risico dan een staatsobligatie. Bijvoorbeeld een valutarisico of een bedrijfsrisico. Het is een afweging. Sparen met een tic. Iets voor een goed gesprek met een adviseur, want er bestaan ook nog interessante beleggingsfondsen in obligaties.

Vragen van lezers: hiele@nrc.nl, antwoorden: www.nrc.nl/geld