Vervolgd in alle tijden

Steeds opnieuw probeert de Oostenrijkse auteur Robert Menasse (1954) filosofie, geschiedenis en literatuur in zijn werk te integreren. In zijn tot nu toe bekendste en ook in Nederlandse vertaling verschenen roman Zalige tijden, breekbare wereld (deel van een trilogie) is de hoofdpersoon Leo Singer op zoek naar een verklaring van het wereldgebeuren – het loopt slecht met hem af. In de afgelopen tien jaar publiceerde Menasse ook een moeilijk toegankelijk essay over Hegel (Phänomenologie der Entgeisterung), een fors gedachte-experiment dat zowel de onmogelijkheid van de historische progressie als de taak van de literatuur behandelt. Ook verscheen Das Land ohne Eigenschaften, een lucide boekje waarin de historische wortels van het huidige Oostenrijk met literaire vrijmoedigheid worden verkend.

In zijn nieuwe roman Die Vertreibung aus der Hölle maakt Menasse het zich weer niet gemakkelijk. Dit boek is zijn meest ambitieuze project tot nu toe, wat alleen al blijkt uit de inhoud van de citaten die hij aan het begin van de roman als motto heeft opgenomen. Het zijn er liefst zeven, verdeeld over twee volle bladzijden, en ze hebben alle betrekking op thema's als Waarheid, Macht of Leven. Hoofdpersoon Viktor Abravanel, geboren in 1955, is een Hegeliaan die van zijn geloof is gevallen. Tijdens zijn studententijd in de jaren zeventig was hij geobsedeerd door het verlangen de dingen in een groot verband onder te brengen. De vestiging van het socialisme moest uitdrukking geven aan het verlangen opgenomen te worden in das Ganze.

Dat ideaal is vervlogen en de gedachte dat er een samenhang of zelfs een systeem zou bestaan waarin de wereld een zinvolle ordening kan krijgen, is evenmin houdbaar. De vraag die dan overblijft – en die vraag is het hoofdthema van Die Vertreibung aus der Hölle – luidt: waar hoor je nog bij? Als de mens niet vooruit gaat, als het onmogelijk is opgenomen te worden in een groter geheel, blijft er niets anders over dan omkijken. Als de samenhang een illusie is, word je teruggeworpen op jezelf, op je eigen ervaringen en die van je naasten en lotverwanten. Voor de joodse Viktor bestaat die geschiedenis vooral uit vervolging en uit de drang daaraan te ontkomen: de zucht naar vrijheid.

Gezelschapsspel

De roman begint met een reünie van Viktors schoolklas, waar ook de leerkrachten aanwezig zijn. Het is vijfentwintig jaar geleden dat de aanwezigen elkaar gezien hebben. Iedereen wordt gevraagd te vertellen wat hij of zij in die periode heeft gedaan, maar Viktor zorgt voor een bruuske verstoring van dit gezelschapsspel. Hij beschuldigt zijn voormalige leraren ervan hun toenmalige lidmaatschap van Hitlers NSDAP te verzwijgen, een niet mis te verstane verwijzing naar de manier waarop het moderne Oostenrijk zijn oorlogsverleden lange tijd heeft weggestopt. Allen zijn verontwaardigd over het gedrag van Viktor en vertrekken. Hij blijft achter met Hildegund, het meisje op wie hij al tijdens zijn schooltijd verliefd was.

Aan haar vertelt hij zijn levensverhaal, dat vooral een verhaal is over de bronnen van zijn verkniptheid en obsessies. Ben je joods, vraagt ze. Ja, nou eigenlijk nee, antwoordt hij. Zijn oma van moederskant heeft de oorlogsjaren ondergedoken gezeten in een klooster, heeft zich laten dopen en is volgens de christelijke voorschriften begraven. Is haar dochter, de moeder van Viktor, dan joods? Viktor groeit op in omstandigheden die geheel in het teken staan van wat verzwegen moet worden: het lijden van zijn ouders en grootouders tijdens de oorlog. Zijn droom dat hij zelf is opgehaald om op transport te worden gesteld, houdt hij voor de werkelijkheid. Ik heb het zelf beleefd, zegt hij tegen Hildegund, waarop zij antwoordt: `Viktor, du spinnst!' Wat is werkelijkheid en wat is droom als de ervaringen van de vervolging zozeer je dagelijkse bestaan beheersen?

