Wolf

Op vakantie kom je vaak enge dieren tegen. Tenminste, dat overkomt Isabella Lanz regelmatig. Slot van een zomerserie over bijtgrage en andere boze dieren.

Wolven zijn de wilde voorouders van onze tamme honden. We kennen ze nu vooral van de dierentuin en uit sprookjes, Roodkapje bijvoorbeeld. Of van het fraaie lied Dodenrit van Drs P., over de familie die in de trojka op weg naar Omsk ten prooi valt aan gulzige wolven. Of van Alleen op de wereld waarin Remi en Vitalis door wolven overvallen worden. We kennen ze tegenwoordig uit de boeken. In de stad komen we eerder verkeerd opgevoede honden tegen, die minstens zo gevaarlijk zijn. Toch zit dat schrikbeeld er goed in en zul je een wolf niet gauw verwarren met een hond, heb ik ervaren.

Ik reed eens midden in de nacht door een dorre extreem verlaten streek in Midden-Spanje. Over een smalle weg. Maar de hemel was helder, de maan scheen en we kwamen vooruit. Opeens doemde rechts voor de auto een beest op; een tanig lijf boven vier sterke poten, een grote snuit met donkere ogen en rechtopstaande oren. Een wolf, daar hoefden we geen seconde aan te twijfelen. We draaiden de raampjes dicht en reden langs de wolf. Die liep – zagen we achterom kijkend – wat sukkelig de weg weer af.

Of hij verdwaald en zijn roedel kwijt was hebben we verder niet onderzocht. Alleen al de aanblik van dit ene machtige exemplaar was fascinerend genoeg.

Kwam jij ook enge dieren tegen op vakantie? Schrijf erover of teken erover. Stuur aan NRC Kinderpagina, Postbus 3372, 1001 AD Amsterdam. Zet ENG op enveloppe, en altijd naam, leeftijd en adres op je brief.