CULTUREEL ZELFBEELD BEPAALT AARD VAN JEUGDHERINNERINGEN

Kinderen die in een individualistische cultuur opgroeien hebben later veel uitvoeriger jeugdherinneringen dan kinderen die in een meer collectieve cultuur opgroeien. Hun jeugdherinneringen gaan ook verder in de tijd terug. Dit blijkt uit een onderzoek onder 119 Amerikaanse studenten aan Harvard en 137 (in intelligentie, leeftijd, geslacht, enz. vergelijkbare) studenten van de Peking Universiteit (Journal of Personality and Social Psychology, augustus 2001).

Amerikaanse studenten rapporteren in de vragenlijsten precieze en emotionele jeugdherinneringen waarin hun eigen persoon centraal staat, terwijl de jeugdherinneringen van Chinese studenten juist gaan over emotioneel neutrale gebeurtenissen die ook van belang waren voor anderen. De oudste herinneringen van de Amerikanen gingen gemiddeld terug tot de leeftijd van 3,5 jaar, zes maanden verder dan die van de Chinezen. De herinneringen van Amerikanen waren ook vaker geconcentreerd op één moment of situatie, terwijl de Chinese herinneringen vaker algemene, routineuze gebeurtenissen betroffen.

Typisch Amerikaanse herinneringen betroffen een omvallend glas ijsthee op een auto-achterbank of een gedetailleerd beschreven ervaring op een kinderfeestje — beide beleefd op driejarige leeftijd. Chinese herinneringen aan dezelfde levensperiode waren veel beknopter en gingen over een vader die gedichten voordroeg of over vriendjes die vogels vingen.

Het onderzoek van de psychologe Qi Wang van Cornell University vormt de eerste systematische ondersteuning voor de theorie dat het culturele zelfbeeld grote invloed heeft op de aard van persoonlijke herinneringen. In Amerika (en andere westerse landen) wordt het zelf gezien als een autonome entiteit, duidelijk gescheiden van andere personen en sociale situaties. De nadruk ligt op zelf-expressie, zelfstandigheid en uniekheid. In China (en andere Oost-Aziatische landen) wordt het zelf juist niet scherp begrensd, maar gezien als onderdeel van een web van sociale relaties, verantwoordelijkheden en rollen. De nadruk ligt op nederigheid en groepssolidariteit.

Binnen een cultuur bestaan hierin natuurlijk ook verschillen. In eerder onderzoek had Wang al geconstateerd dat Chinese volwassenen die als enig kind in het gezin waren opgegroeid, zichzelf in meer egocentrische termen beschreven dan andere Chinezen. Hun herinneringen bleken meer `self focussed' en gingen verder terug. In het nieuwe onderzoek bestonden vergelijkbare verschillen. De mate waarin de deelnemers precieze en oudere herinneringen rapporteerden hing zowel bij Amerikanen en als bij Chinezen samen met hun scores op zelfbeeld-testen. De Chinese vrouwen bleken gemiddeld `egocentrischer' in hun herinneringen dan mannen. Onder de Amerikanen was geen geslachtsverschil.

De verklaring voor het verschil in de herinneringen zoekt Wang in de veronderstelling dat mensen in een individualistische cultuur gedetailleerde persoonlijke herinneringen echt nodig hebben om hun gevoel van persoonlijke uniekheid te onderbouwen. In een collectivistische cultuur is die behoefte veel minder groot. Ook het vastleggen van herinneringen op het moment zelf wordt waarschijnlijk beïnvloed door de individualistische dan wel collectivistische cultuur. In Amerika worden emotionele ervaringen hoog gewaardeerd als onderdeel van het zelf en de meeste onderzocht Amerikaanse herinneringen zijn dan ook sterk emotioneel geladen. Bij de Chinese is dat veel minder.