Schrijver worden

Er zijn op het ogenblik zestien miljoen Nederlanders. Het weekblad Intermediair van 8 augustus meldt op de voorpagina dat `1,3 miljoen Nederlandse zondagsschrijvers hunkeren naar erkenning'. Dit zou betekenen dat we een kans van 1 op 12,3 lopen, op straat, in de bus of waar dan ook een schrijver tegen te komen. Nee, die kans is veel groter. De schrijfambitie ontwaakt bij de meeste mensen tussen hun 15de en hun 20ste, en dooft langzaam na hun 70ste. Om de kansberekening te verfijnen zou je een schrijfbevolkingspyramide moeten samenstellen. Ik schat dat de kans tot 1 op 4 verkleind zou worden. Ongelofelijk. Als je in het spitsuur in de volle tram staat, is het mogelijk dat je die met vijftig schrijvers deelt. Er zullen weinig landen zijn die op een zo bloeiende literaire cultuur kunnen bogen.

Zo is het niet. Een paar jaar geleden heeft uitgever Nijgh en Van Ditmar zijn vrienden en relaties met Oud en Nieuw een boekje cadeau gedaan, getiteld Past niet in ons fonds. Het is een bloemlezing uit de onpubliceerbare manuscripten, een verzameling onbeholpenheden, aandoenlijkheden, erbarmelijkheden, opschepperijen en zelfoverschatting. Al die schrijvers kregen het vriendelijke standaardbriefje: `met dank, maar helaas, want past niet in ons fonds'. Tegen dat boekje, hoe leerzaam en onthullend ook, had ik een bedenking. Ik weet niet of je je vrienden en relaties wel mag vermaken met andermans mislukkingen. Ik ben medeplichtig omdat ik het van a tot z heb gelezen, maar zelf zou ik het niet doen.

Het artikel in Intermediair bevestigt dat het er niet beter op wordt. Arie van den Berg, dichter en recensent bij Vrij Nederland en deze krant wordt geciteerd: `Mensen willen gehoord worden en denken dat dit hetzelfde is als gelezen worden. Maar literatuur heeft niets te maken met je emoties op papier kwakken. Integendeel. Hoe meer emoties je uitspreekt, hoe groter je de muur tussen jou en je lezers maakt.' Goed gezegd! Maar aan dovemansoren. Ik leg uit hoe dat komt.

Destijds waren de Nederlanders een volk van dichters en dominees. Aan intrige, drama hadden de meesten die verder in de literatuur wilden een broertje dood. Waren ze van hun geloof gevallen, dan gingen ze vermanende essays schrijven, en iedereen die een paar jaar op de middelbare school zat, werd vanzelf verliefd en ging dichten.

Er waren media die de aankomende dichters de helpende hand reikten. Zo had het Algemeen Handelsblad een door Herman Besselaar geredigeerde pagina, Dichtershoek. Hij was een trouwhartig man die open stond voor al het nieuwe creatieve. Zo is van Simon Vinkenoog in Dichtershoek nog pre-experimenteel werk verschenen, onder de naam van zijn toenmalige vrouw Ilse Monsanto. Ook alweer een poosje geleden is de radio van Veronica begonnen met Candlelight, het programma waarin Jan van Veen het liefdesleed van duizenden heeft voorgedragen. Het leed duurt voort, Van Veen ook, nu op Sky Radio, zondag tot en met donderdag tussen 23.00 en middernacht. Mogen we tot in lengte van dagen naar hem kunnen luisteren. Du Perron vatte de dichtkunst der ouderen samen in deze regels: `De dichter zit in bed, de snor geknakt, de wangen ongeschoren,/ hem is beschoren, te mediteren over al wat leeft.' Het kan iets anders zijn; ik citeer uit mijn hoofd.

Dit komt allemaal uit een periode die we hebben afgesloten. Dat de uitgevers nu dagelijks moeten vechten tegen de stroom van onpubliceerbare manuscripten heeft drie oorzaken. De eerste is de verschijning van de Bekende Nederlander, ook in de literatuur. Dat komt natuurlijk weer door de televisie. Niets aan te doen. Grote schrijvers worden sterren, kunnen de straat niet meer op of ze moeten handtekeningen uitdelen, scripties beoordelen - en zelfs heb ik het meegemaakt dat een meisje de dichter van haar liefde (naast wie ik op een caféterras zat) mee naar haar meisjeskamertje wilde tronen. Zo kan de roem dienen tot het genot van de bijverschijnselen.

De tweede oorzaak is de emotie-televisie. Door ongeremd menselijk al je ellende aan Oprah, Catherine of Sonja toe te vertrouwen, geef je de `miljoenen aan de buis gekluisterden' iets creatiefs van jezelf. Zeker de eerste week nadat de gast zijn bekentenissen heeft gedaan, is ook zij/hij een bekende Nederlander. Hoe emotioneler hoe bekender. De kortsluiting met de literatuur is snel gemaakt: prop al je bekentenissen in een boek en de roem is niet te overzien.

De derde oorzaak ligt besloten in de twee voorgaande. De mening verbreidt zich dat je, om een boek te schrijven, niet werkelijk hoeft te kunnen schrijven, d.w.z. de woorden wegen op hun betekenis en nuance, zinnen moet kunnen bouwen, aan je eigen stijl moet werken. Een `simpele stijl' schrijven, zoals Stendhal, die de ondubbelzinigheid van het Franse burgerlijk wetboek als zijn voorbeeld beschouwde. Of een `muziekje' maken, zoals Céline het noemde. Zoek om te beginnen een goed voorbeeld.

Slotsom. Beroemd willen worden via de schreeuw van je emoties, en die op papier zetten in een samenraapsel van superlatieven, misschien nog na je high geblowd of geslikt te hebben - jongens en meisjes, dat wordt puin. Zo blijf je horen tot die 1,3 miljoen.