Hollands Dagboek: Jos Koldeweij

Als gastconservator van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam is kunsthistoricus Jos Koldeweij (47) verantwoordelijk voor de inrichting van de Jeroen Bosch-tentoonstelling die volgende week opent. `Boijmans vergeet me niet: vijf berichten met Bosch-problemen vandaag.'

Woensdag 15 augustus

Dit dagboek begin merkwaardig, in Normandië. Ver weg van het project dat de aanleiding is tot dit journaal: de Jheronimus Bosch-tentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Na een jaar dag en nacht werken aan boek en expositie is er even pauze. De tentoonstellingsbouw is in volle gang, bruiklenen zijn in principe geregeld – net gelegenheid om met mijn partner Saskia en twaalfjarige dochter Anna twee weken voor ons zelf te hebben alvorens de hel van Bosch losbreekt. Maar helemaal los van Bosch komen we natuurlijk niet. De gsm verleent zijn kostbare maar onmisbare diensten.

Twee weken terug vertrokken we toen het Bosch-boek al in vijf talen gedrukt was. Het wacht nu op de binder. Zaalteksten en bijschriften van de ruim 450 items en groepen voorwerpen, waaruit de gigantische tentoonstelling bestaat, zijn nu in bewerking bij vormgever en vertalers, de bouw in de Bodonvleugel van Boijmans ligt op schema en zal na het weekeinde, als ik daar weer binnenstap, nagenoeg klaar zijn.

Onze reis voerde over Brugge richting Oostende. Telefonisch overleg met Boijmans, mijn steun en toeverlaat Matthijs Ilsink: hoe staat het met de foto van schilder James Ensor, die Bosch' Keisnijding naspeelt op het strand van Oostende (1895) – een prachtfoto die ik absoluut wil tonen naast een mooi Ensordoek met dit als achtergrondscène, dat we lenen uit Kröller Muller. In Oostende, mogen we, volgens afspraak, zelf naar de foto zoeken om vervolgens aan te lopen tegen een berg van formaliteiten. Woedend de Oostendse musea verlaten, niets ingezien. Inmiddels arriveerde een brief van hen in Boijmans dat de betreffende foto daar niet is. Geërgerd en machteloos, geef ik me over aan de Normandische landschappen, bij pracht weer gezwommen met Anna aan de falaisekust en het kiezelstrand bij Pourville-sur-Mer. Later doorgereden tot Varengeville-sur-Mer, een uitgestrekt Bergen-achtig kustdorp met een oud middeleeuws kerkje.

Boijmans vergeet me niet: vijf voicemailberichten met Bosch-problemen als oogst van deze dag.

Donderdag

Rond halfnegen begint de Normandische dag met mijn Bosch-huiswerk. Bij wisselende wolkenluchten bel ik, onder andere over plaatsingsproblemen, ontstaan door de uitval van één Bosch-werk waarop we eigenlijk hadden gerekend. Mijn telefoontjes zijn afgerond als de rondtoerende boulanger toeterend aan komt rijden en Anna en ik croissants gaan kopen voor een rustig ontbijt. De dag verder doorgebracht in Fécamp, de falaisekust en de zee, de haven en de oude abdijkerk. Ook een bezoek aan het Musée de la Benedictine, een hoogtepunt van laatnegentiende-eeuwse smaak. Ongelooflijk hoeveel bezoekers hier op weg naar de proeverij serieus langs een te snel vanuit een nouveau riche-fortuin bij elkaar gekochte verzameling echte en valse `Middeleeuwen' lopen.

Vrijdag

Laatste echte vakantiedag, nauwelijks contact met Boijmans. Bij felle zon en wolkenluchten maakten we een grote wandeling rond het dorpje St.-Hellier. Heerlijk buiten en gedrieën weg van alles en iedereen.

