Het nieuws van 25 augustus 2001

Europees president

W. Langeveld hield op deze pagina een pleidooi voor een direct gekozen Europees president om `Europa' dichter bij het grote publiek te brengen (NRC Handelsblad, 14 augustus).

Of deze doelstelling gehaald wordt, hangt voor een belangrijk deel af van de manier waarop men de Europese president kiest. Het gevaar bestaat dat het middel erger is dan de kwaal.

Verkiezingen volgens het model van het Europees songfestival, waarbij elk land in voorrondes zijn eigen kandidaat kiest en deze nationale kandidaten vervolgens tegen elkaar uitkomen, zullen slechts de nationale sentimenten versterken. Ook directe verkiezingen naar Amerikaans of Frans voorbeeld kunnen niet verhinderen dat de race om het Europees presidentschap in het teken zal komen te staan van nationale verschillen.

Is het mogelijk om de Europese president te kiezen en tegelijk de Europese eenheid te versterken? Ja. Europa heeft de keuze uit twee mogelijkheden.

In de eerste plaats een systeem waarbij de burger een ranglijst maakt van kandidaten. Het tellen van de stemmen gebeurt als volgt: de kandidaat met de minste stemmen valt af en zijn/haar stemmen worden verdeeld over de kandidaten die als tweede op de individuele lijstjes stonden. Dit gaat door totdat één kandidaat een absolute meerderheid heeft. De president van Sri Lanka wordt op deze manier gekozen. Het is onwaarschijnlijk dat in Europa een kandidaat kan winnen omdat hij/zij op meer dan de helft van de lijstjes bovenaan staat. Dit betekent dat de tweede, derde, vierde, enz. keus belangrijk wordt. De president van Europa is dan niet de kandidaat die bij de meeste mensen op nummer één stond, maar de kandidaat die voor de meeste mensen een acceptabel alternatief was. Dat zal gewoonlijk een politicus zijn die niet uit het eigen land komt maar toch over de grenzen aantrekkingskracht heeft.

Een andere mogelijkheid is om eisen te stellen aan de geografische verdeling van de stemmen. De winnende kandidaat moet dan niet alleen een meerderheid hebben, maar ook bijvoorbeeld minimaal vijfentwintig procent van de stemmen in driekwart van de lidstaten. Dit om te voorkomen dat een kandidaat wint met bijvoorbeeld alleen stemmen uit Noord- of Zuid-Europa. Nigeria en Kenia kiezen hun president op deze manier.

Nadeel van deze methode is dat verkiezingen onbeslist kunnen eindigen. Dan zijn nieuwe verkiezingen nodig, mogelijk beslist door een tweestrijd tussen de twee populairste kandidaten.

Of men de Europese president uiteindelijk kiest via voorkeursstemmen of geografische minimumeisen is minder belangrijk dan het inzicht dat alleen deze kiesstelsels kunnen voorkomen dat de directe verkiezing van de Europese president ontaardt in een versterking van de nationale verschillen en geschillen en het middel erger blijkt dan de kwaal.

Winstmarges fondsen onder druk

Vermogensbeheerders hebben het de afgelopen tien jaar makkelijk gehad. Tijdens de lange bloeiperiode van de aandelenmarkt konden ze lekker onderuit zakken en steeds hogere vergoedingen innen – om nog maar te zwijgen over de opties die daar nog bovenop kwamen. De Britse beleggingsfondsen hebben het sinds 1991 bijvoorbeeld drie keer zo goed gedaan als de FTSE. Nu worden de beheerders met een harde klap uit hun stoel geslingerd.

Het is niet moeilijk te begrijpen waarom dat gebeurt. Dankzij de terugval van de markt komt er bij de fondsen nog maar een fractie van de bedragen van vorig jaar binnen. Intussen neemt de concurrentie toe. Maar de kostenkant baart de meeste zorgen. Toen de markten nog een stijgende lijn vertoonden, kostte het weinig meer om één iemand 5 miljard dollar te laten beheren dan wanneer hij één miljard dollar onder zijn hoede had.

Nu de markten zijn ingestort, is het omgekeerde helaas ook waar: de kosten zijn amper gedaald. Vermogensbeheerders die door de opkomst van de kleine belegger in de jaren negentig gestimuleerd werden om een graantje van die markt mee te pikken, zien zich nu geconfronteerd met de kosten daarvan – ook al is de markt zelf alweer bijna verdwenen. PricewaterhouseCoopers verwacht dat de winstmarges in het Verenigd Koninkrijk dit jaar gehalveerd worden.

De waarderingen van de beleggingsfondsen hebben uiteraard schade opgelopen, maar staan nog steeds boven het historisch gemiddelde. Een reden daarvoor kan zijn dat beleggers ervan uitgaan dat de inzinking op het gebied van de aandelen gecompenseerd wordt door een groei op het terrein van de obligaties. Maar er is niets dat daarop duidt. In de VS is de instroom op alle gebieden in juli tot 14 miljard dollar gedaald, wat overeenkomt met een derde van de gemiddelde maandelijkse instroom van vorig jaar. Gezien het feit dat de beleggingsfondsen de afgelopen tien jaar slechts een meeropbrengst konden verwezenlijken dankzij de hoge aandelenkoersen, lijken hun waarderingen aan de hoge kant.

B-team beter

Deze zomer stond in het teken van twee belangrijke internationale jeugdkampioenschappen: het WK voor junioren in Brazilië en het EK voor studenten - de Universiade - in Rotterdam. Het wemelt in Nederland op dit moment van het bridgetalent. Een stuk of twaalf spelers van tussen de twintig en vijfentwintig jaar speelt in de Eerste divisie of zelfs al in de Meesterklasse. Dat was wel eens anders, maar nu kennen we de luxe situatie dat voor de belangrijke evenementen er selectiewedstrijden worden gehouden. Voor deze zomer betekende het dat het A-team meedeed aan het WK, waar het linea recta als titelkandidaat werd beschouwd. Helaas moest ik u vorige week al melden dat `Brazilië' niet meer dan een teleurstellende zevende plaats opleverde. Teamlid Bas Drijver daarover: ,Op de een of andere manier speelden we ver onder ons normale niveau. We hadden problemen om de concentratie te bewaren.' Het B-team deed mee aan de Universiade op de Erasmus Universiteit van Rotterdam. Het had de ondankbare taak de prestaties uit het verleden te evenaren. Liefst drie keer eerder won ons land goud op dit toernooi. Nederland slaagde ook voor de vierde maal voor deze vuurproef. Zonder een wedstrijd te verliezen betoonde de ploeg (Jeroen Bruggeman, Niels de Groot, Frank Burghout, Andor van Munnen, Marvin Kuivenhoven en captain Simon de Wijs) zich vorige week oppermachtig tijdens dit kampioenschap waar dertien landen aan meededen. Voor Frank Burghout was het zelfs zijn tweede gouden Universiade op rij. Voor aanvang van de laatste ronde stond Nederland flink voor op nummer twee, Denemarken. Een kleine overwinning in de laatste wedstrijd op Noorwegen zou voor onze landgenoten voldoende zijn voor de titel. Om hun Scandinavische vrienden een dienst te bewijzen waren de Noren de avond voor de wedstrijd vroeg gaan slapen met de bedoeling de volgende dag Nederland fris en monter tegemoet te kunnen treden. Tijdens Nederland-Noorwegen was de Vikingen niets te dol: