Verzet tegen hakken vanaf de 23 groeit

In de permanente zoektocht naar verbetering van `het product hockey' overweegt de internationale hockey- federatie FIH opnieuw de spelregels aan te passen. Maar de voorstellen stuiten, zoals wel vaker, op verzet.

Het is een bijna jaarlijks terugkerend ritueel: tijdens een congres of bijeenkomst van de internationale hockeyfederatie (FIH) lanceert de spelregelcommissie een aantal nieuwe, revolutionaire voorstellen, bedoeld om de attractiviteit van de sport te vergroten. Met het dringende verzoek aan de lidstaten zo snel mogelijk over te gaan tot een of meer experimenten. Zodat de bevindingen bij het eerstvolgende congres kunnen worden geëvalueerd en de regelwijzigingen mits goedgekeurd kunnen worden ingevoerd.

Geen sport die de eigen spelregels zo vaak onder de loep neemt als het hockey, een sport die al jaren, meestal vergeefs, dingt naar de gunst van het grote publiek. Ook dit jaar, twee maanden terug bij het congres in Brussel, was het weer raak. Was het tot voor kort de strafcorner die steevast onderwerp van discussie was, ditmaal hebben de voorstellen vooral betrekking op de 23-meterlijn, het gebied dat sinds de afschaffing van de buitenspelregel (1996) weinig betekenis meer heeft.

In de permanente zoektocht naar verbetering en verfijning van `het product hockey' heeft de Hockey Rules Board drie wijzigingen voorgesteld, waarvan de belangrijkste het opheffen van de cirkel is. Een doelpoging mag in de nieuwe opzet voortaan al vanaf de 23-meterlijn worden ondernomen. Verder mogen slechts acht spelers zich achter de eigen 23-meterlijn ophouden. Bij een lange hoekslag dienen tenslotte alle acht verdedigers zich op de eigen achterlijn te bevinden. De lange corner moet daarbij buiten de cirkel worden gestopt, voordat een schot op het doel volgt.

Veiligheid en attractiviteit liggen (opnieuw) ten grondslag aan de voorstellen, die zijn gedaan door een werkgroep bestaande uit oud-spelers, -coaches en -scheidsrechters. In Australië is de afgelopen maanden al met veel succes geëxperimenteerd met de nieuwe regels, zo claimt de commissie. Als `bewijs' wordt verwezen naar het toegenomen aantal doelpunten en doelpogingen.

Schoorvoetend heeft de Nederlandse hockeybond (KNHB) inmiddels toegezegd een eigen experiment te zullen houden. In oktober, als de competitie ruim anderhalve maand stil ligt wegens het wereldkampioenschap voor junioren, en in februari/maart, tijdens het WK in Maleisië, spelen de hoofdklasseclubs een onderlinge competitie. Deze strijd om de `Ik Mag Niet Mee-Cup' is volgens de bond een prima gelegenheid om twee regelwijzigingen tegen het licht te houden.

Aan één van de drie voorstellen, het schieten vanaf de 23-meterlijn, weigert de bond evenwel haar medewerking te verlenen. Als reden daarvoor verwijst Frank van 't Hek, lid van KNHB-arbitragecommissie, naar de bekercompetitie in het seizoen 1994-'95, toen het omstreden experiment al zonder veel succes werd beproefd. ,,Een faliekante mislukking en daarom zijn we er ook snel weer van teruggekomen'', zegt de oud-scheidsrechter.

Van 't Hek vreest vooral in de lagere regionen ,,levensgevaarlijke situaties'', mocht het schieten vanaf 23 meter ooit worden toegestaan. ,,In de top zal het nog wel meevallen. Maar wat te denken van al die recreanten die op zaterdag en zondag een balletje slaan en aanzienlijk minder vaardig zijn? Daar is schieten vanaf de 23 vragen om dodelijke ongelukken.''

Ook Maurits Hendriks, oud-bondscoach van Nederland, ziet weinig in ,,het hakken vanaf de 23'', maar onderkent de noodzaak tot verandering. ,,Want eerlijk is eerlijk: het hockey is de laatste maanden, zowel in binnen- als buitenland, vaak niet meer om aan te gluren. Verdedigend hockey heeft de overhand gekregen, met als gevolg dat we meer en meer toegroeien naar een soort handbal op kunstgras.''

Waar de technisch directeur van de Spaanse hockeybond zich evenwel tegen verzet is het ad-hocbeleid van de FIH. ,,Een experimentje hier, een experimentje daar - dat zet geen zoden aan de dijk. Mijn voorstel: nodig drie toonaangevende onder 21-ploegen uit, alsmede alle topcoaches en ga een week lang aan de slag met z'n allen, compleet met televisie- en marketingdeskundigen. Stel na een week vervolgens een evenwichtig eindrapport op, dat kan dienen als leidraad bij eventuele wijzigingen.''

Een rondgang langs verschillende coaches tijdens het toernooi om de Champions Trophy voor vrouwen, deze week in Amstelveen, leert dat Hendriks' voorstel unaniem wordt toegejuicht. Binnenkort zal de oud-bondscoach zijn ideeën op papier zetten. Van FIH-voorzitter Els van Breda Vriesman kreeg hij reeds de toezegging dat zijn voorstel serieus zal worden bekeken.

Centraal in de hudige discussie staat het gebrek aan ruimte. De omtrek van het veld (91,40 bij 55 meter) dateert nog uit de negentiende eeuw. Maar met de introductie van het kunstgras (met als gevolg een snellere balcirculatie), de toegenomen technische en fysieke vaardigheden van de spelers (hogere handelings- en bewegingssnelheid) en het betere materiaal (harder slaan) is het veld domweg te klein geworden voor elf tegen elf.

In de wandelgangen zijn daarom al stemmen opgegaan om het aantal veldspelers terug te dringen van elf naar tien. Of nog rigoreuzer: van elf naar negen, zoals de oud-bondscoach van Australië, Ric Charlesworth, twee jaar geleden voorstelde.

Maar die discussie wil Johan Wakkie, directeur van de Nederlandse hockeybond, graag aan zich voorbij laten gaan. ,,Minder spelers zou betekenen dat alle teams, van hoog tot laag, moeten inkrimpen en velen buiten spel komen te staan bij gebrek aan voldoende velden. Want denk maar niet dat de clubs geld en ruimte hebben om zomaar eventjes een paar extra velden aan te leggen.''