Zaterdag

Terugreis; niet meer dan zo'n 450 km te gaan en géén contact met Rotterdam. Een lange stop in Amiens. Kathedraal natuurlijk, waar ik wat details fotografeerde van de koorbanken en vooral van 16de-eeuws beeldhouwwerk met, voor zover ik weet, nog onopgemerkte details die de laatmiddeleeuwse pelgrimstekens van Amiens tonen: de nog steeds daar vereerde Johannes de Doper-schotel met zijn nogal macabere schedel- en aangezichtsreliek. Bij een Vlaams benzinestation De Standaard bemachtigd met het paginagrote artikel. Uiteindelijk rond 11 uur 's avonds thuis in Buren. Alles perfect verzorgd achtergelaten door huisoppas en vakgenoot Jeroen Kapelle, die zich verlustigde aan alle negentiende-eeuw-boeken in Saskia haar kasten. Tien centimeter post van universiteit, Boijmans en anderen te verwerken

Zondag

De dag thuis begint met een haperende wasmachine. Ruth Koenig, bevriend stadsgenoot en een van de zeer gewaardeerde vertalers voor het Bosch-project, helpt ons van een eerste berg nat goed af, en met wat gepruts fungeert een en ander weer na een poosje. Werkend in de tuin, eindelijk heg knippen en snoeien, weet ik nog even de vakantie vast te houden. Pas 's avonds verder met de post en de e-mails (63 new messages). Tegen het einde zie ik nog net iets van het gesprek van de aan elkaar gewaagde Van Dis en Barend & Van Dorp. Ten slotte schrijf ik uitvoerig aan mijn oude vriend H.J.E. van Beuningen, over van alles rond de Bosch-tentoonstelling en de daarin opgenomen insigne-presentatie – een onderwerp dat ons al lang samenbindt.

Maandag

Kort na 9 uur in Rotterdam, in het museum. Ik word als de Verloren Zoon van Bosch (die nu Marskramer heet), verwelkomd door collega-gastconservator Bernard Vermet. Rond 9.30 het gebruikelijke Bosch-overleg. Eigenlijk loopt het wondergoed. Bruiklenen komen nu langzaam maar in snel oplopend tempo binnen. De meeste problemen, gelukkig allemaal van praktische aard, betreffen de eigentijdse kunst die de Bosch-tentoonstelling gaat omlijsten en die vooral de verantwoordelijkheid is van directeur Chris Dercon en Bernard Vermet. Dercon zit efficiënt voor, toont trots een door hem samengestelde filmpastiche met veel elementen uit de jeugd-tv-serie Floris en Meester Jeroen. Tegen elven naar de expositiezalen. De werken van Boijmans zelf staan al grotendeels op zaal. Bijna verdwaald in de gigantische lege expositiebouw staat de vormgeefster van tentoonstelling en boek op een ladder met de zaalteksten. Kort maar krachtig, hebben we bedacht. Nu zijn ze er, in de kleur en helder leesbaar. Voor mij precies wat ik voor ogen had – geen lange leesteksten, eerder wegwijzers. De kunstwerken en -voorwerpen moeten het werk doen.

Als kunstnijverheidsmensen van Boijmans zijn Ineke Tirion en Christel van Hees druk in de weer met alle objecten en met de bruiklenen voor de insigne-zaal. Stagiaire Kim werkt onderwijl in Amsterdam aan de realisatie van een zeven meter lange vitrine, waarin we de relatie gaan aantonen tussen laatmiddeleeuwse insignes van allerlei aard (van devoot tot harde porno) enerzijds en details uit het werk van Bosch anderzijds. We overleggen per telefoon.

Toch om 18 uur thuis; in de tuin gegeten en na wandeling met Saskia door de Burense polder wat telefoons met collegae van de Nijmeegse universiteit, waar het academisch jaar begint en de nieuwe eerstejaars zijn verwelkomd. Rond half twee het licht uit.

