NV Bajes

Elk jaar draai ik voor mijn studenten een video-opname van een oude aflevering van het VPRO-programma Diogenes. De aflevering in kwestie is een documentaire naar aanleiding van het verschijnen van Jihad vs. McWorld, een boek van de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber (1995). Barber beschrijft in zijn boek de opkomst van een wereldomspannend kapitalisme: bedrijven die steeds goedkoper kunnen gaan werken door hun vestigingen te verplaatsen naar landen met de laagste lonen, die overal ter wereld hun producten kunnen afzetten en die aldus een soort monocultuur creëren in sportschoenen, auto's, frisdrank en hamburgers. De tegenreactie op deze steeds verder oprukkende markteconomie en de daarbijhorende eenvormigheid (McWorld) is volgens Barber de vlucht in etniciteit en stamverwantschap (Jihad). Wij willen niet alleen maar producent of consument zijn op een mondiale markt en dus profileren we ons als moslims, Berbers, Indiërs, Kroaten of als achttien karaats echte Nederlanders. Barber betoogt dat zowel McWorld als Jihad slecht zijn voor burgerschap en democratie. McWorld predikt een ideaal van een wereld met zo min mogelijk overheid en Jihad staat voor een verkeerd type overheid: een nationalistische, xenofobe overheid. In een wereld zonder overheid of in een wereld met een nationalistische overheid denken mensen niet meer na als burgers van een politieke gemeenschap en dat is volgens Barber een groot verlies.

In de VPRO-documentaire wordt met name het McWorld deel van de these van Barber prachtig in beeld gebracht. We zien een vervallen stad ergens in Michigan. De plaatselijke autofabriek heeft de stad verlaten, op zoek naar een aantrekkelijker vestigingsklimaat. Andere bedrijven maken huizenhoge winsten door eindeloos te reorganiseren en te bezuinigen op personeel. Afgedankte werknemers moeten de kost verdienen door twee of drie parttime baantjes aan te nemen in de dienstensector. Met alle gevolgen van dien voor hun huwelijk en hun gezinsleven.

Het onbetwiste hoogtepunt van de video is de geprivatiseerde gevangenis. De kijker wordt meegevoerd door een kraakheldere penitentiaire inrichting waar op buitengewoon efficiënte wijze honderden gevangenen voor korte of langere tijd kunnen worden opgesloten. Twee enthousiaste vertegenwoordigers van het bedrijf leggen uit dat het gevangenisbedrijf een echte groeibranche is, en een belangrijke impuls voor de plaatselijke economie. Zij willen realistisch blijven en zich niet overgeven aan luchtfietserij, maar zelfs dan denken zij te mogen rekenen op winstmarges van 12 tot 14 procent. Aandeelhouders doen er zeker goed aan in hun bedrijf te investeren, mits natuurlijk tegen een redelijke prijs.

Mijn studenten beginnen steevast te lachen bij dit verkooppraatje. Ze lachen niet omdat de kwaliteit van de geprivatiseerde gevangenis te wensen over laat; het privatiseringsverhaal op de video is niet te vergelijken met de vaderlandse drama's rond de verzelfstandiging van de NS. Mijn studenten lachen omdat het hun volstrekt absurd lijkt dat een gevangenis een private onderneming zou kunnen zijn. Ze vinden dat net zo bizar als een geprivatiseerde politie, een geprivatiseerd parlement of een geprivatiseerde rechterlijke macht. Maar hoe lang zullen ze daar nog om kunnen lachen? Als het aan het Nederlands Economisch Instituut ligt niet lang meer. Het NEI kreeg van de ministeries van Justitie en Financiën opdracht te onderzoeken of het opsluiten en bewaken van gevangenen goedkoper zou kunnen. Het instituut kwam tot de conclusie dat dit inderdaad mogelijk zou zijn en wel door het gevangeniswezen goeddeels te privatiseren. Ik citeer het Reformatorisch Dagblad (het rapport zelf is helaas nog niet openbaar, en het Reformatorisch Dagblad had de meest uitgebreide beschrijving): ,,Volgens het NEI zou de overheid op termijn tot ongeveer 100 miljoen gulden per jaar kunnen besparen door een deel van het gevangeniswezen te privatiseren. De kwaliteit zou daarbij niet in gevaar hoeven te komen. In het rapport `Public Private Comparator' staat dat de overheid alleen nog toezicht zou moeten houden op de uitbaters van inrichtingen. Verder moet ze verantwoordelijkheid blijven houden voor het aanleveren van gedetineerden.'' Het aanleveren van gedetineerden! Alsof we te maken hebben met grondstoffen die in de juiste vorm en de juiste hoeveelheden moeten worden aangeleverd aan de industrie. Diverse Kamerleden (het RD citeert de VVD'er Niederer en Dittrich van D66) lieten al optekenen dat zij geen principiële bezwaren hebben tegen private gevangenissen. Zij maken zich, met de horror van de NS in het achterhoofd, alleen maar zorgen over de kwaliteit van de geprivatiseerde detentie.

Zullen we proberen om de elementaire lessen van Benjamin Barber ter harte te nemen? In een fatsoenlijke samenleving zijn er een aantal zaken waar je primair bij betrokken bent en over moet kunnen praten als burgers van een politieke gemeenschap. Criminaliteit is zo'n issue. Als burgers willen we liefst zo min mogelijk criminaliteit en daarom krijgt de overheid van ons de opdracht om geharde misdadigers op te sluiten en, voorzover mogelijk, te heropvoeden tot beschaafde medeburgers. Dat is iets waar we het als burgers behoorlijk over eens zijn en waar we met z'n allen belasting voor betalen. We willen liever niet dat een deel van de politieke gemeenschap dat plotseling anders gaat zien en fantasieën gaat koesteren van het type: ,,als ik aandeelhouder word van de gevangenis zit ik altijd in een win-winsituatie. Daalt de criminaliteit, dan is dat mooi, maar stijgt de criminaliteit, dan stijgen de koersen van de NV Bijlmerbajes ook. Misschien is dat nog wel leuker. Zoveel last van boeven heb ik immers niet in mijn nette woning in een gegoede buurt''. Kunnen we afspreken dat we dergelijke ideetjes belachelijk blijven vinden en mag het rapport van het NEI in een donkere la worden opgeborgen?