Als de corruptie sterft, sterft de regering

Weinig landen zijn zo corrupt als Kenia. President Daniel arap Moi wil die corruptie uitroeien. Zegt hij. Niemand die hem gelooft. ,,Corruptie is doorgedrongen tot de volksziel.''

In de bus, op de markt of in de smerige, met werklozen gevulde straten van Nairobi, iedereen zingt tegenwoordig uit volle borst mee als het lied van Eric Wainaina uit de speakers galmt.

Hoewel de winkels in de Keniase hoofdstad Nairobi de cd en cassette nog steeds niet officieel verkopen en alleen een privé-radiostation het durft draaien, is het nummer `Kitu kidogo' van Eric Wainaina uitgegroeid tot een volkslied. Met een onweerstaanbare melodie en scherpe satire bezingt en beschimpt Wainaina Kenia's nationale ziekte: de corruptie.

Kitu kidogo betekent `iets kleins' in het Kiswahili, een eufemisme voor een klein presentje, oftewel smeergeld. ,,Wil je je kind op school: kitu kidogo'', zingt Wainaina. ,,Wil je dat de politie je te hulp schiet bij een overval: kitu kidogo. Wil je worden opgenomen in het ziekenhuis: kitu kidogo.'' De zanger had van zijn lied een langspeelplaat kunnen maken, want het verhaal is eindeloos. Vrijwel iedere overheidsdienst vraagt kitu kidogo.

Corruptie hoort bij het dagelijkse leven in Kenia. President Daniel arap Moi zette vorige week tevergeefs zijn gezag in om een grondwetsamendement door het parlement te krijgen waarmee de chronische corruptie bestreden zou kunnen worden. De oppositie stemde echter tegen, zij vond dat de voorgestelde Kenya Anti-Corruption Authority (Kaca) onvoldoende bevoegdheden kreeg, een buldog zonder tanden. Het Internationale Monetaire Fonds had de oprichting van Kaca als voorwaarde gesteld om zijn leningen aan Kenia te hervatten, die waren stopgezet wegens corruptie.

Even leek de wereld op zijn kop te staan. Een boze Moi kondigde na zijn nederlaag aan zijn kruistocht tegen corruptie voort te zetten in het belang van de arme Kenianen. De oppositiepartijen, vond hij, waren vóór corruptie en namen het lot van de armen niet ter harte, die het nu zonder miljoenen aan IMF-leningen moeten stellen.

Nog groter was de verbazing toen Moi de volgende dag de natie verraste met een nieuw voorstel: hij zou een speciale eenheid van de politie de corruptie laten bestrijden. Als er één instelling is die de Kenianen door en door corrupt achten, dan is het de politie.

In 1993 had de president al zo'n speciale politie-eenheid ingesteld maar deze twee jaar later weer ontbonden, nadat onder mysterieuze omstandigheden het hoofdkantoor van de eenheid in vlammen was opgegaan. Het is altijd onduidelijk gebleven of dit roemloze einde kwam omdat de eenheid te corrupt of te efficiënt was.

Kenia behoort volgens Transparancy International tot de vijf meest corrupte landen ter wereld. Het IMF en Westerse donorlanden hebben er geen vertrouwen meer in dat de regering van Moi schoon schip kan of wil maken. Al jaren proberen ze het land een van de meest stringente anticorruptie-beleidsplannen in Afrika op te dringen. Met miljoenen dollars aan leningen voor de bijna bankroete economie in het vooruitzicht, deed de regering toezeggingen, maar zodra het geld in de staatskas arriveerde, gingen de beloftes in de prullenbak.

,,Corruptie is doorgedrongen in onze volksziel'', schreef deze week de columnist John Githongo. ,,Het misbruik van overheidsbanen voor eigenbelang smeert de politiek. Als corruptie morgen zou sterven, dan gaan daarmee ook de regering en de oppositie ten onder.'' Githongo heeft het hier niet over kitu kidogo, maar over forse geldbedragen, miljoenen dollars aan overheidsgelden die `verdwenen' en waardoor de eens goed draaiende economie van Kenia te gronde werd gericht.

`Kleine corruptie' heet het aannemen van smeergeld door politieagenten, rechters of douanebeambten. Deze vorm van omkoperij hoort bij een armoedecultuur. `Grote corruptie' is de olie van het politieke patronagesysteem, het houdt de kliek machthebbers bijeen. In het patronagesysteem schenkt de heersende kliek stukken land aan trouwe politici en partijgenoten, geeft hun lucratieve overheidsbanen of bevoordeelt hun bedrijven.

De meest beruchte affaire betreft het Goldenbergschandaal begin jaren negentig. Ruim 400 miljoen dollar aan overheidsgeld verdween in privé-zakken, een bedrag dat toen naar schatting 12,5 procent van het Keniase bbp betrof. Het bedrijf Goldenberg, van een Keniase zakenman met goede relaties in de politiek, deed het voorkomen alsof het goud en diamanten uitvoerde. De regering had een speciale regeling geïntroduceerd om de export te bevorderen; exporteurs ontvingen van de overheid een percentage van de waarde van hun uitgevoerde goederen als aanmoediging. Er bevinden zich nauwelijks goudaders en al helemaal geen diamanten in Kenia's bodem en er viel dan ook weinig te exporteren voor Goldenberg. Maar op papier deed het dit wel en het bedrijf ontving daarom de aanmoedigingssubsidie. Hooggeplaatste politici en ambtenaren profiteerden van deze oplichterij. Niemand is veroordeeld voor dit schandaal.

Ieder jaar verschijnen lijvige rapporten over corruptie zonder dat iemand aan de schandpaal wordt genageld. Tegelijkertijd met Moi's debacle in het parlement vorig week werd een rapport van een parlementscommissie openbaar. Volgens die commissie drukten hoofden van staatsbedrijven honderdduizenden dollars achterover. ,,Er is zo veel geld geroofd'', vertelt parlementslid Wafulu Wanmuyinyi van de commissie. ,,Er is zo veel geld uitgegeven aan projecten die nooit zijn uitgevoerd. Een hoge ambtenaar kocht een stuk grond van de Keniase spoorwegen voor zeventig miljoen shilling [ruim twee miljoen gulden, red] om het dezelfde dag nog door te verkopen aan het Sociale Verzekeringsfonds voor gepensioneerden, voor 200 miljoen shilling. Het hoofd van een staatsbedrijf kocht voor zijn huis, onder de noemer presentatiekosten, gordijnen ter waarde van honderdduizend dollar.''

De verdachten zijn veelal bekend, daar is geen speciale anticorruptie-organisatie voor nodig. In plaats van ze te vervolgen stelt de regering voor hen te vergeven.

Als het grondwetsamendement vorige week was aangenomen, had de regeringspartij als vervolg daarop een ander voorstel willen indienen. Volgens dit wetsvoorstel zal iedereen die zich vóór 1997 aan corruptie schuldig maakte amnestie krijgen.