Een leraar vertelt hem iets over de achtergrond van de familienaam Abravanel en hij besluit tot een grondige zoektocht. Het resultaat wordt door Menasse opgediend in de vorm van een historische roman, die in Die Vertreibung aus der Hölle het levensverhaal van Viktor afwisselt. `Ze zullen het huis aansteken. We zullen verbranden', zo luiden de eerste zinnen van dit epos, dat zich afspeelt in de zestiende en zeventiende eeuw op het Iberisch schiereiland. Samuel Manasseh is de hoofdpersoon en behoort tot een van de vele joodse families die door de katholieke inquisitie worden vervolgd en uitgemoord. `Mané' is 'een jongen met vele identiteiten'. Hij wordt door zijn ouders bij de jezuïeten op school gedaan en doet alles om te assimileren, op te gaan in het grote geheel van de rooms-katholieke samenleving.

Zijn pogingen zijn tevergeefs. Bijna vierhonderd jaar geschiedenis, zo lijkt Menasse te willen zeggen, hebben in de positie van de joden weinig veranderd. Hun bestaan wekte bij de katholieken van de zestiende en de nazi's van de twintigste eeuw dezelfde vernietigingsdrang. Maar zoals de vader van Viktor in 1940 als kind naar Londen kon vluchten, zo grijpt Mané de mogelijkheid aan naar Amsterdam te ontkomen. In dit oord van vrijheid en tolerantie (Menasse meent het goed met onze hoofdstad) wordt hij rabbijn en de leraar van Spinoza. De vrijheidsdrang van deze leerling richt zich tenslotte tegen het joodse geloof. De eerste stap in een filosofische speurtocht naar een groter verband? `Spinoza's leermeester', zo luidt de titel van een lezing die Viktor moet gaan geven als hij aan het eind van het boek afscheid neemt van Hildegund.

Boodschap

Die Vertreibung aus der Hölle is een poging de meesterproef af te leggen, een onderneming die door haar grootse opzet bewondering wekt. Twee romans in één, zich afspelend in geheel andere tijdperken en toch verbonden door één thema: het is in combinatie een enorme worp.

Levert deze monumentale onderneming ook geslaagde literatuur op? Het verhaal over Viktor is bij vlagen prachtig, met veel vaart geschreven. Dankzij pakkende details wordt de hoofdpersoon een levende figuur, vooral in zijn krankjoreme verhouding tot zijn ouders en grootouders. Van de historische roman over Samuel Manasseh kan helaas niet hetzelfde worden gezegd. In dit deel van Die Vertreibung aus der Hölle wordt te vaak op plichtmatige wijze historische kennis overgedragen. Het verhaal is veel te omslachtig en de schrijver verliest zich in uitweidingen. De hoofdpersoon is ondanks zijn enerverende en zelfs dramatische belevenissen een vlakke figuur. Het proza van Menasse blijft bedekt onder archiefstof.

Die Vertreibung aus der Hölle is bovendien een boek dat gebukt gaat onder het overgewicht van zijn ambities. Menasse toont zich te veel een schrijver met een boodschap, die kennelijk bang is dat de lezer hem niet genoeg zal begrijpen. Dat leidt tot het gebruik van de literair fatale methode, dat veel wordt uitgelegd. Telkens krijgen we weer te horen dat Viktor en Mané worstelen met hun identiteit. Er wordt te veel verklaard en te weinig gesuggereerd. De theorie wint het te vaak van de esthetiek, wat in een roman niet de bedoeling kan zijn. Zo laat Die Vertreibung aus der Hölle de lezer tenslotte ontredderd achter: wat jammer dat zo'n bijzonder talent zich heeft laten verleiden tot een project dat zelfs zijn mogelijkheden te boven gaat.

Robert Menasse: Die Vertreibung aus der Hölle. Suhrkamp, 493 blz. ƒ69,70