Belgische pastoor

We zitten 's avonds op het terras met z'n tweeën aan een tafeltje voor drie. Als hij aan ons vraagt of we `Ollanders' zijn, blijft het stompje sigaar in zijn mond. Het beweegt vriendelijk op en neer bij de tweede vraag: Of we het goed vinden, dat hij bij ons aanschuift. Pas als hij zit, neemt hij het stompje sigaar uit zijn mond. Hij lijkt op Wim van Est, Neerlands eerste geletruidrager, maar hij ziet er wat intelligenter uit. Hij is Belg, en ook nog pastoor. Hij zegt het bijna verontschuldigend. ,,Maar ik woon vlak over de Nederlandse grens.'' Dat scheelt weer.

,,U bent ook op vakantie'', vraag ik hem.

,,Ja en nee.''

Hij logeert bij een boer voor een week, maar elke morgen rijdt hij naar Lisieux en draagt daar in de kathedraal de mis op. Op zijn vraag of ik weet dat Lisieux een bekend bedevaartsoord is, moet ik ontkennend antwoorden. Geen katholieke opvoeding, verklaar ik hem.

,,Dat geeft allemaal niks'', zegt hij. ,,Ik werk toevallig voor het katholieke filiaal van de Grote Baas. En Die is niet zo eenkennig. Nee, de President-Directeur gaat het alleen om de verkoop van Zijn product...''

,,En dat is'', vraag ik de pastoor.

,,Of je Hem nu God noemt, of Allah of Boeddha, 't maakt Hem niks uit. God is Liefde, dat is Zijn product.''

Hij kijkt ons glimlachend aan: O Sancta Simplicitas.

Na nog een kopje koffie en een glas wijn staat hij op. Een tweede glas slaat hij af: ,,Ik moet naar bed. Ik ben al 74. Ik moet gezond blijven, weet u. Als ik ermee stop, heeft mijn parochie geen pastoor meer. Een opvolger is er niet.''

Hij geeft ons beiden een hand, knikt ons vriendelijk toe en verdwijnt in de Normandische nacht. Een sliertje rook is het laatste dat we van hem zien.