Dinsdag

Weer kort na achten onderweg, via Meerseldreef, net over de Belgische grens onder Breda, waar ik Anna afzet bij haar nichtje dat haar laatste vakantiedag heeft. Ongeveer op tijd in het Breda's Museum. Directeur Jeroen Grosfeld is informeel en hartelijk als altijd. We krijgen twee oogtegels in bruikleen. Dat zijn merkwaardige vloertegels met middenop een realistisch oog dat de dames letterlijk onder de rokken keek en de heren in de broekspijpen. Dat thema komt ook bij Bosch voor die een veld vol ogen tekent en de bomen oren geeft. De bruikleen uit het Nassau-paleis staat klaar voor vervoer. Eerst, heel Brabants, koffie en naar de Grote Kerk. We demonteren twee misericordes, gebeeldhouwde zitbanken uit het koorgestoelte van circa 1480, brengen die als bruikleen over naar Rotterdam. We wandelen terug naar het museum als echte verhuizers met de middeleeuwse sculpturen in verhuisdekens onder de arm. Oogtegels ook in de kofferbak en voorzichtig naar Rotterdam.

Twee broodjes en een bekertje melk terwijl ik de bijschriftteksten corrigeer. Volgende klus: aanvullen en corrigeren van een grote concepttekst voor een subsidieaanvraag betreffende de pelgrimsteken-database waaraan we in Nijmegen werken. Bijna af, maar er moeten nog puntjes op de i's. Tussendoor afspraken voor het rondleiden van de rondleiders, overleg over insignes, over een citaat bij de video-installatie van Bill Viola en talloze andere details. Rond half zes ontsnap ik: naar huis, weer over Meerseldreef waar mijn zusje Marjet een heerlijk maal klaar heeft staan in haar prachtige tuin. Haar man en ik hadden wat meer file dan waar we op rekenden – ,,pappa is altijd te laat'' had Anna al geruststellend gezegd.

Woensdag

Lange laatste dagboekdag. Om 7 uren kippen en konijn gevoerd en huis uitgeslopen. Om half negen in vergadering in Nijmegen, met Jan Peters, lid van het College van Bestuur, over Soeterbeeck, een door de universiteit gerestaureerd en als studiecentrum heringericht klooster bij Ravestein. Wonderwel was ik ruim op tijd. Vervolgens, na weken, even op mijn afdeling, kunstgeschiedenis. Grote stapel post en notities.

Rond de middag op weg naar Rotterdam. Eerst gesprek met Jos van Loon, Nijmegen University Press over een nieuw deel in onze reeks – door historica Ester Vink. Dan naar de houthandel, want ik beloofde Anna twee boekenplanken mee te brengen zodat ze ruimte heeft voor de middelbare schoolboeken die ze over tien dagen op het KWC te Culemborg in handen zal krijgen, reuze spannend. Snelle boterham in de tuin te Buren, even achter de computer om alweer een tentoonstellingstekst door te zenden. Halverwege de middag naar Boijmans gereden, al telefonerend met het stadsarchief te Den Bosch, om bij te praten over het Bosch-congres dat we daar in november houden. Tegen vijven in het museum: controle reserveringen voor de opening op 1 september, snelle blik op de binnengekomen werken. Bijna alle teksten zijn intussen aangebracht – nu de meeste werken nog. Dercon installeerde zich intussen op het terras De Witte Aap, 100 meter van het museum. Daar samen nog wat details van de inrichting uitgewerkt – nieuws, een Mosselpan van Marcel Broodthaers is toegevoegd aan de moderne kunst.

Om half negen weer thuis; Saskia heeft intussen behalve Anna ook logerend vriendinnetje Sarah zich in bad laten terugtrekken, voorziet mij van een heerlijk linzenmaal en probeert in 5 minuten haar uitgeversperikelen van deze dag uit te leggen. Het laatste geluidloze filmpje voor de Bosch-expo, over schenkersportretten, is in de maak. Script telefonisch doorgesproken. Nog een uurtje voor de pc – tot mijn schrik weer 30 e-mails.

`We wandelen terug naar het museum als verhuizers met de middeleeuwse sculpturen in verhuisdekens onder de arm'