Europees president

W. Langeveld hield op deze pagina een pleidooi voor een direct gekozen Europees president om `Europa' dichter bij het grote publiek te brengen (NRC Handelsblad, 14 augustus).

Of deze doelstelling gehaald wordt, hangt voor een belangrijk deel af van de manier waarop men de Europese president kiest. Het gevaar bestaat dat het middel erger is dan de kwaal.

Verkiezingen volgens het model van het Europees songfestival, waarbij elk land in voorrondes zijn eigen kandidaat kiest en deze nationale kandidaten vervolgens tegen elkaar uitkomen, zullen slechts de nationale sentimenten versterken. Ook directe verkiezingen naar Amerikaans of Frans voorbeeld kunnen niet verhinderen dat de race om het Europees presidentschap in het teken zal komen te staan van nationale verschillen.

Is het mogelijk om de Europese president te kiezen en tegelijk de Europese eenheid te versterken? Ja. Europa heeft de keuze uit twee mogelijkheden.

In de eerste plaats een systeem waarbij de burger een ranglijst maakt van kandidaten. Het tellen van de stemmen gebeurt als volgt: de kandidaat met de minste stemmen valt af en zijn/haar stemmen worden verdeeld over de kandidaten die als tweede op de individuele lijstjes stonden. Dit gaat door totdat één kandidaat een absolute meerderheid heeft. De president van Sri Lanka wordt op deze manier gekozen. Het is onwaarschijnlijk dat in Europa een kandidaat kan winnen omdat hij/zij op meer dan de helft van de lijstjes bovenaan staat. Dit betekent dat de tweede, derde, vierde, enz. keus belangrijk wordt. De president van Europa is dan niet de kandidaat die bij de meeste mensen op nummer één stond, maar de kandidaat die voor de meeste mensen een acceptabel alternatief was. Dat zal gewoonlijk een politicus zijn die niet uit het eigen land komt maar toch over de grenzen aantrekkingskracht heeft.

Een andere mogelijkheid is om eisen te stellen aan de geografische verdeling van de stemmen. De winnende kandidaat moet dan niet alleen een meerderheid hebben, maar ook bijvoorbeeld minimaal vijfentwintig procent van de stemmen in driekwart van de lidstaten. Dit om te voorkomen dat een kandidaat wint met bijvoorbeeld alleen stemmen uit Noord- of Zuid-Europa. Nigeria en Kenia kiezen hun president op deze manier.

Nadeel van deze methode is dat verkiezingen onbeslist kunnen eindigen. Dan zijn nieuwe verkiezingen nodig, mogelijk beslist door een tweestrijd tussen de twee populairste kandidaten.

Of men de Europese president uiteindelijk kiest via voorkeursstemmen of geografische minimumeisen is minder belangrijk dan het inzicht dat alleen deze kiesstelsels kunnen voorkomen dat de directe verkiezing van de Europese president ontaardt in een versterking van de nationale verschillen en geschillen en het middel erger blijkt dan de kwaal.