Jesse Owens

De Amerikaan Jesse Owens spotte in 1936 op de Olympische Spelen van Berlijn op indrukwekkende wijze met de theorieën van nazi-Duitsland. Voor de ogen van Adolf Hitler liet hij zien wie superieur was op de honderd meter en de tweehonderd meter, de 4 x 100 meter estafette en het verspringen. Vier gouden medailles. Hitler was geschokt.

De Spelen zouden het beeld van het superieure Duitsland bevestigen, zo had hij zich door dr. Joseph Goebbels vooraf laten voorspiegelen. Owens ruïneerde dat beeld. Geen ariër, maar een zwarte Amerikaan werd `de keizer van de Spelen'. In een tijd van 10,3 seconden snelde hij over de baan van Berlijn, een evenaring van zijn eigen wereldrecord. Nooit eerder had een zwarte het koningsnummer van de Spelen gewonnen. Hitler wendde zich beschaamd af. Het verhaal gaat dat hij weigerde Owens een hand te geven. Dat klopt, maar bijzonder was dat niet. Hitler schudde geen van de sporters in Berlijn de hand: het protocol voorzag daar niet in. De Nederlander Martinus Osendarp, derde op de honderd meter, liet zich sindsdien `de snelste blanke van de wereld' noemen. Osendarp wordt nu vooral herinnerd als NSB'er. Owens stierf op 30 maart 1980 op 66-jarige leeftijd als één van de grootste atleten ooit. Een paar maanden later won de Engelsman Allan Wells goud op de sprint bij de Spelen in Moskou. Een historisch moment, want de blanke Wells logenstrafte daarmee de veronderstelling dat zwarten superieur zijn op de sprint.

Dit is de vierde aflevering van een serie over schokkende sportmomenten.